Michel Foucault: Les mots et les choses, 1966

Een goede punchline kan zelfs het meest ondoorgrondelijke boek het gesprek van de dag maken, en een goede punchline hàd Les mots et les choses (De woorden en de dingen), de filosofische bestseller die Michel Foucault in de zomer van 1966 een van Frankrijks meest toonaangevende intellectuelen maakte. `De mens is een uitvinding waarvan de archeologie van ons denken gemakkelijk de jonge datum kan aantonen. En misschien ook het naderend einde. Als die dispositie [die de mens mogelijk maakte] mocht komen te verdwijnen zoals zij ook ooit verschenen is, dan mogen we wedden dat de mens zal worden uitgewist, zoals een gezicht in het zand aan de rand van de zee.'

Dat waren, enigszins ingekort, de slotzinnen van het boek waarvan Foucault hoopte dat het misschien door tweeduizend specialisten in de ideeën- en wetenschapsgeschiedenis gelezen zou worden. In werkelijkheid was de eerste druk van vijfendertighonderd exemplaren binnen een week uitverkocht, nog voordat er één recensie verschenen was. `Foucault als warme broodjes over de toonbank', kopte het intellectuele weekblad Le Nouvel Observateur een paar weken later. Tegen het eind van dat jaar kroop het aantal verkochte exemplaren al naar de twintigduizend – zelfs in het Frankrijk van Sartre een enorm succes voor een filosofisch werk.

Misschien dankte Foucault een deel van dat enthousiasme wel aan Sartre, al was het maar op een negatieve manier. `Het einde van de mens' klonk als een oorlogsverklaring aan het humanisme dat Sartre direct na de oorlog in zijn geruchtmakende rede L'existentialisme est un humanisme voor zich had opgeëist. Het is waar dat hij daarna het marxisme had omhelsd, en daarmee een onbarmhartige geschiedfilosofie die het humanisme als een burgerlijk aftreksel van christelijke weekhartigheid beschouwde. Maar dat het uiteindelijk de mens was die vanuit zijn eigen wil en verantwoordelijkheid de geschiedenis maakte, bleef voor Sartre een geloofspunt.

Geen wonder dat Foucault het hard moest ontgelden, toen Sartre in de herfst van 1966 in het tijdschrift L'arc `antwoord gaf', zoals de titel van het daarin opgenomen vraaggesprek luidde. Antwoord aan wie? Aan de `jonge generatie' filosofen die volgens Sartre zowel de geschiedenis als het zelfstandig denkende en handelende subject uit het denken probeerden weg te schrijven. Vier jaar eerder had de antropoloog Claude Lévi-Strauss – eigenlijk een generatiegenoot van Sartre – in zijn boek Het wilde denken het vuur geopend op het denken dat de mens als de bron en het einddoel van alles beschouwde. En in 1965 had Louis Althusser in de bundels Pour Marx en Lire `Le Capital' het denken van Marx losgeweekt uit het historische schema van emancipatie en zelfbevrijding waarom Sartre het nu juist omarmd had.

Het jaar daarop vergrepen de `jongeren' zich aan de beide andere denkers die golden als de grote wegbereiders van de twintigste-eeuwse filosofie. De psycho-analyticus Jacques Lacan ontwikkelde in zijn bundel Écrits (Geschriften) een interpretatie van Freud waarin de taal de plaats van het onbewuste innam. En nu was er dan de historicus Foucault, die – geïnspireerd door Nietzsche – de geschiedenis beschreef als een opeenvolging van werkelijkheidsbeelden (epistèmè's) waarop mensen nauwelijks vat hadden.

Dat uitgerekend Foucault de lieveling werd van het grote publiek – zoals Lévi-Strauss dat ruim tien jaar eerder met zijn fascinerende reisverslag Tristes tropiques was geweest – was te danken aan de gedrevenheid waarmee hij zijn denkbeelden verwoordde, in toom gehouden door de vormvastheid van een zeer klassieke Franse retoriek. Terwijl Lacan vaak opzettelijk streefde naar duisterheid en de marxist Althusser zich nooit geheel heeft kunnen bevrijden van het betonnen proza der kameraden, legde Foucault een zekere literaire elegantie aan de dag. Les mots et les choses is geschreven in een stijl die in vertaling – en in een andere culturele context – veelal slecht stand houdt, maar die voor wie ermee vertrouwd is een aangename doorzichtigheid suggereert.

