Goede vibraties voor hysterische vrouwen

In 1977 vond de Amerikaanse Rachel Maines, een 27-jarige `very angry feminist' die onderzoek deed naar de geschiedenis van naai- en borduurwerk, in een oud damesblad een reclame voor een elektrische vibrator. Het apparaat werd aangeprezen als `delightful companion' voor de vrouw, in wie `all the pleasures of youth' weer zouden worden opgewekt. Dat kan niet waar zijn, dacht Maines, in een keurig blad uit 1906. Ik heb vast een dirty mind. Maar nee, het wás waar en haar vondst werd de aanzet voor jaren van nieuw onderzoek, waarvan de resultaten haar stoutste verwachtingen overtroffen.

Binnen de westerse geneeskunde, betoogt Maines nu in The Technology of Orgasm, bestaat een lange traditie, ontstaan in de Oudheid en voortgezet tot het begin van deze eeuw, om hysterische vrouwen te behandelen met `orgasmetherapie'. Vrouwen die leden aan angst, onrust, slapeloosheid, geïrriteerdheid of erotische fantasieën werden tot een `hysterisch paroxysme' (het medische eufemisme voor orgasme) gemasseerd door artsen of vroedvrouwen, omdat de oorzaak van hun problemen gelegen zou zijn in seksuele frustratie.

Door die frustratie zou de baarmoeder `op reis' gaan door het lichaam, en dat zou weer leiden tot vervelende symptomen en een opeenhoping van ongezonde lichaamsvochten. Trouwen was eigenlijk de beste remedie maar als dat niet hielp, dan moest er wat anders worden verzonnen: genitale massage, toegediend door medisch gekwalificeerd personeel.

Deze uit de Oudheid stammende behandeling van hysterie duurde voort tot in de twintigste eeuw, beweert Maines. Allerlei nieuwe manieren werden verzonnen om vrouwen te bevredigen. In therapeutische badoorden, waar rijke `zenuwlijders' in de achttiende en negentiende eeuw baadden in thermale bronnen, werden nerveuze dames tot een orgasme gebracht door een harde straal water op de genitale zone te richten. Maar de geneeskundigen waren vooral blij met de talloze `vibreerapparaten' die na 1880 op de markt kwamen: het `masseren' van vrouwen werd hierdoor een stuk makkelijker. Toen de `vibrator' in de jaren twintig opdook in pornofilmpjes keerde de medische stand zich er vanaf: de associatie met seks was te expliciet geworden.

Deze hysterische vrouwen waren niet ziek, concludeert Maines, maar leden aan `orgastische deprivatie'. Zij vindt dat logisch, gezien de seksuele moraal van de negentiende eeuw, waarin mannen volgens haar de lastige taak hun vrouw te bevredigen maar wat graag doorgaven aan de medische stand. En zo kon tegelijk de `androcentrische', op de man gerichte definitie van seks de westerse cultuur blijven domineren.

Over de geschiedenis van hysterie zijn boekenkasten vol geschreven. Maar zo'n waanzinnig klinkende theorie als die van Maines is nog niet eerder verkondigd. Maines heeft interessante citaten van artsen opgediept uit de Oudheid maar ook uit de Renaissance en zelfs de negentiende eeuw, over de seksuele aard van vrouwelijke `hysterie'. Ze levert daarmee een prikkelende bijdrage aan de medische geschiedschrijving. Maar op veel punten is haar bewijsvoering mager. Het blijft zeer de vraag hoe marginaal dan wel wijdverbreid de orgasmetherapie eigenlijk was, of zij inderdaad tot in deze eeuw voortleefde, en zeker – de kern van haar betoog – of de door Maines opgediepte verzameling elektrische, met de voet of door stoom aangedreven vibrators en douches daadwerkelijk werden gebruikt om vrouwen tot een orgasme te brengen. Afgezien van een lange reeks dubbelzinnige reclameteksten voor vibrators en beschrijvingen van douchebehandelingen, die ook veel onschuldiger kunnen worden geïnterpreteerd, heeft Maines hiervoor geen bewijzen. Bovendien werden elektrische apparaten en behandelingen met water, beide razend populair in het fin de siècle, niet alleen bij hysterie gebruikt maar ook bij reeksen andere kwalen, bij mannen zowel als vrouwen. Men geloofde dat water, massage en elektriciteit de bloedcirculatie verbeterden, het zenuwstelsel weer in balans brachten en nieuwe energie gaven. Ook zou elektriciteit de haargroei stimuleren en rimpels doen verdwijnen.

Dat onderbuikmassage van vrouwen in de negentiende eeuw veel werd beschreven, hoeft evenmin te duiden op orgasmetherapie. Veel artsen geloofden dat hysterie werd veroorzaakt door stoornissen in de eierstokken, de baarmoeder, de vagina of de stofwisseling, en behandelden die kwalen door plaatselijke massages.

En hoe valt het betoog van Maines te verenigen met de in de negentiende eeuw dominante theorie dat hysterie juist werd veroorzaakt door een schadelijke overdaad aan seksuele verlangens, een visie die sommige artsen ertoe bracht clitoridectomie te plegen of de eierstokken te verwijderen? De wetenschappelijke context van Maines' verhaal blijft zo vaag. Overduidelijk is echter haar verlangen om aan te tonen dat vrouwen in de westerse geschiedenis seksueel gezien massaal tekort zijn gekomen. Maar door deze feministische kruistocht heeft ze toch een beetje een dirty mind gekregen.

Rachel P. Maines: The Technology of Orgasm.

`Hysteria,' the Vibrator and Women's Sexual Satisfaction.

The Johns Hopkins University Press, 181 blz. ƒ56,10