Het herkenbare ressentiment

Sommige historische gebeurtenissen zijn te ingrijpend om overtuigend te kunnen worden verklaard. De onverwachte en vreedzame val van het communistische Sovjet-rijk, tien jaar geleden, zal vermoedelijk nog lang, zo niet voor altijd een raadsel blijven. Tot dezelfde categorie megaverschijnselen behoort het aan de macht komen en blijven van Adolf Hitler.Na afloop van de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers zichzelf geruime tijd proberen wijs te maken dat Hitler een geknecht en onwillig volk had meegesleurd in een misdadig avontuur. Het historisch onderzoek, niet in de laatste plaats in Duitsland zelf, heeft die legende al lang overtuigend weerlegd.

Bijna zestig jaar geleden heeft Sebastian Haffner dezelfde constatering gedaan in zijn boek Germany: Jekyll & Hyde. Deze journalist, zo vertelt Hubert Smeets in zijn mooie nawoord bij de Nederlandse vertaling, werd na de oorlog beroemd door zijn boeken over Duitse geschiedenis en zijn biografische portret van Churchill. Zijn echte naam was Raimund Pretzel en in 1938 was hij, 33 jaar oud, met zijn joodse vriendin Duitsland gevlucht. In Londen vond hij onder het pseudoniem Haffner emplooi bij The Observer. Twee jaar later verscheen het in het Duits geschreven en in het Engels vertaalde Jekyll & Hyde, dat pas enkele jaren geleden alsnog in Duitsland uitkwam en waarvan nu een Nederlandse uitgave beschikbaar is.

Dit werkje is een juweel, een schitterend commentaar op de eigen tijd. Volgens Smeets is deze eersteling van de dit jaar overleden Pretzel `nog geen echte Haffner'. Inderdaad ontbreekt in dit boek de gepolijste combinatie van overzicht en puntigheid, van inhoudelijk en stilistische beheersing die het keurmerk is van het latere werk.

Daar staat veel tegenover. Haffner houdt zich in dit gepassioneerde en heet van de naald geschreven boek niet in. Daardoor kan hij in zijn ontleding van de aantrekkingskracht die Hitler uitoefende op het Duitse volk fors doorstoten. In zijn beroemd geworden Anmerkungen zu Hitler (1978) concentreerde hij zich vooral op de prestaties en successen die Hitler tijdens de jaren dertig in de binnen- en buitenlandse politiek boekte. In Jekyll & Hyde gaat hij veel meer in op de irrationele oorzaken van Hitlers populariteit en penetreert hij tot in de diepste en meest onfrisse lagen van het Duitse bewustzijn.

Om het optreden van Hitler te kunnen begrijpen, aldus Haffner, moet men hem als persoonlijkheid serieus nemen. Deze ex-bewoner van een tehuis voor daklozen was lange tijd een verachte gedeclasseerde, een verstotene die ook nadat hij het idool van de Duitse natie werd, vervuld bleef van wraakzucht jegens allen die hij voor zijn eerdere tegenslagen verantwoordelijk hield. Dat ressentiment was volgens Haffner voor veel Duitsers een herkenbare emotie. Ook zij voelden zich vernederd, vooral door recente ontwikkelingen. De nederlaag in de Eerste Wereldoorlog, de naoorlogse chaos die bijna op een communistische revolutie was uitgelopen, het als dictaat ervaren verdrag van Versailles, de inflatie van 1923 en de crisis die in 1930 begon: het was binnen ruim tien jaar een overdaad aan ervaringen die angst en verbittering wekten.

De actieve aanhang van de nazi's bestond volgens Haffner uit ongeveer twintig procent van de Duitse bevolking, terwijl nog eens veertig procent loyaal was aan het Hitler-regime. Deze meerderheid voelde zich bedrogen door de jongste geschiedenis en waande zich slechts veilig als er teruggemept kon worden.

Deze bewondering voor geweld en terreur had volgens Haffner ook nog diepere oorzaken. Duitsers, zo schrijft hij met een verwijzing naar de titel van zijn boek, hebben een dubbel gezicht. In de persoonlijke omgang zijn het doorgaans fatsoenlijke en gastvrije mensen, zeker niet minder wellevend dan Britten of Fransen. Maar ze zijn, ongeacht hun opleidingsniveau, gehandicapt in hun relatie tot het domein van de politieke macht. Politiek is voor Duitsers het terrein waar geheel andere normen gelden dan in het privéleven, waar veel, zo niet alles, is toegestaan. Vandaar de bewondering voor leiders die geen scrupules hebben en bereid zijn tot het uiterste te gaan.

Deze getroubleerde verhouding tot de politiek was volgens Haffner het resultaat van een langdurig geblokkeerde natievorming. Nadat het Heilige Roomse Rijk van de Duitse natie uit elkaar was gevallen, werd de hang naar geestelijke universaliteit eeuwenlang het zwaartepunt in een nationaal bestaan dat in de praktijk gefragmenteerd bleef. Die spiritualiteit lag aan de basis van een onderontwikkeld realiteitsbesef. `Een Duitser', aldus Haffner, `staat altijd met één been in deze wereld. Het andere zet hij graag in een droomwereld.' Pas in 1871 werd Duitsland een eenheidsstaat, veel later dan bijvoorbeeld Frankrijk en Groot-Brittannië en bovendien niet als gevolg van een geleidelijke historische ontwikkeling maar dankzij gewonnen militaire veldslagen tegen onder meer datzelfde Frankrijk. Toen eenmaal de verstandige en door Haffner bewonderde Bismarck het veld had moeten ruimen, leverden de Duitsers zich onder de bezielende leiding van Wilhelm II over aan de droom van een groot-Duits rijk.

