Leger geeft aanval markt Grozny toe

De Russische militaire woordvoerder Aleksander Veklic heeft gisteren toegegeven dat Rusland donderdagavond het centrum van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny heeft bestookt. Bij die aanval vielen 137 doden en ruim 200 gewonden.

Veklic zei dat de aanval niet was uitgevoerd door Russische artillerie of vliegtuigen, maar hij wilde niet zeggen hoe dan wel. Hij hield staande dat alleen een wapenbazaar was getroffen en dat de slachtoffers ,,bandieten en terroristen'' waren. ,,Burgers wandelen 's nachts niet rond op plaatsen waar wapens worden verhandeld aan bandieten en terroristen.''

Met zijn verklaring wijkt Veklic af van een aantal tegenstrijdige uitspraken van Russische politici en bestuurders over de aanval op Grozny. Minister van Defensie Igor Sergejev ontkende gisteren iets te weten van een bombardement door reguliere troepen. De Russische geheime dienst FSB (ex-KGB) zei niet te weten van ,,acties door speciale troepen''. De Russische luchtmacht liet weten dat er geen vliegtuigen actief waren geweest boven Grozny. Premier Vladimir Poetin, die gisteren in Helsinki overleg voerde met EU-ministers, erkende dat er rond Grozny speciale troepen actief zijn, maar zei dat de explosies in Grozny een gevolg waren van Tsjetsjeense bendestrijd.

Volgens aanwezige journalisten kwamen donderdagavond tussen zes uur en half zeven tien raketten neer op het centrum van Grozny. Zes daarvan explodeerden op de centrale markt, één raket raakte een kraamkliniek bij het presidentiële paleis en één een volle bus.

De Verenigde Staten hebben gisteren hun ,,verontrusting'' uitgesproken over het geweld in Tsjetsjenië. VN-secretaris-generaal Kofi Annan drukte zijn ,,grote verontrusting'' uit. Duitsland riep gisteren Rusland op zich terug te trekken uit Tsjetsjenië.