Schijngestalten van de liefde

Zoals de Eskimo-taal meer dan een dozijn verschillende woorden voor het begrip `sneeuw' kent, zo heeft het Arabisch negen aanduidingen voor `liefde'. Tenminste, dat valt te leren uit de voor de Booker Prize genomineerde roman The Map of Love van de Egyptisch-Engelse schrijfster Ahdaf Soueif. `Hubb is liefde', noteert een van de personages in haar dagboek; `ishq is liefde die twee mensen met elkaar verbindt, shaghaf is liefde die nestelt in de kamers van het hart, hayam is liefde die over de aarde zwerft, teeh is liefde waarin je jezelf verliest, walah is liefde die droefenis in zich draagt, sabadah is liefde die uit je poriën wasemt, hawa is liefde die haar naam deelt met `lucht' en `vallen' [sic], gharam is liefde die bereid is offers te brengen.'

Bijna al deze schijngestalten van de liefde komen aan bod in Soueifs dubbeldikke tweede roman over het Egypte van nu en het Egypte van een eeuw geleden. Want The Map of Love gaat over mannen en vrouwen die elkaar hartstochtelijk liefhebben en daarbij problemen moeten overwinnen. Zo is er de ondernemende Engelse society-dame Anna Winterbourne, die rond 1900 op een toeristisch tripje naar de Sinaï gekidnapt wordt en een relatie begint met de man die haar redt uit de handen van de anti-Britse vrijheidsstrijders: ze wordt uitgestoten door haar landgenoten, die in het `Versluierde Protectoraat' Egypte de dienst uitmaken, terwijl haar Sharif heen en weer geslingerd wordt tussen zijn verlangen naar een rustig gezinsleven en zijn ideaal van een onafhankelijk Egypte. Dan is er Anna's achterkleindochter Isabel Parkman, die anno 1998 verliefd wordt op een Amerikaanse Egyptenaar die niet alleen twintig jaar ouder is maar bovendien een verre oom blijkt. En ten slotte Amal, de Egyptische zuster van Isabels geliefde die zich aangetrokken voelt tot een getrouwde zakenman die contacten onderhoudt met de door haar verfoeide Israeliërs.

Wat al hun verhalen met elkaar verknoopt, is een hutkoffer met deels Arabische paperassen die Isabel aantreft in de boedel van haar demente moeder. Geen doos van Pandora, zoals ze aanvankelijk vreest, maar een pak van Sjaalman waaruit het levensverhaal van haar overgrootmoeder Anna gedestilleerd kan worden. Dat laatste wordt gedaan door Amal, die de brieven van Anna rangschikt en aanvult met haar eigen verbeelding. Het maakt The Map of Love tot een opvallend geconstrueerd boek, waarin heden en verleden vloeiend in elkaar overlopen, het perspectief voortdurend verschuift, en overtuigend 19de-eeuws (brieven)proza wordt afgewisseld met 20ste-eeuwse vertelkunst.

The Map of Love is een roman over cultuurverschillen, zoals de oplettende lezer al had vermoed toen hij een Henry James-achtige naam als Isabel Parkman tegenkwam. Maar ten minste zo belangrijk als de frictie tussen de verdorven westerse wereld en de ouderwets onschuldige Oriënt, is Ahdaf Soueifs tekening van de plagen van Egypte: rond de eeuwwisseling het Britse imperialisme, dat de moderne ontwikkeling van Egypte in de kiem smoort, en rond de millenniumwisseling de strijd tussen de politiestaat van president Mubarak en de desperate terroristen uit de fundamentalistische hoek. Bij tijd en wijle, en vooral tegen het einde, leest The Map of Love zelfs als een onvervalst geëngageerde roman, waarin de toch al zo brave personages niet meer dan spreekbuizen zijn van de politieke denkbeelden van de schrijfster.

Salon-engagement is niet het enige bezwaar dat je kunt aanvoeren tegen The Map of Love, dat zich bien étonné samen met Coetzees Disgrace op één shortlist bevindt. Soueif schreef het dikste van de genomineerde boeken, maar ze heeft heel wat minder te vertellen dan Anita Desai, Andrew O'Hagan en Colm Toíbin, die zich net als zij op de familieroman hebben gestort. Liefde overwint alles (behalve bommen en granaten), luidt de nauw verholen moraal van The Map of Love. Dat zou overkomelijk zijn als Soueif niet gevaarlijk dicht tegen de stijl en de opbouw van de damesroman aanschurkte. De ouderwetse romantiek ligt er dik bovenop, jammer genoeg zijn de hoofdpersonen te braaf om de lezer voor zich te winnen.

Je kunt Soueif prijzen om het (geïdealiseerde) beeld dat ze geeft van Egypte in de twintigste eeuw. Maar in de tijd waarin je `De landkaart van de liefde' leest, zou je twee of misschien drie andere romans van de Booker-lijst kunnen lezen. Dat alleen al is genoeg reden voor een negatief leesadvies.

Ahdaf Soueif: The Map of Love. Bloomsbury, 529 blz. ƒ67,45