BLIK UIT DE RUIMTE

Joanna MacLeod (15) heeft het goed begrepen. Op de satellietbeelden waar haar klas vandaag mee aan de slag is in het kader van het aardrijkskundevak remote sensing (aardobservatie) worden de bossen donkerrood weergegeven, omdat `vegetatie veel infrarood licht reflecteert'. MacLeod: ``Ik dacht, het is wel interessant, dus ik let maar eens een keer op.''

Joanna MacLeod zit in klas vier van het Stedelijk College in Eindhoven. Met de bus zijn de leerlingen eerder die ochtend afgereisd naar Space Expo in Noordwijk, waar ze een computerpracticum krijgen in het vak remote sensing. Het eerste waar docent Michel van Baal (projectleider remote sensing onderwijs bij Space Expo) mee begint is de misverstanden rondom satellietbeelden uit de wereld helpen: ``Spionagefilms en reclamefilmpjes geven mensen een totaal verkeerd beeld van wat een satelliet kan. Een paar jaar geleden had Dommelsch een televisiereclame waarin vanuit de ruimte werd ingezoomd op een stukje aarde. Eerst zag je een kuststrook, vervolgens een stuk strand, daarna een zonnende dame en tenslotte het werd ingezoomd op een bierdopje op de strandstoel. Zo werkt het in werkelijkheid zeker niet.''

Remote sensing is een nieuw vak binnen de schoolaardrijkskunde. Leraren, auteurs van schoolboeken en examenmakers weten vaak nog niet goed wat ze ermee aanmoeten. Illustratief is een voorbeeld dat Adri Donker (redacteur van het bovenbouw katern `Grote Bosatlas 51 Plus') geeft in het tijdschrift Geografie (1998/2). De zes satellietkaarten die waren opgenomen in de vijftigste editie van de Grote Bosatlas in 1988, waren in de volgende editie van 1995 alweer verdwenen. Reden: de meeste Nederlandse leraren wisten niet goed wat ze met de satellietbeelden moesten doen en hadden te kennen gegeven liever andere informatie te hebben.

Aan die onbekendheid wilde de interdepartementale beleidscommissie remote sensing een einde maken. Sinds 1998 is het vak opgenomen in de eindtermen van het vak aardrijkskunde en Algemene Natuurwetenschappen. De eindtermen `kunnen omgaan met remote sensing beelden' laten zoveel ruimte dat een school in principe kan volstaan met kijken naar de atlas en naar Erwin Kroll, die dagelijks satellietbeelden gebruikt in zijn weerbericht. Wie meer wil komt voorlopig nog vanzelf terecht bij Space Expo, dat als enige computerpractica aanbiedt. Jaarlijks krijgt Van Baal ongeveer 100 groepen van 25 leerlingen over de vloer. Kosten: ƒ11,50 per leerling.

Bij het computerpracticum remote sensing leren leerlingen zelf kaarten maken aan de hand van satellietbeelden. Iedere school heeft daarbij de mogelijkheid tot op zekere hoogte zelf invulling te geven aan de les. Standaard is een introductieprogramma, waarmee de harde basis van wat remote sensing is wordt aangebracht. ``Leerlingen moeten begrijpen dat een satelliet geen foto's maakt, maar met scanners de hoeveelheid straling meet die het aardoppervlak weerkaatst. Satellietbeelden bestaan uit getalletjes, de kleuren die je ziet kun je zelf aangeven. Met remote sensing kun je bijvoorbeeld ook de ozonlaag in kleur laten zien.'' Op de computer kunnen de beelden als een filmpje achter elkaar gezet worden, zodat je het gat in de ozonlaag ziet groeien en krimpen.

Van Baal heeft de inhoud van het softwareprogramma zelf ontwikkeld, samen met uitgever Wolters Noordhoff van de Grote Bosatlas. Een versie van die software zal op niet al te lange termijn beschikbaar komen op CD-rom, zodat de docent zelf met remote sensing in de klas aan de slag kan. In het computerlokaal bij Space Expo klikken de leerlingen zich twee aan twee aan de hand van vragen door de stof. En als het mis gaat zegt de computer zelf `O jee, je hebt hulp nodig. Waarschuw de docent.' Van Baal loopt rond om vragen te beantwoorden, net als de begeleidende docent van het Stedelijk College, Stephan van der Horst, docent wiskunde en informatica. Het computerpracticum dient bij het Stedelijk College namelijk ook als een extra oefening van ICT (informatie- en communicatietechnologie) en is verplicht voor alle 4-Havo en 4-VWO klassen.

Leuk extraatje voor de leerlingen is een rondleiding door de expositieruimte van Space Expo. Een les remote sensing als techniekpromotie. In een ruimtecapsule wijdt Van Baal uit over de tijdsbesteding in de ruimte. Twee uur per dag sporten, nauwelijks mogelijkheden om te douchen en 25% van de tijd bezig zijn met zoeken. Het aanvankelijke enthousiasme over `zelf astronaut worden' daalt zienderogen bij de leerlingen, die druk tegen elkaar beginnen te praten als Van Baal een adempauze neemt. Beeldend beschrijft hij vervolgens hoe NASA astronauten les krijgen in de `ruimtelijke toiletgang'. ``Dat is nodig want zoals je kunt zien heeft dit toilet een kleinere opening dan een aards toilet. Bij NASA hebben ze het binnenwerk eruit gehaald en vervangen door een camera, zodat astronauten kunnen zien of ze goed richten.'' Gelach klinkt op en nieuwsgierig drommen de leerlingen om het toilet. Een aantal van hen maakt zelfs foto's. Didactiek lijkt Van Baal's tweede natuur als hij de leerlingen bij zijn verhaal betrekt door te vragen wie er allemaal naar het televisieprogramma Big Brother kijkt. ``Leven in de ruimte lijkt daar op, maar je kunt er alleen niet uitstappen, zoals bij Big Brother wel kan.'' Van Baal vindt het erg leuk om deze alfa-leerlingen op slinkse wijze te interesseren voor techniek, vertelt hij even later. ``Voor ons zijn dit rare groepen, omdat ze voor tweederde uit meisjes bestaan en dat verwacht je niet in een exacte wetenschap. Juist die meiden van een jaar of vijftien komen hier binnen met een air van `ik ben hier niet in geïnteresseerd'. Voor mij is het een uitdaging om ze te laten zien dat het hier niet allemaal `nerderige' techniek is. Ik vind het kicken als ik zie dat ze halverwege de rondleiding vergeten dat ze eigenlijk niet geïnteresseerd zijn en zelfs vragen stellen.'' Een bètavak doceren aan een alfagroep betekent ook oppassen met je woordkeuze, legt Van Baal weer terug in het computerlokaal uit. ``Een term als spectrum gebruik ik niet, omdat dat te vreemd is.''

Het project bij Space Expo heeft uiteindelijk tot doel zichzelf overbodig te maken. Momenteel is Van Baal betrokken bij een project met het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) en de Fontys Hogeschool die het remote sensing softwareprogramma de aardrijkskundige invulling geven die past binnen de eindtermen. Het ligt in de bedoeling dat het softwarepakket methodeonafhankelijk blijft en uitgevers er in hun studieboeken opdrachten bij kunnen ontwikkelen. Van Baal verwacht dat dit in 2001 beschikbaar zal zijn.

halverwege vergeten de meisjes dat ze eigenlijk niet geïnteresseerd zijn