Wonder

Eén bijzonder gedenkteken liep ik helaas mis: de zwart gebutste Dodge van premier Luis Carrero Blanco, kenteken PM 16416, op 20 december 1973 door een ETA-bom maar liefst 15 meter omhoog geslingerd, en nu naar het schijnt smakelijk uitgestald in het Legermuseum. De admiraal was Franco's laatste hoop op een `eigen' opvolger. In zekere zin is die Dodge het monument van een wonder: de geweldloze overgang van de grootste Europese dictatuur naar een redelijk moderne democratie.

Na Franco's dood waren de verwachtingen voor Spanje uiterst pessimistisch: bijna iedereen voorzag nieuwe bommen en oude haat. Men verkeek zich echter op Franco's uiterlijke schijn. Meestal doet een land zich moderner voor dan het is, hier was het precies omgekeerd. Onder, en ondanks, Franco's primitieve systeem – hij begreep er persoonlijk niets van – had zich gaandeweg een moderne economie ontwikkeld, met veel buitenlands geld, geleid door technocraten die weinig meer met het oude Spanje van doen hadden. Alleen al in de jaren zestig verdrievoudigde de industriële productie, de economie groeide er harder dan waar ook in Europa. Franco's wereld was zo tijdens zijn leven al achterhaald. In werkelijkheid bleek zijn aanhang later nooit meer dan 2 procent van de stemmen te halen.

En de haat? Ik voel nu vaak iets heel anders, zowel bij links als rechts: dat men het zover heeft laten komen, het vergoten bloed, de honger, de jarenlange achterlijkheid, zoveel intelligente mensen die zich zolang lieten ringeloren door één megalomane dwaas.

Schaamte, zwijgen, dat zijn de woorden.