Liedjes die blijven leven

Soms word je 's ochtends wakker en vóór je iets hebt gedacht zit er al iemand of iets te zingen in je hoofd. Of die begint meteen te neuriën als je naar de badkamer loopt. Ik had het laatst. Deed mijn ogen open, zocht in het donker de badkamer en meteen klonk er krakerig `Ik zou je `t liefste, in een doosje willen doen' en daarbij liet ik de woorden een beetje Engels klinken, zoals Donald Jones ze zong, `ik sou je' `in een doosje oewillen dhoen'. Ik zong het niet heel mooi, maar het was toch wel herkenbaar. Het was een liedje van Harry Bannink, dat wil zeggen: die schreef de melodie. De woorden waren van Annie M. G. Schmidt. Het gebeurt eigenlijk wel vaak dat ik onder de douche iets zing van Harry Bannink en Annie Schmidt. Komt omdat er zo véél liedjes zijn van die twee samen. Alle liedjes van Ja zuster, nee zuster, van De stratemaker op zeeshow, en De film van ome Willem. `Duifjes, duifjes, kom maar bij Gerritje, wat zou je vechten om één zo'n errewtje.' Zulke liedjes.

Annie Schmidt is vier jaar geleden overleden. En nu is Harry Bannink ook dood. Dat is raar, dat iemand die je altijd neuriet er niet meer is. Hoewel je ook kunt denken: iemand van wie je de liedjes zingt, die blijft gewoon bestaan. Telkens als je probeert om op de goede wijs te zingen over Anna Suzanna (zij kwam nooit weerom) en vooral als je dan heel mooi `doe pie doe pie doe' doet, dan leeft Harry Bannink weer even. Zo iemand, die zoveel muziek heeft gemaakt, die blijft eigenlijk heel lang. We praten ook nog steeds over Mozart, over Bach, over Händel en Purcell - allemaal mensen die lang geleden iets in hun hoofd hoorden zingen en die dat opschreven. En nu, eeuwen later, kunnen wij wakker worden en precies in ons hoofd horen wat zij toen ook hoorden. Alsof eeuwen helemaal niet bestaan.

Misschien is Harry Bannink niet zo beroemd en niet zo knap als Mozart. Maar hij is toch wel zo knap dat mijn vader kan zingen van `M'n opa, m'n opa, m'n opa, in heel Europa is er niemand zoals hijijij...' en dat kinderen die jammergenoeg helemaal nooit iets van Ja zuster, nee zuster hebben kunnen zien omdat ze bij de televisie alles hebben weggegooid, toch weten hoe dat gaat, `in een rijtuigie' (`en maar kijken naar de KONT, van het paard') en dat bijna iedereen die zoiets zingt een goed humeur heeft of krijgt. Nederland is vol Harry Bannink. Jammer voor het buitenland eigenlijk, dat ze hem niet hebben gehad. Maar nu is het te laat, nu kunnen ze hem niet meer krijgen. Maar wij kunnen hem wel houden. Door te zingen.