Stampen met je voeten, zwaaien met je rok

In een zaaltje in Amsterdam staan tien Spaanse meisjes. Tenminste, zo zien ze er uit. De meisjes hebben zwierige rokken aan met een heleboel stippen erop, en echte damesschoenen met hoge hakken. Ook hebben ze allemaal een gestreept tasje bij zich met houten kleppers erin. De meisjes kijken streng naar zichzelf in grote spiegels aan de muur. Dan klinkt uit een box gitaarmuziek en een beetje zeurderig gezang. De flamenco-les is begonnen.

"De flamenco is een Spaanse volksdans", legt Eveline Fijen (7) uit. "Die dansen ze daar op een feest, maar soms ook gewoon op straat." Zelf zit ze al sinds haar vierde op les, samen met haar zus Maartje (9). Elke week leren ze nieuwe pasjes, die er heel moeilijk uitzien. Zo moeten ze met hun linkerhiel stampen en meteen daarna met hun rechterteen de grond aantikken. Heel snel en vaak achter elkaar. Dat maakt zo veel lawaai dat je de muziek bijna niet meer hoort. Ook klappen de meisjes veel in hun handen. Hun polsen draaien ze hoog in de lucht of juist halverwege hun buik. Maartje: "Het is allemaal heel sierlijk". Eveline: "En ook best goed voor je lichaam".

Het belangrijkste van de dans is de rok, volgens de zusjes. Daarom kleden ze zich niet alleen mooi aan voor optredens, maar ook voor de lessen. Eveline heeft een blauwe rok met zwarte stippen en allemaal roesjes aan de onderkant. Hij is speciaal voor haar gemaakt door een flamenco-winkel uit Amsterdam. Maartje kwam er een tijdje geleden achter dat die van haar te klein was geworden. "Daarom heb ik nu een gewone omslagrok van m'n moeder aan. Uit de verkleedkist." Gelukkig kan ze die net zo goed optillen en opzij slaan als de andere meisjes. In een lange rij lopen ze zo door de zaal, wat er al bijna als een echte dans uit ziet.

Luna Wong Lun Hing (8) heeft een Spaanse voornaam - "dat betekent maan" - en draagt rode schoenen met witte stippen. Af en toe wiebelt ze een beetje door de hoge hakken, maar dat zie je nauwelijks tijdens het dansen. Waarom er zo veel stippen zitten op flamenco-kleren, weet ze niet. Juf Teresa, die uit Spanje komt, vertelt dat alles mee moet doen bij de flamenco: je gezicht, voeten, heupen, armen en handen, maar ook je kleren. Voor een verdrietige flamenco-dans kun je best een zwarte jurk aantrekken, maar een vrolijke flamenco ziet er leuker uit als je kleren goed opvallen. Aan het eind van de cursus zullen de meisjes optreden in een theater, met gitaristen, en moeten ze er nog feestelijker uit zien. Dan nemen ze waaiers mee, doen ze bloemen in hun haar of dragen ze grote sjaals om hun schouders met lange slierten aan de randen.

Als de danspasjes zijn geoefend, gaan de meisjes in een kring zitten. Het is tijd voor de kleppers, de zogenaamde castagnetten (dat spreek je uit als: kastanjetten). De meisjes moeten een rechte rug maken en hun armen op borsthoogte voor zich buigen. Dan geven ze met hun vingers snelle tikjes op de kleppers die ze vasthouden. Het klinkt alsof er een heleboel paarden over straat draven. Julie Nielen (8) vindt dit het leukste aan de flamenco. Maar thuis oefenen, doet ze niet: "Dan wordt de buurvrouw gek." Dat je de flamenco niet overal kunt dansen, vinden wel meer meisjes jammer. Maartje Fijen: "Wij hebben een houten vloer die net gelakt is, dus we mogen het voetenwerk niet oefenen." Eveline Fijen: "Maar als we verhuisd zijn kan het wel, dan komt er een hobbyruimte in de schuur."

De meeste meisjes willen dolgraag een keer naar Zuid-Spanje. Daar werd de flamenco zo'n tweehonderd jaar geleden bedacht door zigeuners en wordt hij nog steeds veel gedanst. Er bestaan zelfs speciale flamenco-scholen in Spanje. Maartje: "Eigenlijk zouden we in de herfstvakantie gaan. Maar toen kreeg mijn moeder kiespijn." Liza Rubinstein ("binnenkort 10") ging afgelopen zomer voor het eerst naar een Spaans flamenco-optreden. "Dat was heel leuk. Ik zag allemaal dansen die wij ook hebben geleerd. Zoals sevillanas, die dans je met z'n tweeën." Arwen Kreekel (9) weet zeker dat ze binnenkort naar Spanje gaat. "Ik zou best flamenco-danseres willen worden", zegt ze. "Maar ik wacht nog even. Misschien is de universiteit ook leuk."

Flamenco-lessen voor kinderen in Amsterdam, inl. Teresa Jaldon: 020-6765923. Ook jongens zijn welkom. Er zijn drie verschillende groepen: voor kinderen tot 7 jaar, voor kinderen ouder dan 7 jaar, en voor gevorderde kinderen. Twaalf lessen kosten ƒ 150,- voor kinderen jonger dan 7 jaar, en ƒ 160 voor gevorderden en voor kinderen vanaf 7 jaar.