Financiële sector stuwt Wall Street

De Amerikaanse effectenbeurs liet zich gisteren van de zonnige zijde zien. Het verlies van donderdag werd meer dan goedgemaakt met een winst van de Dow Jones-index van 172,56 punten (bijna 1,7 procent) tot 10.470,25. Handelaren betwijfelen echter of beleggers met de koersdalingen van de afgelopen week de bodem hebben gezien.

Vooral de banken en verzekeraars zorgden gisteren voor de winst. Tijdens de handel werd duidelijk dat nieuwe bankwetgeving in de Verenigde Staten fusies tussen banken, verzekeraars en zakenbanken eindelijk mogelijk maakt. Met de nieuwe wetgeving, die nog wel goedkeuring behoeft van het parlement en de president, komt een einde aan jarenlange onderhandelingen. De koersreactie was volgens handelaren nog veel forser geweest als de kans op een rentestijging volgende maand, waar de financiële fondsen extra gevoelig voor zijn, niet zo groot was geweest.

Zakenbank J.P. Morgan zag de koers zelfs met 6,35 procent stijgen, terwijl Citigroup - zelf een product van een nog niet formeel goedgekeurde fusie - 2,7 procent won. Het concern liep door wetgeving uit de jaren dertig de kans te worden veroordeeld tot alsnog het afstoten van bepaalde verzekeringsactiviteiten.

De duikeling van Wall Street op donderdag werd veroorzaakt door computerproducent IBM die na sombere prognoses een val van bijna 20 procent doormaakte. Die duikeling werd gisteren niet goedgemaakt: de koers van IBM steeg 2,3 procent. Andere technologiefondsen slaagden er wel in het verlies van donderdag goed te maken.