Golfregio: vrijhandel met EU

De staten aan de Perzische Golf streven al jaren naar een vrije toegang tot de EU, die zelf sterk afhankelijk is van de olie uit de Golfregio. De Omaanse prins Haitham sprak erover in Den Haag.

Zes oliestaten ten westen van de Golf, verenigd in de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC) willen zo snel mogelijk een vrijhandelszone met de Europese Unie. Ook werken ze hard aan een nauwere politieke samenwerking met de Europese Unie, vooral geënt op steun aan het vredesproces in het Midden-Oosten. De Omaanse prins Sayyed Haitham bin Tarek Al-Said onderstreepte deze week tijdens een ronde-tafelconferentie in het Instituut voor Internationale betrekkingen Clingendael het grote belang ervan voor de regio.

De prins bezoekt Nederland met een handelsdelegatie uit het sultanaat Oman. Hij wordt vaak genoemd als opvolger van sultan Qaboos, die dit jaar 30 jaar staatshoofd is van het oliestaatje.

De EU is sterk geïnteresseerd in versteviging van de betrekkingen met de Golfstaten, mede omdat West-Europa voor zijn energievoorziening steeds afhankelijk wordt van die regio. De zes GCC-landen bezitten 45 procent van de wereldoliereserves en 14 procent van de wereldreserves van aardgas. Ze voorzien nu in 20 procent van de West-Europese olieconsumptie. De 15 EU-landen importeren 50 procent van hun energievraag. Verwacht wordt dat dit percentage tegen 2010 toeneemt tot 60, omdat de Europese olieproductie (vooral op de Noordzee) tegen die tijd met 10 procent is gedaald, zei Clingendael-medewerker Hans Labohm.

In de Samenwerkingsraad GCC zijn verenigd Saoedi-Arabië (de grootste olie-exporteur ter wereld), Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Oman, en Qatar. Begin jaren '90 werden de eerste plannen gesmeed voor een vrijhandelszone tussen deze landen en de EU. Die moet ervoor zorgen dat de Golfstaten hun producten vrij van heffingen op de Europese markt kunnen brengen, en omgekeerd. Voorwaarde van de EU is dat de Golfstaten eerst onderling een douane-unie en vrijhandelszone vormen. Prins Haitham kondigde gisteren aan dat die er uiterlijk volgend jaar komt. Minister Jorritsma (Economische Zaken) juichte die stap in haar speech sterk toe.

,,Wij spannen ons sterk in om de vrijhandelszone met de EU, de ruggegraat van onze toekomstige relaties, daarna zo snel mogelijk te realiseren'', aldus prins Haitham. De GCC-landen zijn een belangrijke exportregio's voor de EU, maar deze landen zien hun handelstekort met Europa sinds midden jaren '80 snel stijgen en hebben dus groot belang bij de vrijhandelszone. In 1997 bedroeg de export van de Golfstaten 15,6 miljard dollar (31,6 miljard gulden), terwijl ze voor een waarde van 30,3 miljard dollar uit de EU importeerden.

Minister Jorritsma prees het beleid van de Omaanse regering van modernisering en openstelling van de nationale economie, door privatisering en meer buitenlandse investeringen. Oman diversificeert zijn economie en maakt deze daardoor minder afhankelijk van de olie. De private sector moet als banenmotor fungeren voor de sterk groeiende bevolking.

Tussen 1994 en 1998 daalde de Nederlandse export naar Oman, maar vorig jaar steeg deze met 160 procent van tot 236 miljoen gulden. De Nederlandse import uit Oman steekt daarbij schril af, maar nam sterk toe: van 6 miljoen gulden in 1997 tot 95 miljoen vorig jaar.

Verreweg het grootste deel van de import betreft ruwe olie. Van de Nederlandse ondernemingen is Shell het meest prominent aanwezig in Oman, via haar participatie in de oliewinning en een groot project voor vloeibaar aardgas voor de export. Succes boekt Oman ook met een overslaghaven in Salalah tegen de grens met Jemen, die in 1995 door Boskalis is aangelegd. Die haven ligt op de route van grote containerschepen naar het Verre Oosten.

Ladingen met bestemmingen in de Golf, Oost Afrika en West-India worden in Salalah overgeladen in kleinere schepen. De huidige capaciteit van 1 miljoen twintig-voetcontainers per jaar wordt uitgebreid door de aanleg van nieuwe terminals. Rondom de haven rijzen bedrijven voor distributie en toelevering als paddestoelen uit de grond. Voorzien wordt dat het huidige aantal banen van 400 zal vertienvoudigen.