Haagse Cubakwestie is `belediging' bedrijven

W. van 't Wout is voorzitter van de Nederlandse vereniging van ondernemers die zaken doen met Cuba. Volgende week gaat een handelsmissie naar het eiland. Vandaag beslist het kabinet of staatssecretaris Ybema mee mag. Van 't Wout kent Castro goed, zijn dochter ontwerpt de kleding van de Cubaanse leider.

De Rotterdamse zakenman W. van 't Wout (67) beschouwt het als ,,een belediging van het Nederlandse bedrijfsleven'': volgende week donderdag vertrekt hij met een handelsmissie naar Cuba en het staat nog altijd niet vast of staatssecretaris Ybema (Economische Zaken) meegaat. ,,Ruim dertig ondernemers, niet de minsten, worden behandeld als `bijhangsel'. En dat als gevolg van een intern geschil tussen twee ministers'', zucht Van 't Wout.

Ybema kondigde begin september aan dat hij naar Cuba ging, en dat zijn reis vooral in het teken van de verbetering der handelsbetrekkingen zou staan. Maar van minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) mag hij zijn koffer (nog) niet pakken. Van Aartsen betwijfelt of de tijd rijp is voor zo'n bezoek, met het oog op de mensenrechten. Hij heeft daarover vragen gesteld aan zijn Cubaanse ambtgenoot Perez Roque. En hij wacht op antwoord. Van 't Wout schudt zijn hoofd.

U heeft er geen begrip voor?

Van 't Wout: ,,Cuba heeft Van Aartsen al antwoord gegeven. Mondeling, via de ambassadeur in Den Haag. Maar Van Aartsen wil antwoord op twee brieven, waarvan de eerste vrij onbehoorlijk van toon was. Hij schreef iets van: `We willen over de mensenrechten praten, anders komen we niet.' Op zo'n dictaat reageren de Cubanen met: `De groeten!' Zo'n voorwaarde vooraf is typisch Nederlands. Het waarschuwende vingertje, je wordt daar gek van. Doe zoiets op z'n Frans of op z'n Spaans: diplomatiek, geen eisen vooraf. De mensenrechten komen altijd aan de orde.''

Maar er is wel iets mis met die mensenrechten.

,,Ik schat dat er op Cuba tussen de 100 en 300 politieke gevangenen zijn. Maar een aantal van hen werkte voor de CIA. Doe je dat, dan vraag je erom opgepakt te worden. Helaas worden er ook mensen ten onrechte verdacht.''

U komt namens uw holding Fondel – handel in metalen is haar belangrijkste activiteit – al 33 jaar op Cuba, waar u twee rederijen heeft. Houdt u rekening met de rechten van uw (werk)mensen?

,,Voor elk schip huren we een aantal Cubaanse schepelingen bij een crew-agency van de staat, want we mogen hen niet rechtstreeks in dienst nemen. We betalen dollars aan de staat, die een deel daarvan inhoudt en de rest in pesos aan de werknemers uitkeert. We vechten voor toestemming om hen zo goed mogelijk te belonen, want Cubanen zijn geweldige arbeidskrachten. We geven hen een aanmoedigingspremie (in dollars), schoenen, kleren, lunches. Maar het is een constante strijd met het strenge arbeidsbureau.''

Zijn Cubanen verzot op dollars?

,,Ja. Tot tien jaar geleden hadden alle Cubanen een broek, twee shirts, muziek, drank in overvloed, gezondheidszorg en educatie. Een paradijs zonder luxe, want die was op de bon. Tegenwoordig is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten, maar het bracht ook vervelende dingen. De gelijkheid en de solidariteit verdwijnen, er is een tweedeling. Wie dollars heeft – de taxichauffeur, de restauranthouder – staat er goed voor. Zestig procent van de bevolking beschikt over dollars. De andere veertig procent heeft het heel slecht. De rantsoenen zijn echt minimaal.''

Waarom doet u zaken met Cuba, dat volgens u ,,traag'' is als het om het betalen gaat?

,,Ik houd van deze Caribians, ze zijn heel loyaal en gastvrij. Ik ben geen communist en geen socialist, maar ik heb veel waardering voor Castro. Alleen al omdat hij veertig jaar aan de macht is, zonder dat ze zijn kop hebben afgehakt. In Cuba bestond nooit corruptie, nu nog niet, althans hoog in de bedrijven. Het land importeert méér dan het exporteert. Voor oude schulden hebben de Cubanen geen deviezen, maar ze doen hun best nieuwe schulden af te betalen. Ze investeren in machines waarmee ze op korte termijn producten voor de export kunnen maken. Ik hoop dat ze snel méér ruwe olie kunnen aanboren in zee. De winning ervan levert nu 1,5 miljoen ton per jaar op, terwijl het land tien à elf miljoen ton voor energie nodig heeft.''

Is het waar dat u bevriend bent met Castro.?

,,Ik heb hem een aantal keren ontmoet. Hij is een indrukwekkende man, met veel realiteitszin en humor. Zo maakt hij grapjes over de x-honderd aanslagen die hij heeft overleefd. Hij heeft een brede knowhow, maar praat ook over gewone dingen als voetbal en baseball. Hij heeft ook geheimen: het best bewaarde is de vraag of hij is getrouwd en hoe vaak. Een groot raadsel is ook waar hij woont.''

Uw dochter komt óók bij Castro.

,,Merel ontwerpt zijn kostuums. Tot voor een jaar of drie, vier liep Castro altijd in uniform. In Bolivia droeg hij voor het eerst in het openbaar een guavebera, een lang wit shirt met zakken. Later zag ik hem weer in uniform. `Ik heb maar één guavebera, Willem', lachte hij tegen me. `En die is in de was'. Ik stelde hem voor mijn dochter langs te sturen. Hij belde – of Merel kon komen. Mijn dochter zegt dat hij een gemakkelijke klant is.''