De uit Berlijn afkomstige Haffner beschouwt zichzelf als een Pruisische patriot. Met grote tegenzin moet hij dan ook vaststellen dat Hitler niet alleen van de verbittering en het gebrekkige politieke besef in Duitsland gebruik kon maken, maar ook van het onder Wilhelm II opgeschroefde patriottisme, dat door het overgrote deel van de Duitsers werd gesteund. Het succes van de nazi's, zo schrijft hij, is geen historisch bedrijfsongeval maar sluit aan bij een traditie waarin het Deutschtum een ziekelijk geval van afgoderij is geworden.

Jekyll & Hyde wemelt van de scherpe observaties, maar op een essentieel onderdeel slaat Haffner de plank volledig mis. Hoewel hij bij herhaling waarschuwt tegen een onderschatting van Hitler, weet hij ook zelf niet helemaal aan dit euvel te ontsnappen. Deze figuur is volgens hem een man zonder concept, bezeten van een wrok die slechts toevallig tegen de joden is gericht maar evengoed anderen zou kunnen treffen. Hitler, aldus Haffner, gelooft nergens in, ook niet in het racistische pan-Germanisme dat de ideologische vlag is van het nationaal-socialisme. Ook een lucide waarnemer als Sebastian Haffner kon zich niet voorstellen dat Hitler wel degelijk zo geobsedeerd was door antisemitisme en groot-Duitse heerszucht dat hij zich tegelijkertijd in een tweefrontenoorlog zou storten en de opdracht zou geven tot een stelselmatig opgezette en uitgevoerde massamoord op de joden. Anderzijds voorzag de schrijver van Jekyll & Hyde wel dat Hitlers vernietigingsdrang zich tenslotte tegen het Duitse volk en ook tegen zijn eigen persoon zou richten. Zelfmoord was volgens Haffner het logische einde voor een man wiens ego geen andere keus toeliet dan absolute wereldheerschappij of de ondergang.

Bestond er buiten de aanhangers en meelopers van het nazisme ook nog een ander Duitsland? Hoewel hij erkende dat Hitler kon appelleren aan traditioneel verankerde Duitse karaktertrekken, was Haffner zeker geen aanhanger-avant-la-lettre van de in de jaren zestig in zwang geraakte Sonderweg-these, die het nazi-regime als het onvermijdelijk eindstation opvatte van een lange nationale ontwikkeling. Duitsland was volgens de schrijver van Jekyll & Hyde een gespleten natie. Niet alleen de gevluchte emigranten,maar bijna de helft van de Duitsers moest naar zijn oordeel niets van Hitler hebben, hoewel dit bevolkingsdeel te versplinterd en te ongeorganiseerd was om effectief verzet aan de nazi's te kunnen bieden. Toch waren deze Duitsers heel belangrijk, want louter door hun bestaan bewezen zij volgens Haffner dat Duitsland, hoewel het Europa binnen dertig jaar tweemaal in een oorlog had gestort, geen hopeloos geval was.

Voor de periode daarna, zo schrijft Haffner, kunnen de geallieerden hun hoop stellen op dezelfde apolitieke houding die het succes van Hitler mede mogelijk had gemaakt. Die karaktertrek stelde het Duitse volk in staat elke dag opnieuw te beginnen en open te staan voor elk experiment, ook dat van een vreedzaam samenleven met andere volkeren. Anders dan het gros van zijn landgenoten was Haffner niet van mening dat de Duitsers bij het verdrag van Versailles te hard waren aangepakt. Hun was de verkeerde combinatie van gestrengheid en mildheid ten deel gevallen. Duitsland werd vernederd, maar behield anderzijds de potentiële macht om zich te wreken. Die laatste mogelijkheid zou volgens het recept van Haffner na de oorlog tegen Hitler afgesneden moeten worden door het land weer op te splitsen volgens het model van vóór 1871. Tegelijkertijd zou aan de nieuwe deelstaten het genereuze aanbod moeten worden gedaan van samenwerking in een hecht georganiseerd Europees verband.

Zoals bekend liepen de zaken na 1945 inderdaad voor een deel volgens dit programma, maar voor een ander deel geheel anders. Duitsland werd opgesplitst, niet volgens het patroon van vóór 1871, maar in een communistisch oosten dat opgesloten lag in het Sovjet-blok en een anticommunistisch westen dat een succesvolle partner in de Europese en Atlantische integratie werd. Sinds 1990 zijn deze twee delen weer bij elkaar gekomen en als geheel opgenomen binnen de Europese Unie en de NAVO. Zo heeft Haffners zestig jaar oude karakterschets van de Duitsers ook actuele betekenis doordat het onderstreept hoe belangrijk het is om de Europese en Atlantische integratie te blijven koesteren en cultiveren.

Sebastian Haffner: Duitsland 1939: Jekyll & Hyde. Met een nawoord van Hubert Smeets.

Jan Mets, 231 blz. ƒ45,-