Hals over kop in Breughel gedoken

Michael Frayn is een schrijver zoals ze weinig voorkomen, een die zich even trefzeker uitdrukt in toneelstukken als in romans. Dit najaar wordt in Nederland werk in beide soorten van hem aangeboden: in de schouwburg Kopenhagen door het Noord Nederlands Toneel, in de boekwinkel op de Engelse planken de roman Headlong, die meteen ook alweer bij de vertalingen staat als Pretmakers in een berglandschap.

Een essentieel deel van Headlong beschrijft een wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd door de verteller, Martin Clay. Al is hij maar een kleine kunstkenner, geen expert, hij ontdekt bij de buurman van zijn vakantiehuis buiten Londen een verwaarloosd schilderij waarin hij heimelijk de hand van Brueghel meent te onderscheiden. Van dit punt af splitst het verhaal zich in een deel onderzoek en een deel actie. Het onderzoek doet Clay in bibliotheken in Londen waar hij de voornaamste recente literatuur over Brueghel raadpleegt en afweegt, en zich enigszins vertrouwd maakt met de Nederlandse geschiedenis van de jaren 1560, voornamelijk uit het lang niet recente werk van de Amerikaanse historicus John Motley.

De actie komt op gang doordat hij verwacht een financiële slag te slaan als hij het schilderij voor een bescheiden bedrag van zijn nietsvermoedende buurman kan overnemen en vervolgens met bewijzen voor zijn ontdekking bij de kunsthandel kan aanbieden. Het bescheiden bedrag heeft hij niet. Hij moet eerst een paar minder opzienbarende schilderijen voor de buurman verhandelen om de commissie te incasseren. Daarna wil hij het grotere werk zelf kopen en een paar jaar achterhouden totdat hij met een air van goed fatsoen bekend kan maken dat de experts er een Brueghel in zien, met een waarde van miljoenen.

Hij is niet thuis in de kunsthandel en de eerste fase van zijn project kost hem veel hoofdbrekens. Tegelijk heeft hij te stellen met het lijdelijk verzet van zijn vrouw die zou willen dat hij een boek schreef, zoals hij van plan was, in plaats van zijn tijd te verdoen aan windhandel, en hem niet zonder grond verdenkt van een beginnende intimiteit met de vrouw van de buurman.

De lezer wordt al vroeg in het verhaal gewaar dat de verwikkelingen niet in een stemming van strakke ernst opgevat moeten worden. Wanneer het echtpaar uit Londen aankomt krijgt Clay het gevoel van echt buitenleven als hij de buurman bezoekt, die hij gekleed ziet in een modderkleurige jas en broek met een modderkleurige das en overhemd, en die als hij zijn modderkleurige pet afneemt modderkleurig haar vertoont. Frayn maakte voor het eerst naam in de jaren zestig met columns voor de Guardian waarin hij alledaagse types grappig voorstelde en hun moeizame omgang tot kluchtige situaties ombouwde. Dat vermogen heeft hij nog steeds bij zijn werk op grotere schaal.

Het is niet zo dat de lezer het hele boek door aan het grijnzen gehouden wordt. De kunsthistorische onderzoekingen worden ernstig aangepakt en de ideeën over de Spaanse terreur in de jaren voor de Tachtigjarige Oorlog zijn grimmig antitotalitair gezind. De plannen en intriges die tot de grote klap met de Brueghel moeten leiden zijn ook te complex om ruimte te laten voor grapjes. Wat er in de drukke passages aan humor overblijft komt voornamelijk doordat Clay nooit lang dezelfde is. Soms klinkt hij als een levende man, met gedachten en ondervindingen die zijn lezer kan meevoelen; op andere punten stuift hij rond als een marionet met telebesturing door de auteur; en hij kent verschillende zijnsvormen tussen die twee in.

In het laatste hoofdstuk torst hij in het donker de veronderstelde Brueghel de trap af bij zijn buurman, en dan komt de intrige tot een gewelddadige climax: dronkenschap, razernij, geweerschoten en een achtervolging per auto. Het is knap in elkaar gezet, kluchtig en spannend – vooral kluchtig, want niet zo reëel dat de lezer zich zorgen gaat maken over het lijfsbehoud van de verteller.

Daar is het theaterelement in het boek op zijn sterkst: meer vertoning dan inhoud, contrasterend met de columnelementen, de romanelementen en de onderzoekelementen. In een minder slordige wereld zou er een soortnaam bedacht zijn voor verhalen in gemengde technieken. Zo leven wij niet, wij noemen alle verzonnen verhalen voor het gemak romans. Sommige lezers met een gehechtheid aan de traditionele vorm zullen het verloop van Headlong te onregelmatig vinden, en de verteller ongeloofwaardig. Hoe kan een man met een voorgeschiedenis van aarzelende intellectueel door één inspiratie veranderen in een miljoenenscharrelaar met een inslag van oplichter? – en zonder verwondering, zonder bezinning?

Het antwoord moet gevonden worden in de traditie van het kluchtige genre. Kluchtfiguren bezinnen zich niet, zelfs al zijn zij gevoelig genoeg om ontsteld te raken over het Spaanse beleid in Vlaanderen vierhonderd jaar geleden. Gedreven door winstbejag en wellust verzeilen zij in perikelen waar zij zich zo handig mogelijk uit redden; de toeschouwer of lezer wordt niet geacht zich af te vragen wat er in hen omgaat.

Ook niet bij Martin Clay, al heeft hij buiten het kluchtige kader zijn huwelijksproblemen, zijn vernuftige historische onderzoek en zijn humoristische visie. Het is een veelzijdig vindingrijk verhaal, dit Headlong; de titel, `hals over kop', zou soms even goed op Frayns schrijfwijze kunnen slaan als op de leefwijze van zijn verteller.

De titel van de vertaling komt in het Nederlands uit het origineel: zo heeft een onbekende in Vlaanderen waarschijnlijk pas in de twintigste eeuw lukraak het schilderij genoemd dat Clay voor een Brueghel aanziet. De rest van de inhoud heeft Sjaak de Jong moeten vertalen. Het was een zware opgave, zo'n lang boek, en het is jammer dat een recensie geen ruimte biedt voor doorwrochte vertalingskritiek. Laat er nu dan eens iets aardigs gezegd worden. Van: `As soon as I've completed my gradual discovery of the real identity of my picture' heeft de Jong gemaakt `Zodra ik het bewijs rond heb dat mijn schilderij is wat ik denk dat het is.' Te vrij voor de smaak van puristen; maar simpeler dan het origineel en in heldere overeenstemming met wat de verteller bedoelt. Mag zoiets in een vertaling: verbeteren van het origineel? Alleen als het niet te vaak voorkomt.

Zie voor een interview met Michael Frayn CS pagina 1

Michael Frayn: Headlong.

Faber & Faber, 395 blz. ƒ42,60.

De Nederlandse vertaling van Sjaak de Jong (Pretmakers in een berglandschap) is verschenen bij

Bert Bakker, 317 blz. ƒ45,-