Toen Foucault in 1961 promoveerde op zijn dissertatie Histoire de la folie (Geschiedenis van de waanzin) was die woordkunst zijn examinatoren al opgevallen. `De heer Foucault heeft beslist schrijverstalent', meldde het promotieverslag, al ontdekte het in dat talent ook wel enig effectbejag. In de jaren die daarop volgden had Foucault aansluiting gevonden bij literaire kringen en zijn stijl gescherpt. Het meest overtuigende resultaat daarvan was een verbluffende, meesterlijk neergeschreven analyse van het schilderij Las meninas van Velázquez, die Foucault op aanraden van zijn uitgever als eerste hoofdstuk in Les mots et les choses opnam. Gesandwiched tussen dit overrompelende begin en de slotzin die al snel in ieders mond bestorven lag, kreeg Foucaults specialistische betoog spelenderwijs de status van een cultboek.

Het was een meesterzet met zo'n aanschouwelijk hoofdstuk te beginnen. Daardoor kon iedere lezer zich iets voorstellen bij het Foucaults kronkelige zoektocht door de geschiedenis, waarin de wereldorde ooit bepaald was geweest door de blik van God – en zijn plaatsvervanger de koning –, maar aan het eind van de achttiende eeuw ging afhangen van de mens zelf. Die laatste onderzocht de wereld nu op een nieuwe, wetenschappelijke manier, maar tegelijk bleef hij volgens Foucault de bron en de voorwaarde van de orde die hij daarin ontdekte. Toegepast op het schilderij van Velázquez: wat we daarop zien, zien we vanuit het gezichtspunt van de koning. Maar als Gods plaatsvervanger de koning verdwijnt, zien we het alleen nog maar vanuit ons eigen, menselijke gezichtspunt. Tegelijk komen we de mensen die wij zijn in het schilderij weer tegen, als de figuren die erop zijn afgebeeld.

Vooral in de menswetenschappen werd volgens Foucault die dubbelzinnige status van de moderne wetenschappelijke blik zichtbaar. Die vaststelling was op zichzelf niet opzienbarend. Ook in Duitsland woedde in die jaren een heftige `positivisme-strijd' met de wetenschappelijke grondslag van de menswetenschappen als inzet. Opmerkelijker was Foucaults cultuurhistorische interpretatie daarvan. De dubbelzinnige positie van de mens volgde uit het feit dat deze als fundament van kennis de plaats van God (de vorst) had ingenomen en tegelijk als object van kennis mens was gebleven. Wie het met de dood van God werkelijk ernst was, ontkwam er dus ook niet aan dit menselijke zelfbeeld dood te verklaren. Dat was het geheim van de slotzin van zijn boek. Het was de manier waarop Foucault het denken van Nietzsche meende te voltooien: de dood van God sleepte vanzelf de dood van de mens met zich mee.

Maar die mens was nu juist de autonome mens van het moderne denken, die gemeend had zijn eigen geschiedenis en bevrijding te kunnen voortbrengen. Het was de mens van Sartre, van het communisme en zelfs van het christelijk humanisme. François Mauriac moest dan ook met verbazing vaststellen dat hij tegenover Foucaults radicaliteit bijna met Sartre begon te sympathiseren. Voor Foucault moest hun mensbeeld het afleggen tegen dat van de wetenschappen die zich niet meer op het dogma van de menselijke spontaniteit baseerden: de taalwetenschap, de etnologie en de psychoanalyse. Dat waren de voorhoede-disciplines van wat men toen `structuralisme' begon te noemen: `het wakkergeschrokken, onrustige bewustzijn van de moderne kennis', zoals Foucault het in Les mots et les choses nog wervend noemde.

In het jaar 1966 leek het structuralisme heel even een gemeenschappelijk project van Lacan, Foucault, Lévi-Strauss en Roland Barthes, die op een beroemd geworden spotprent in Le Monde werden afgebeeld als vier beraadslagende indianen in rieten rokjes. Lang heeft dat niet geduurd. Een paar jaar later bezwoer Foucault dat hij nooit structuralist geweest was en ging, net als de meeste van zijn kortstondige reisgenoten, zijn eigen weg. Tenslotte zou in zijn boeken zelfs het `subject' weer terugkeren, zij het op een heel andere manier dan bij Sartre. Het structuralistisch project bleef achter als een gezicht in het zand, aan de rand van de zee.

Michel Foucault: Les mots et les choses.

Gallimard, 400 blz. ƒ29,05

Nederlandse vertaling uitverkocht