Napoleon gevangen tussen de wolken

Hoe indringend bossen, rotsen en rivieren het culturele denken van de mens beïnvloeden, toonde de historicus Simon Schama aan in zijn prachtige boek Landschap en herinnering. Hij ontleedde de associaties, de herinneringen en mythen die zo'n bijzondere plek in de natuur in de loop der eeuwen had opgeroepen en de neerslag daarvan in literatuur en beeldende kunst.

Met De donkere kamer van Longwood voegde Jean-Paul Kauffmann in zekere zin een hoofdstuk toe aan het werk van Simon Schama. Kauffmann is gefascineerd door het eiland Sint-Helena. Hij wil het eiland doorvoelen, schilderijen waarop het staat afgebeeld doorgronden en van alle kanten belichten. Hij zet al zijn zintuigen in om de atmosfeer ervan te proeven en vervolgens minutieus te beschrijven. Sint-Helena is een klein, winderig, onherbergzaam eiland in de Atlantische Oceaan, ergens tussen Brazilië en Angola, dat zijn bekendheid dankt aan het feit dat Napoleon er, na zijn nederlaag bij Waterloo, de laatste zes jaar van zijn leven doorbracht.

Kauffmann heeft niet de ambitie het zoveelste geschiedkundige werk te schrijven over Napoleon of over Sint-Helena. Hij heeft zich zelfs nooit tot de beruchte Keizer der Fransen aangetrokken gevoeld, bekent hij al in de eerste zin van het boek. Wat Kauffmann fascineert is wat er in de man Napoleon omging tijdens de dagen, de weken, de jaren die hij in de donkere vertrekken van Longwood doorbracht. Longwood was weinig meer dan een tot woonhuis verbouwde barak, een voormalige stal, gelegen op een kale hoogvlakte. Welke gedachten spookten er door zijn hoofd, terwijl de regen en de wind tegen de muren van zijn vochtige, klamme, allesbehalve keizerlijke onderkomen beukten? Hoe keek hij terug op zijn leven vanuit het volledige isolement van Sint-Helena?

Het zijn gedachten die ook Kauffmann zelf bij de keel moeten hebben gegrepen, toen hij, jaren voordat hij dit boek schreef, als journalist in Libanon werd ontvoerd en drie jaar lang werd gegijzeld door een terreurgroep van de Islamitische Jihad. De helse tijd die hij vastgeketend, geblinddoekt, ondergronds en geïsoleerd doorbracht vindt een echo in zijn huidige fascinatie voor thema's als gevangenschap en ballingschap. Eerder schreef Kauffmann een reisverhaal over L'arche des Kerguelen (1993), ook een oord van ballingschap en vergetelheid.

De donkere kamer van Longwood is enerzijds een aangrijpende mijmering over het verstrijken van de tijd en tegelijkertijd een reportage van Kauffmanns reis naar Sint-Helena, waar hij één week doorbracht. Iedere dag bezoekt hij een volgend vertrek van Longwood, waar Frankrijks overwonnen keizer, in gezelschap van enkele getrouwen, door de Engelsen werd gehuisvest. Longwood is donker, ongezond vochtig en vergeven van de ratten. De ruiten zijn altijd bedekt met een klamme waas. Kauffmann wordt vooral gegrepen door de geur: beschimmelde kelderlucht, vermengd met een eigenaardige tropische geur, waarin hij `de geur van gevangenschap' herkent. Kauffmann raakt geobsedeerd door het bad waarin Napoleon vele uren doorbracht om zijn eczeem tot rust te laten komen. Hij gaat stiekem in diens bed liggen en peinst over de betekenis van de lege blik waarmee de veldheer op een schilderij staat afgebeeld. Longwood, de volmaakte illusie van het verleden, `het huis van de hervonden tijd'.

Op dergelijke momenten is Kauffmanns taal barok, soms op het bombastische af, vol omhaal en melancholie. Zijn meededogen met de gevangene is groot. De man die zelf ooit meedogenloos over een groot deel van de wereld heerste, moet zich nu de pesterijen van de Engelse gouverneur laten welgevallen. Hij heeft wel veel bewegingsvrijheid, maar de wetenschap opgesloten te zitten in een `wolkengevangenis', een `luchtcachot', waaruit ontsnapping onmogelijk is, is erger dan zicht op ijzeren tralies.

Kauffmann stelt zich voor hoe de keizer zijn dagen vult met het dicteren van zijn memoires. Voor iedere trouwe dienaar, die hem vrijwillig in ballingschap vergezelde, heeft hij een deel van zijn leven gereserveerd, zodat zij geen reden hebben voor onderlinge jaloezie. Toch herhaalt hij zich eindeloos – een gevolg van de dodelijke verveling en lethargie die sluipend hun intrede doen op Longwood.

Levendig is Kauffmann wanneer hij schrijft over zijn excursies op het eiland, al dan niet in gezelschap van de passagiers die met hem samen de overtocht maakten. Hij verbaast zich erover dat er op Sint-Helena nergens Napoleonsouvenirs te koop zijn. Geen enkele Heleniaan vindt Napoleon een interessant gespreksonderwerp. Liever discussieert men op dit eiland, waar de televisie zijn intrede nog niet heeft gedaan, over de aanleg van een vliegveld. Alleen de excentrieke Franse ex-consul (het landhuis Longwood is Frans eigendom op het Engelse grondgebied van Sint-Helena) is een waardig gesprekspartner voor de historische archeoloog die Kauffmann is. Ook hij maakt pendeltochten naar het verleden. Ook hij is op zoek naar een blik op `het onontwarbare web van de tijd'.

Voor Kauffmann is De donkere kamer van Longwood de geschiedenis van een langzame desintegratie. De veronderstelling dat Napoleon vergiftigd zou zijn lijkt hem een fabeltje. Napoleons energie werd verteerd door zijn wanhoop over het feit dat hij aan zijn lot was overgelaten, meent Kauffmann. Napoleon stierf aan de gevolgen van eenzame opsluiting, `een vorm van erosie, die uiteindelijk de levensdrift vernietigt.'

Totdat hij werd gedwongen zijn intrek te nemen in het sombere Longwood, vertoefde Napoleon graag in een tuinhuis gelegen in een groene vallei, de enige lieflijke plek van het eiland. De mens hunkert ernaar om in de natuur troost te vinden voor onze sterfelijkheid, schrijft Simon Schama. Dat hij onsterfelijk zou worden stond voor Napoleon vast. Hoe hem de troost werd onthouden, lezen we, prachtig verwoord, in het boek van Jean-Paul Kauffmann.

Jean-Paul Kauffmann:

De donkere kamer van Longwood. Reis naar Sint-Helena. Uit het Frans vertaald door Edu Borger.

De Arbeiderspers, 267 blz. ƒ39,90