Erfpachtstelsel

Redacteur Monique Snoeijen doet in de krant van 14 oktober verslag van de behandeling van het nieuwe erfpachtstelsel voor Amsterdam in de Raadscommissie voor Volkshuisvesting en grondzaken op 13 oktober. De belangrijkste die avond aan de orde gekomen argumenten tegen het (nieuwe) erfpachtstelsel komen in het artikel jammergenoeg niet aan de orde. Het argument van wethouder Stadig en de raadsleden van PvdA, GroenLinks en SP luidt: ,,Laat de waardevermeerdering van de grond ten goede komen aan de hele gemeenschap.'' De filosofie daarachter is, dat de waardevermeerdering van ieder specifiek perceel in de stad voor een groot gedeelte het gevolg is van infrastructurele verbeteringen, het voorzieningsniveau van winkels, horeca, musea e.d. en niet alleen van de verbeteringen die aan het specifieke huis zijn aangebracht. Dat is een volkomen geldig argument dat ik volledig onderschrijf. Echter, precies op grond van dat argument wordt tegenwoordig Onroerend Zaak Belasting geheven. Een belasting die stijgt met de waarde van grond en opstal; bij de vaststelling van de tarieven voor de OZB wordt volledig rekening gehouden met de waardevermeerdering van de grond.

Toen de erfpacht werd ingevoerd ruim honderd jaar geleden bestond er geen OZB en de gemeente Amsterdam had ook niet de mogelijkheid een dergelijke rijksbelasting in te voeren. Zij greep naar een middel dat zij wel zelfstandig kon invoeren en dat was erfpacht. Nu, met de invoering van de OZB, is erfpacht echter niet langer nodig.

Erfpacht is uit de tijd; niet meer nodig, ouderwets. Degene die er aan vast blijft houden is ronduit conservatief en wie eraan vast blijft houden in de wetenschap dat het een dubbele belasting is, is onrechtvaardig. De gemeente gedraagt zich in deze situatie zeer onrechtvaardig en is door de burger vrijwel niet aansprakelijk te stellen voor haar handelen. Publiekrechtelijk stelt zij de condities op voor de erfpacht, terwijl dezelfde gemeente als privaatrechtelijke verhuurder individuele contracten met erfpachters sluit. Een juridisch monstrum, dat 100 jaar geleden in het leven werd geroepen omdat er niets anders was, maar dat in de huidige tijd overbodig en onrechtvaardig is.