Weg met die bladeren

De eik kleurt weer geel. Ook de populier verandert de tint van zijn bladeren. In de herfst ondergaan heel veel bomen schilderachtige veranderingen. Ze kleuren van frisgroen naar felgeel. Of naar vlammend rood, zoals de esdoorn. Daar kun je even van genieten. Even maar, want de bladeren beginnen al snel af te vallen. Met zijn duizenden dwarrelen ze naar beneden. Waarom doen bomen dat eigenlijk? Waarom verkleuren de bladeren in de herfst en vallen ze massaal af?

Het heeft allemaal te maken met water. Alle levende wezens hebben water nodig. Bomen ook. Met hun wortels zuigen ze vocht uit de bodem op. Maar in ons land bevriest de grond in de winter. Eiken, populieren en al die andere bomen kunnen dan amper water opzuigen. Aan die situatie moeten ze zich aanpassen. De eik gaat in een soort winterslaap. Hij leeft op een laag pitje en verbruikt weinig voedingsstoffen. Hij heeft veel minder water nodig dan in de lente en de zomer. Bovendien gaat hij zijn bladeren afwerpen. Want via de bladeren verdampt normaal veel water. En dat moet hij nou juist tegengaan.

Maar zomaar al die bladeren afwerpen zou zonde zijn. Want bladeren bevatten allerlei nuttige stoffen. Suikers, eiwitten, noem maar op. Daarom begint de eik in de herfst een grootscheepse actie, net als de meeste andere bomen die hun bladeren verliezen. De eik gaat alle belangrijke stoffen in de bladeren terughalen. Bladcellen worden afgebroken. Daarna begint de grote `terughaal-actie'. Bijna alles gaat naar de stam en de wortels. Eiwitten, water, koolhydraten, zouten, suikers. Ook de groene pigmenten, die normaal het zonlicht opvangen, gaan retour. Daardoor verdwijnt de groene kleur. Wat overblijft is een blad zonder inhoud. Alleen de wanden tussen de cellen blijven intakt. Die geven het eikeblad een gele kleur. Soms blijven er wat rode of oranje pigmenten achter, die geven het blad een mooie vuurkleur.

Als alle stoffen terug zijn gehaald, wacht de volgende grote taak. Op de plek waar de bladstengel aan een tak zit, gaan cellen zich delen. Zo ontstaan er twee nieuwe cellaagjes op die plek. Ze zijn opgebouwd uit speciale cellen. Die zijn kurkachtig en zwak. Ze zitten niet erg stevig aan elkaar vast. Als het begint te waaien breekt het blad op deze plek makkelijk af. De breuk loopt tussen de twee cellagen. De ene cellaag zit aan het afvallende blad, de andere zit nog aan de stam van de eik en vormt daar meteen een bescherming. Zou die kurkachtige laag er niet zitten dan zouden bacteriën en schimmels de eik binnen kunnen dringen. De eik zou ziek kunnen worden en sterven. Met die kurklaag beschermt hij zich. Langzaam verliest de eik steeds meer bladeren. Hij kan aan de winter beginnen.