`In Servië steunt 70 procent regime noch oppositie'

Momcilo Perišic was stafchef van het Joegoslavische leger, tot Miloševic hem om de kwestie-Kosovo ontsloeg. Nu ijvert de generaal voor het vertrek van Miloševic: het is de enige manier om het isolement van Servië te beëindigen.

,,Als onze volkeren van land zouden wisselen, als wij naar Nederland zouden gaan met onze leiders en jullie zouden hier komen met jullie leiders, dan zouden we hier nòg dezelfde problemen hebben als nu.'' Generaal Momcilo Perišic, voormalig stafchef van het Joegoslavische leger, begeeft zich sinds een maand of twee in de politiek. Voor alles blijft hij echter de strateeg die zich graag in geopolitieke termen uitdrukt.

Eind vorig jaar werd de chef van de generale staf na vijf jaar trouwe dienst als legerleider opzijgeschoven. Perišic had kritiek op de manier waarop zijn president Slobodan Miloševic het probleem-Kosovo dacht op te lossen, en dan met name op de manier waarop de sterke man van Joegoslavië daarbij het leger dacht te gebruiken.

Deze zomer voegde de generaal zich publiekelijk bij de tegenstanders van het regime, met een eigen partij, de Beweging voor een Democratisch Servië. Perišic steunt het streven van de oppositie naar vervroegde verkiezingen, maar denkt een eigen electoraat te kunnen mobiliseren en behoudt afstand tot de andere oppositiepartijen. ,,Wij proberen de zeventig procent van de kiezers wakker te schudden die tot het regime noch de oppositie behoren.''

De partij van Perišic (die overigens in Kroatië bij verstek tot twintig jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens oorlogsmisdaden, die hij in de oorlog in Kroatië in 1991 zou hebben begaan) probeert een positie te verwerven bij het publiek dat de eeuwige machtsstrijd tussen regime en oppositie zat is. ,,De regering probeert met alle mogelijke middelen aan de macht te blijven, terwijl de oppositie probeert met alle mogelijke middelen aan de macht te komen. Zij staan recht tegenover elkaar en zetten elkaar daardoor feitelijk buitenspel en dat kan tot chaos leiden. Mijn Beweging voor een Democratisch Servië vecht tegen het regime omdat het een aantal zeer schadelijke beslissingen heeft genomen. Maar we verzetten ons ook tegen oppositiepartijen die geweld willen gebruiken om aan de macht te komen. Burgeroorlog is geen optie.''

Perišic behoorde tot vorig najaar tot de kleine kring vertrouwelingen rond de Joegoslavische president. Kosovo werd het breekpunt. Perišic vond dat Miloševic alles moest doen om een oorlog te voorkomen, maar de Joegoslavische leider had andere plannen. ,,Alle legers van de wereld moeten luisteren naar de burgerleiding van hun land. Maar dat geldt alleen als de staatsleiding in het belang van de burgers werkt. Zodra dat niet meer het geval is, hoeven legers niet meer te gehoorzamen. En dáárom ben ik ontslagen'', zegt de generaal er nu over.

De stafchef zag aankomen dat zijn soldaten in Kosovo zouden worden ingezet voor verkeerde doeleinden. Toch zegt hij nu, gestoken in het onberispelijke pak van een politicus, dat hij nooit een militaire staatsgreep heeft overwogen. ,,Wij zijn Europeanan, geen Pakistanen. In Europa horen geen militaire coups thuis. Dat zou de druppel zijn die de emmer hier deed overlopen. Het zou tot een regelrechte burgeroorlog leiden'', aldus Perišic. ,,Miloševic heeft ondanks zijn desastreuze beleid nog altijd een zekere steun en een machtsbasis. Ieder machtsvertoon leidt onmiddellijk tot burgeroorlog'', zegt hij, verwijzend naar de politiemacht die de Joegoslavische president naast het leger heeft opgebouwd. Een politiemacht die materieel in de watten is gelegd – dit in tegenstelling tot het leger, dat kort wordt gehouden – en die het bewind dan ook honderd procent trouw is.

Perišic is een betrekkelijk kleine man met scherpe Slavische trekken. Tijdens het gesprek noteert hij in sierlijke cyrillische letters de onderwerpen die de revue passeren. Een doorgewinterde militair, wat onwennig in de burgermaatschappij. Het bewind, zegt hij, heeft een grote fout gemaakt met Kosovo en daarom moet Miloševic weg. Zonder zijn vertrek is er geen weg terug naar de internationale gemeenschap, waar Joegoslavië in thuishoort. ,,De oorzaken voor de crisis in Kosovo en Metohija [de Servische benaming van Kosovo, red.] liggen veel dieper dan de internationale gemeenschap begrijpt. De positie van KFOR bewijst dat. De problemen worden nu alleen maar groter, groter zelfs dan ze een jaar geleden waren. In plaats van Joegoslavië te helpen bij het zoeken naar een oplossing, heeft de internationale gemeenschap de Albanezen geholpen bij hun streven naar onafhankelijkheid en afscheiding van Joegoslavië. De internationale gemeenschap zit nu zelf met een onoplosbaar probleem. Ik heb de leiders van de NAVO daar van te voren uitdrukkelijk voor gewaarschuwd.''

Om erger te voorkomen moet er zo snel mogelijk een nieuwe regering komen in Joegoslavië, vindt Perišic. ,,Joegoslavië kan op dit moment niet meedoen aan het zoeken naar een oplossing omdat het land internationaal geïsoleerd is. Alleen een nieuwe regering kan met de Kosovo-Albanezen en de internationale gemeenschap wel tot een oplossing komen.''

Net als zijn grote tegenspelers binnen de Joegoslavische regering ziet Perišic een listig belangenspel van de Amerikanen en Europeanen achter het hele Kosovo-probleem. ,,Europa en de VS proberen op te rukken naar het oosten om hun economische belangen veilig te stellen. In dat kader zijn al onze buurlanden inmiddels bij de NAVO of het Partnership for Peace betrokken.'' De gedachte is dat het Westen voet aan de grond probeert te krijgen rond de Zwarte en de Kaspische Zee wegens de enorme oliebelangen daar. Op weg naar de olie heeft het Westen daarom de afgelopen jaren bondgenoten gezocht in ex-Joegoslavië, eerst bij de Slovenen die zich wilden afscheiden, later in Kroatië en Bosnië. ,,Met behulp van de Albanezen werd vervolgens geprobeerd om Kosovo en Metohija te infiltreren.''

Perišic maakt zich weinig illusies over de bedoelingen van de buitenwereld. Zolang het Westen zijn invloedssfeer vreedzaam kan uitbreiden, zal het vreedzaam optrekken. Is dat niet het geval, dan gaat de weg via mogelijke brandhaarden.

Het Joegoslavische regime ziet dat volgens de generaal onvoldoende in. Hij verwijt Miloševic vooral gebrek aan realiteitszin. In plaats van de tekenen te onderkennen en een diplomatieke uitweg te zoeken heeft de Joegoslavische leiding de kont tegen de krib gegooid, met alle desastreuze gevolgen van dien.

Miloševic en de zijnen, zegt hij, ,,hebben de nieuwe wereldorde niet onderkend en ze hebben geen diplomatieke pogingen ondernomen om de oorlog te voorkomen. Als ze oorlog wilden voeren tegen de NAVO hadden ze eerst zelf bondgenoten moeten zoeken die bereid waren geweest om Joegoslavië met geweld te steunen.''