De daad van Daan

Episode 4: waarin Daan Schrijvers het roer wil omgooien bij M&M, maar vooralsnog zijn meerdere blijkt

te vinden in het gebrek aan zelfspot van zijn redactie.

We vinden het niet leuk, Daan.'' Even was het stil. Mijn hoofd suizebolde nog na van de tomeloze tuimelingen van het leven die mij bij acclamatie van het uitgelezen gezelschap toonaangevende vaderlandse visionairs blijkbaar tot hoofdredacteur van het glanzende Millennium Magazine M&M hadden gemaakt. Aldus was ik toch nog op een pluche plekje in de machtige mallemolen van het medialeven terechtgekomen – en dat terwijl ik al misselijk word als ik achter op de brommer zit! Zoals gisteravond, toen mijn maag danig van streek was geraakt, nadat mijn fiets was verdwenen en mijn vrienden uit de Railroad Bar mij na drie uur wachten alsnog waren komen halen in hun motor-met-zijspan. Geheel verwaaid had ik daarop nog uren wakker gelegen, terwijl ik oprecht belangstellend het nulnummer van mijn eigen glansblad bestudeerde.

Het was om die reden dat ik mij 's ochtends vroeg reeds om half elf ten burele had gemeld in de volgens feng shui-principes ontworpen kantoorkolos. Ik had nog getracht mijn geestesgesteldheid verder te doen opklaren door met een routineus gebaar op knop 31 van het koffieapparaat te drukken. (Tijdens mijn zesentwintig jaar journalistieke pensioenopbouw had dit routineuze gebaar immers steevast geresulteerd in een plastic bekertje vol echte bonenkoffie met melk en suiker.) Maar voortaan bood knop 31 louter biodynamische bamisoep voor zelf meegebrachte mokken, zo bleek.

Terwijl de soepsliertjes langzaam afdropen van mijn beduimelde regenjas – dat attribuut bij uitstek van de ware journalist pur sang – had ik vol goede moed de zaal betreden waar ik hedenochtend leiding zou gaan geven aan de redactie van mijn periodiek. M&M stond er in platina krulletters op de deur, en daaronder tussen gouden haakjes: (D. Schrijvers, Onze Man voor het Nieuwe Millennium). Maar binnen was men minder verguld.

,,We vinden het niet leuk, Daan.''

Allejezus, wat betekende dit? Gisteravond leek iedereen nog zo complimenteus! Hoezo niet leuk, bonkte het als atonale gesubsidieerde muziek door mijn hoofd. Ging het hier niet om hun eigen pennenvruchten? Zelf had ik part noch deel gehad aan het nulnummer, hoewel ik de voorbije nacht akelig gedroomd had van De Krant Op Zondag, de Haagse Post, De Nieuwe Linie, De Tijd, Intermagazine, O, Skoop, de Typhoon, de Waarheid, Muziek Express, en al die andere onvergankelijke voorvechters van het vrije woord, die niet langer onder ons waren, deze kerst. Was hun verscheiden, zo peinsde ik vervuld van reminiscenties aan de tijd lang voor mijn nieuwe opdrachtgever Pers Media Concentratie in staat was in haar directiekamer te kwartetten met alle vaderlandse bladen, niet een vingerwijzing voor de journalistiek in het nieuwe tijdvak? Vervuld van deze wijsgerige gedachten, werd ik ruw teruggetrokken in de ongezouten werkelijkheid.

,,Wat ga je daar aan doen, Daan? Zo kunnen we dit product niet in de markt zetten.'' Dit keer was het de uitgever die sprak, en het klonk mij niet zo bemoedigend in de oren. Hij zag eruit alsof hij zojuist was geslaagd voor zijn B-diploma Budgettair Beknibbelen aan de Nijenrode University – en dat was ook zo. ,,Wij willen met dit blad een stukje consumentensatisfactie, Daan, een stukje lifestyle-fullfillment. Het moet glanzen, bedoel ik, net als het moderne leven zelf.''

Even dacht ik aan het moderne leven thuis, waar mijn vrijgezellenflat was overgeleverd aan hond Heidegger en kat Kierkegaard (die poes Pasternak helaas nog niet helemaal had kunnen doen vergeten), en waar de enige glans werd gegeven door de gemorste frituurolie op de elektrische kookplaat.

,,Euhhh'', riposteerde ik snedig, maar voordat ik mijn gedachten bijeen had vergaard, gaf de uitgever het woord aan de dame van de PR & Marketing Divisie. Zij sprak op een toon alsof zij haar gehele leven lid was geweest van MTV, hetgeen alleszins aannemelijk leek toen ik haar monosyllabische stereotypen beluisterde.

,,Naar de mensen toe is onze glossy een ramp, Daan'', zei Emily ferm. ,,Als we dit product in de markt willen zetten, dan moeten we het format gehoorzamen, en ons natuurlijk houden aan de huisregels.'' Ze liep doelbewust naar de flap-over, terwijl de uitgever haar liefdevol aankeek en mijn redactie aan haar lippen hing. ,,Wij maken een blad volgens winnende principes. En de winnende principes zijn...''

Ze sloeg het eerste vel van de flap-over om. `Ons blad is GEZELLIG' stond er in kapitale letters te lezen. ,,Ja, gezellig'', mompelde mijn redactie instemmend, ,,dat is pas chique journalistiek.'' Emily sloeg het tweede blad om. `Ons blad is ook POSITIEF' stond er in niet minder kapitale letters. ,,Mmm, positief'', murmureerde mijn redactie gezellig, ,,dat is weer eens wat anders.'' Emily sloeg het derde blad om. `Ons blad is eveneens OPGEWEKT' snauwden de blokletters mij toe. ,,Tsjonge, opgewekt'', mompelde mijn redactie positief, ,,dat is kapitale kwaliteitsjournalistiek.'' Emily sloeg haar laatste blad om. `Kortom: ons blad is een LEUKE, BETROUWBARE HUISVRIEND'. Even was het stil. ,,Mooi gesproken, Emily. Zijn er nog vragen'', vroeg de uitgever argwanend.

Het werd mij vreemd te moede. Was de taak die op mijn schouders drukte – een gevoel dat ik deze jaartelling nog niet eerder had gekend – niet om de piketpaaltjes uit te zetten voor de pelgrimstocht der mensheid richting het nieuwe millennium, journalistiek gesproken dan?

Ik voelde de wassende wateren van een wilde wanhoop vanuit mijn diepste wezen opborrelen.

Ik besefte dat het roer rigoureus om moest, maar dan richting de open zee van het vrije woord, van de ongebonden gedachte, van de tegenspartelende tegendraadsheid, van de bevrijdende zelfspot, ja richting van de cataracten der kriebelende kritiek, wilden we geen schipbreuk lijden in het zicht van de nakende millenniumwende. Donnerwetter, misschien moest ik nu wel, bevroedde ik, een dappere daad stellen.

(wordt vervolgd)