Amsterdam mist allure

Wat een begeerlijke baantjes bestaan er toch. In de Thalys uit Parijs las ik in een Nederlandse krant over de 49-jarige Trevor Davies die zich twee weken als `cultureel commentator' heeft mogen vermaken in Amsterdam. Davies, directeur van het Copenhagen International Theatre, is op een fiets door de stad getrokken, van het Rijksmuseum naar Paradiso en van het Tropenmuseum naar de Balie om met een onafhankelijke blik naar het cultuurbeleid van de hoofdstad te kijken.

Hij heeft dus veertien dagen lang ongeveer hetzelfde gedaan wat een gewoon mens tijdens een bezoekje aan Parijs onderneemt: je rent wat heen en weer tussen het Pompidou en het Louvre, neemt de metro naar La Défense of de Bibliothèque François Mitterrand, bezoekt een voorstelling en controleert en passant of Colette, de door Het Parool aanbevolen `hipste winkel van de wereld' in de Rue St. Honoré, werkelijk zo spectaculair is als beloofd. Dat laatste bleek helaas niet het geval.

Met Davies' voorlopige conclusies (zijn definitieve rapportage verschijnt pas volgende maand) kan ik het intussen alleen maar roerend eens zijn. Amsterdam wordt, als het niet uitkijkt, een soort Disneyland. De stad heeft, zo ontdekte hij, nog maar twee karakteristieke eigenschappen: ,,Die van een klassieke zeventiende-eeuwse stad en die van een goedkope, commerciële stad met hoeren en drugs.'' Daar komen volgens hem slechts twee soorten toeristen op af, namelijk klassieke-kunstkenners en feestgangers. De moderne kunst valt tussen wal en schip, krijgt onvoldoende aandacht en vertrekt naar Rotterdam.

De `cultureel commentator' overdrijft weliswaar, maar wat ik in de Thalys onder ogen kreeg aan `Amsterdam promotion' bevestigt wel zijn beeld. In het toeristische gidsje dat ik in de trein kreeg aangeboden wordt Amsterdam voornamelijk aanbevolen wegens een Van Dyck-tentoonstelling in het Rijksmuseum, het `red light-district' en – hou je vast – de kermis op de Dam. De Van Dyck-tentoonstelling was al te zien in Antwerpen en dus door echte liefhebbers allang bezocht, zodat alleen feestvierders in Amsterdam iets te beleven hebben. Geen erg aanlokkelijk vooruitzicht en mijn animo om naar huis terug te keren, nam dan ook bij elke kilometer af.

Geen kwaad woord overigens over Trevor Davies, die zijn opdracht te danken heeft aan de vorig jaar overleden voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, Jankarel Gevers. Deze cultuurminnaar vond het van belang dat de gemeente elk jaar een onafhankelijke `cultuurpaus' zou uitnodigen om commentaar te leveren op de stad. Ik denk dat zoiets een positief effect kan hebben. Twee weken rondfietsen en meteen met de juiste conclusies komen, dat lukt alleen als je met vreemde ogen kijkt en je niet laat leiden door verborgen agenda's, heimelijke belangen of andere vooringenomenheid.

Luister naar Davies' opmerkingen over het probleem van de multiculturele samenleving. Op de vraag of je verschillende culturen naast elkaar moet laten bestaan of dat je koste wat kost moet integreren, antwoordt hij dat `politiek correct zijn' niets oplost. Volgens hem kun je niet van Marokkanen of Turken verwachten dat ze het Concertgebouw het mooiste gebouw ter wereld vinden. ,,Ze kunnen'', zei hij, ,,beter hun eigen platform hebben.''

Hopelijk trekt staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg zich deze onafhankelijke mening aan. Van der Ploeg wil de bespelers van het Concertgebouw, Stopera, Stadsschouwburg en wat dies meer zij via premies opporren hun programma's op een allochtone smaak af te stemmen, terwijl hij er beter aan zou doen premies te verstrekken voor instellingen waar niet-Westerse culturen zich kunnen manifesteren en prestige afdwingen.

Ik vermoed dat Davies op zijn fietstochten door Amsterdam een instelling miste als het Parijse Institut du Monde Arabe (IMA). Niet alleen door de gedurfde architectuur van Jean Nouvel, maar vooral door zijn ligging op de linker Seine-oever, schuin tegenover de Notre Dame, straalt dit gebouw, gefinancierd door de Franse overheid en een aantal Arabische staten, gezag en allure uit. Hier wordt `allochtone cultuur' niet gepusht met subsidiegetreiter, maar gecelebreerd in een kapitale constructie van glas en staal waarin zich bibliotheken, leeszalen, boekwinkels, expositieruimtes, auditoria en conferentiezalen bevinden, alsmede een voor iedereen toegankelijk terras met een van de mooiste uitzichten over Parijs.

De vraag waar een Van der Ploeg nieuwsgierig naar zou moeten zijn is of dit instituut, ruim tien jaar na de opening door wijlen Mitterrand, een betekenis heeft gekregen die uitstijgt boven de toeristische attractie die het ook is. Volgens medewerkers van het IMA is het gebouw van grote waarde voor het zelfrespect van Frans-Arabische jongeren voor wie het een symbool zou zijn `van identiteit en trots'. In alle jaren dat het Institut nu bestaat zou het bijvoorbeeld nooit besmeurd zijn met graffiti en dat zegt, als je in deze buurt, aan het begin van de Boulevard St. Germain, om je heen kijkt inderdaad iets.

Voor de rest heeft het IMA gekampt met alle kinderziektes die je je maar kunt indenken, voornamelijk veroorzaakt door de mede-financiers uit de Arabische wereld die in gebreke bleven bij de betaling van het onderhoud of dwars lagen bij in hun ogen provocerende exposities.

Voor de toeristen en de trots van de Frans-Arabische jeugd is het vooral jammer dat de 27.000 raampjes niet meer functioneren als diafragma's, die open- en dichtgaan in reactie op het zonlicht. Dit staaltje hightech, dat tegelijkertijd in hartje Parijs voor een Arabische aanblik zorgt, bleek zo onpraktisch, vooral voor de gebruikers van de bibliotheek, dat het ingenieuze mechaniek is stilgezet.

Gelukkig valt er binnen genoeg te zien waar alle Fransen, van Arabische herkomst of niet, trots op kunnen zijn, zoals een tijdelijke tentoonstelling over `Het Marokko van Matisse'. Daar wordt de integratie van twee culturen zoals die ruim 85 jaar geleden gestalte kreeg, aanschouwelijk gemaakt.

In de lift er naar toe, zag ik in het gebouw meer `Afrikaanse jongeren' bijeen dan ik in Amsterdam ooit aan cultuur heb zien doen. Maar wij hebben hangplekken.