Cokeverhaal Bush onzin

Volgens een recente biografie werd George W. Bush in 1972 aangehouden wegens cocaïnebezit. Onzin, zo blijkt.

Het was een stinkbom vermomd als een biografie. Een boek over de Amerikaanse presidentskandidaat George W. Bush – waarin de schrijver beweert dat Bush in 1972 gearresteerd is voor bezit van cocaïne – is amper een week na verschijning rijp voor de prullenbak.

Het leek aanvankelijk een serieuze bedreiging te worden voor de presidentiële ambities van Bush, tot nog toe de Republikein met verreweg de beste kansen voor nominatie van zijn partij. Al maanden wordt Bush achtervolgd door geruchten dat hij ooit cocaïne heeft gebruikt. Dat bleef bij vage verhalen, maar Bush zag zich wel genoodzaakt om te verklaren dat hij de afgelopen 25 jaar geen drugs heeft aangeraakt. Wat daarvoor was gebeurd, liet hij in het midden.

Maar deze week verscheen Fortunate Son George W. Bush and the making of an American president door J.H. Hatfield. Niet alleen was Bush volgens dat boek in 1972 voor cocaïnebezit gearresteerd, zijn invloedrijke vader, de latere president, zou een rechter zover hebben gekregen om het justitiële apparaat te zuiveren van sporen van de misstap van zijn zoon. George W. zou er genadig vanaf gekomen zijn met maatschappelijke dienstverlening.

Er zat meteen al een luchtje aan het boek. De uitgever was weliswaar de respectabele firma St. Martins Press, maar de schrijver was niet bepaald een historicus, journalist of politicoloog van naam. Hatfield was wel een schrijver, maar dan van boeken over Star Wars, Star Trek en de X-Files. Zijn beweringen over Bush staafde hij met anonieme bronnen. Maar hij gaf geen duidelijkheid over de datum of plaats van de arrestatie.

De meeste Amerikaanse media trapten er niet in. Natuurlijk zorgde het boek voor opschudding op Internet, waar de rechtse roddelwebsite van Matt Drudge (drudgereport.com) en de linkse opinie-site Salon er mee aan de haal gingen. Ook tv-station Fox stelde het boek aan de orde. De rest van de pers hield zijn kruit droog.

De twijfels over Hatfield bleken terecht. The Dallas Morning News wist donderdag te melden dat hij een nogal kleurrijk crimineel verleden heeft. In 1988 bekende Hatfield dat hij een andere man 5.000 dollar had betaald om een bom te plaatsen in de auto van de manager van zijn bedrijf, die hem van verduistering beschuldigde. De bom ontplofte zonder slachtoffers te maken. Hatfield kreeg 15 jaar gevangenisstraf en werd na vijf jaar voorwaardelijk vrijgelaten.

Die informatie stond niet op de achterflap van het boek. De uitgever was zich er niet van bewust en heeft weinig moeite gedaan om het boek te controleren. Zo blijkt de Republikeinse rechter die de Bush-familie zou hebben geholpen, niet alleen onvindbaar te zijn, in het betreffende district was destijds niet één Republikeinse rechter. Internettijdschrift Slate concludeert dat het bij de kwaliteitscontrole van de uitgever aan twee dingen ontbreekt: kwaliteit en controle. De serieuze media, die zo vaak het wordt verweten dat ze het doorgeefluik van de roddelpers zijn geworden, hebben zich niet laten meeslepen. De schade voor George W. Bush lijkt dan ook beperkt. St. Martins Press staakt de verspreiding van het boek, dat gedrukt was in een oplage van 70.000. J.H. Hatfield is ondergedoken, na vergeefs te hebben aangevoerd dat de man van de autobom een andere Hatfield was.