CHIMPANSEES LEREN DE `HOE-HOE' ROEP OP GROEPSEIGEN MANIER

Lange tijd heeft de vraag een rol gespeeld, of chimpansees menselijke geluiden leren maken. Maar voor het spreken van woorden bleken, nog los van de mentale vermogens, hun strottehoofd en ademhalingstechniek niet geschikt. Pas later rees de vraag in hoeverre ze hun éigen geluiden leren maken. Een team rond de Amerikaanse antropoloog en primatoloog Richard W. Wrangham komt nu met boeiende gegevens over een van de bekendste, en meest geïmiteerde chimpanseegeluiden: de `pant-hoot' ofwel hijg-roep (Animal Behaviour, 58/4, blz. 825-83). Het is de bekende reeks staccato `hoe-hoe'-klanken, die vaak in toonhoogte stijgen en worden verbonden door hoorbare inademingen.

Het team nam die vocalisaties op bij mannelijke chimpansees (Pan troglodytes) op twee verschillende gevangenschapslocaties in de Verenigde Staten. Bij geluidsanalyse bleken er significante verschillen te bestaan tussen de twee groepen wat betreft het tijdspatroon van de geuite roepen. Omdat de mannetjes in beide groepen een allegaartje vormden wat betreft hun herkomst, kan overeenkomst per groep niet het gevolg zijn van genetische overeenkomst tussen de roepers. Daarbij waren er ook geen verschillen in huisvestingsomstandigheden en akoestische eigenschappen van de ruimten die de verschillen tussen de groepen kunnen hebben veroorzaakt. De onderzoekers menen daarom dat de roepen per groep sterk in vorm en structuur convergeren als gevolg van vocaal leergedrag.

Binnen iedere groep kwam de mate van variatie in de structuur van de kreten overeen met welke is vastgelegd bij een groep wilde chimpansees in Nationaal Park Kibala in Oeganda. De vergelijking suggereert dat er soortspecifieke beperkingen en grenzen aan de vorm van de roep zijn waarbinnen iedere populatie kan uitkomen op een eigen variant.

Aanvullend melden Wrangham en de zijnen dat een opvallende, nieuwe hijg-roep variant die een mannetje ontwikkelde en introduceerde in een van de onderzochte groepen, gaandeweg overgenomen werd door vijf andere mannen in die kolonie. Daarmee lijkt er voldoende stof voor de conclusie dat chimpansees zowel het tijdspatroon als de toonhoogte van hun roep tot op zekere hoogte aanpassen door spontaan leergedrag. Ze gaan elkaars `taal' en dialect spreken. Sommige primatologen hebben overigens nog steeds niet de hoop opgegeven bij wilde chimpansees te stuiten op gebruik van geluiden die niet alleen stemmingen en emoties weergeven, maar ook een verwijzende symboolfunctie hebben die enigszins aan die van het menselijke woord doet denken. Gedacht wordt daarbij aan het verwijzen naar bepaalde soorten voedselbronnen.