Praten over aardbeving is taboe in de crèche

Veel Turkse kinderen hebben de zware aardbeving van 17 augustus nog niet verwerkt. In het rampgebied groeit een hele generatie kinderen op met zware psychologische problemen.

Ze is pas zes, hoewel ze er zelf heilig van overtuigd is dat ze al acht is. Op haar fietsje lijkt ze de koning te rijk. Ze lacht, toetert, en stopt af en toe om even naar vriendinnetjes te zwaaien. Alleen haar tekeningen onthullen dat achter haar vrolijke lach verdriet schuilgaat. Aylin had vroeger een huis, maar na de aardbeving die West-Turkije op 17 augustus trof, woont ze met haar vader en moeder in een opvangkamp bij de stad Izmit.

Ze praat nooit over de aardbeving, vertelt haar onderwijzeres, maar haar tekeningen spreken boekdelen. Ze woont nu in een tent, maar op alle tekeningen staan stevige, mooie huizen met een prachtige voordeur. Het kamp ligt pal naast de snelweg, maar op de tekeningen is geen auto te zien, alleen groene bossen en een vriendelijke zon. In het kamp is de stress onder de mensen levensgroot, maar op Aylins tekeningen is iedereen blij. Volwassenen lachen en houden elkaars hand vast: Aylin werkt hard om de aardbeving van 17 augustus voor altijd uit haar wereld te verbannen.

Aylin is niet het enige kind dat het trauma van de aardbeving nog niet heeft verwerkt, vertelt leidster Seda, die na de ramp vrijwillig naar het kamp gekomen is om de crèche te runnen. Elke ochtend weer is het een drama bij de crèche. De kinderen willen de moeders niet laten gaan, zegt Seda, omdat ze bang zijn dat er later die dag iets gaat gebeuren waardoor ze hun ouders nooit meer zullen zien. ,,Lang, lang'' duurt het volgens Seda voordat de kinderen gekalmeerd zijn en de medewerksters van de crèche hen tot spelen kunnen bewegen. Onder de kinderen is de stress zo groot, dat de medewerksters de aardbeving tot taboe hebben uitgeroepen. Geen woord wordt er gezegd over de ramp, vertelt Seda, omdat de medewerksters bang zijn het fragiele psychologische evenwicht van de kinderen te verbreken. Ook onderling zwijgen de kinderen over wat hen het diepste bezighoudt.

De Turkse autoriteiten zien het militaire kamp Mehmetcik II, waar Aylin met haar familie verblijft, als een heraut van een nieuwe toekomst voor het rampgebied. In andere kampen klagen de mensen over lekkende tenten, maar in Mehmetcik II dringt er geen druppel door het canvas heen. Elders wassen kampbewoners hun kleren met de hand, maar hier staat een lange rij gloednieuwe wasmachines die de kampbewoners gratis mogen gebruiken. In Mehmetcik II is er zelfs een speciale tent met computers, compleet met een aansluiting op het Internet. ,,Turkije maakt het in de wereld, want Turken studeren, werken en ze zijn sterk'', zo steekt de tekst op de buste van Atatürk, de vader van de Turkse Republiek, bij de Internet-tent de kampbewoners een hart onder de riem.

Maar of de kinderen in het kamp de kracht hebben die Atatürk hun toedicht, is zeer de vraag. Veel oudere kinderen plassen 's nachts weer in hun bed, of worden gillend wakker door nachtmerries. En zo leert het kamp een bittere les over de toekomst van Turkije: in het rampgebied groeit een hele generatie kinderen op met zware psychische problemen. Als alles rond Izmit weer is opgebouwd, zal de aardbeving nog steeds door hun hoofden blijven spoken.

Op de kampschool proberen de leerkrachten met kinderen die iets ouder zijn dan Aylin te praten over wat er gebeurd is. De kinderen zijn nog zo gestresst door de ramp, dat ze zich niet kunnen concentreren en normale lessen onmogelijk zijn. En dus sporten de leerkrachten met de kinderen, of ze vragen ze om tekeningen of opstellen te maken. En dan gaat het deksel van de beerput af, vertelt Nermin Sisçi, als psychologe aan de school verbonden. ,,Een leerkracht vroeg aan een klas: schrijf een opstel over de spelletjes die je met je beste vriendje of vriendinnetje doet'', vertelt de psychologe. ,,Een van de kinderen schreef: ik heb geen vrienden en vriendinnen meer, want iedereen is om het leven gekomen bij de aardbeving.'' Of ingrijpen resultaat oplevert, is de vraag, aldus Sisçi. ,,Wat we hier doen, is niet meer dan een druppel in de oceaan. Als kinderen een of beide ouders hebben verloren, is de schade onherstelbaar. Als die er nog wel zijn, is er een kans dat de kinderen er weer overheen komen.''

Maar hoe groot is die kans? Ook de vaders en moeders zijn immers zwaar getraumatiseerd door de aardbeving, en dragen die stress over op hun kinderen. De ouders van Merwe (12) hebben al een aantal keren met de psycholoog gepraat, maar veel geholpen heeft het niet. ,,Vroeger maakten we grapjes bij het eten en praatten we. Nu zwijgen we en gaan we na het eten meteen naar bed.'' 's Nachts ligt Merwe wakker en denkt ze aan de aardbeving – maar ze piekert ook over haar ouders. Ook Eda (15) heeft zorgen om haar ouders. Haar vader woont in het buitenland, en ook na de aardbeving wilde de rest van de familie dat graag zo laten. Haar moeder was al gek voor de aardbeving, zegt ze zonder blikken of blozen, maar nu is ze helemaal niet meer te houden. Eigenlijk moet ze het van haar oom hebben. Die probeert hun tent, een eindje buiten het kamp, te verbeteren, maar als er ook maar iets fout gaat, krijgt ook hij direct een woedeaanval.

`Studeer, werk, en wees sterk.' Voor de meeste kinderen van het kamp lijkt Atatürks wijze raad net iets te hoog gegrepen. Maar er zijn uitzonderingen. Ilknur (13) woont in het kamp naast Mehmetcik II maar ze is niet weg te slaan bij de militairen. De reden is simpel: de Internet-tent. In Mehmetcik II heeft ze de computer ontdekt. ,,Een dag had ik stress na de aardbeving'', vertelt ze, ,,maar toen was het voorbij. Nu lach en dans ik weer.'' En in het kamp heeft ze iets heel belangrijks ontdekt: ze wil later gaan werken met computers. Ze kan nu nog alleen spelletjes doen, maar ze rust niet, vertelt ze, voordat ze de digitale snelweg op is. ,,Ga je mee?'' zegt ze tegen haar vriendinnetje Merwe. Twee minuten later zitten ze samen lachend achter de computer.