Glimlachen met Mona

`Ik denk voortdurend aan de waarlijk groten' schreef de Engelse dichter Stephen Spender eens boven drieëntwintig larmoyante versregels. Precies dat doet Michael J. Gelb 324 pagina's lang in Denken als Leonardo da Vinci. De zeven stappen naar een dagelijkse genialiteit. Zoals de titel al zegt: voor Gelb is er maar één grote, Leonardo torent boven alle denkers uit alle eeuwen uit. Daar is iets voor te zeggen en dat doet Michael Gelb ook. Op een terughoudende, sympathieke manier beschrijft hij het inderdaad verbazingwekkende doe-en-denk-corpus van deze uomo universale en de bewering dat we aan Leonardo da Vinci een voorbeeld kunnen nemen is na Gelbs levendige biografische schets een waarheid als een koe.

Bijzonder aan Denken als Leonardo da Vinci is dat de auteur ons ook vertelt hoe we dat moeten doen, en daarmee komen we meteen in het onderkast-genre van de persoonlijke groei-boeken alsmede inspiratiewerken voor managers. Er is een hoop ellende in de tsjakka-sfeer op dat gebied, maar na lezing van Gelbs boek kunnen we maar één ding zegen: hij is de Leonardo onder zijn collega's. Natuurlijk kon ook Gelb niet heen om verschrikkelijke zinnen als `Kunnen de grondslagen van Leonardo's benadering van leren en het aankweken van intelligentie worden afgeleid en toegepast om ons te inspireren en te leiden, zodat we onze eigen mogelijkheden ten volle kunnen benutten?' Zulke taal brengt dit genre nu eenmaal mee. Maar hij strooit met smaak fraaie anekdotes door zijn tekst en ondanks mijn reserves tegen zelfontplooiingscursussen heeft Gelb me overgehaald zijn vragenlijstjes omtrent persoonlijkheidsstructuur allemaal in te vullen. Of ik nu beter weet wie ik ben, de tijd zal het leren. Maar een aantal nuttige tips is geïncasseerd.

Een van de aardigste anekdotes in Denken als Leonardo da Vinci is die waarin Gelb Leonardo's inspanningen tot keukenautomatisering beschrijft, ter gelegenheid van een monstermaaltijd ten huize van stedelijk machthebber Ludovico Sforza: `Leonardo ontwierp een groots plan om elke gang die aan de meer dan tweehonderd gasten geserveerd zou worden als een beeldhouwwerk te presenteren. De schotels werden als kleine kunstwerken ontworpen. Leonardo bouwde een nieuw, krachtiger fornuis en een ingewikkeld systeem van mechanisch lopende banden om borden door de keuken te laten rondgaan. Ook ontwierp en installeerde hij een uitgebreid sprinklersysteem voor als er brand zou uitbreken. Op de dag van het banket ging alles mis wat mis kon gaan. Ludovico's eigen keukenpersoneel was niet in staat tot het fijne boetseerwerk dat Leonardo wenste, en daarom nodigde de maestro meer dan honderd bevriende kunstenaars uit om hem te helpen. De keuken was veel te vol, de lopende band deed het niet, tenslotte brak er brand uit. Het sprinklersysteem werkte maar al te goed en veroorzaakte een stortvloed die al het eten en een groot deel van de keuken wegspoelde.'

Natuurlijk vertelt didacticus Michael Gelb dit verhaal niet zomaar, er zit een boodschap aan: `Ondanks fouten, rampen, mislukkingen en teleurstellingen hield Leonardo nooit op met leren, onderzoeken en experimenteren.'

Dat doen we dus, wie wil geen `dagelijkse genialiteit'? De oefeningen in Denken als Leonardo da Vinci zijn onderverdeeld in `De Zeven Da Vinciaanse Principes, te weten: Curiosità (nieuwsgierigheid), Dimostrazione (toetsing), Sensatione (zintuigontwikkeling), Sfumato (openstaan voor paradoxen en onzekerheidstolerantie), Arte/Scienza (denken met beide breinhelften), Corporalità (gratie en handigheid), Connesione (systeemdenken).

Gelb opent de afdeling Sfumato (letterlijk: rokerigheid) met een van zijn gebruikelijke vragenlijstjes. Heb ik moeite met onzekerheid? Zie ik elke dag de humor in het leven? Ben ik genoeg alleen? Ben ik dol op paradoxen en heb ik gevoel voor ironie? Hou ik van woordspelingen? Is er in mijn hoofd ruimte voor tegenstrijdigheid?

Wie aarzelt bij zijn antwoorden, zegt Michael Gelb, doet er goed aan naar het Louvre in Parijs te reizen, plaats te nemen voor Da Vinci's Mona Lisa, te mediteren over haar rokerige gelaatsuitdrukking en langzaam de lippen in haar mysterieuze plooiing te bewegen. `Mensen die dit probeerden,' zegt Gelb, `zeiden onder meer dat ze zich voelden als iemand die geheimen kent.'

Dan komt Michael Gelb misschien wel met zijn stoutste stukje op de proppen, al heeft hij het niet van zichzelf. Hij vraagt zich af waar die kop van Mona eigenlijk vandaan komt. Is haar gezicht dat van een vrouw die werkelijk heeft geleefd? De kunsthistorica Lilian Schwartz bewees aan de hand van een montage dat de trekken van Mona die van Leonardo zelf waren. Zo heeft die fanatieke lezer van Michael Gelbs Denken als Leonardo da Vinci niet alleen het denken van de meester ingedronken, maar zelfs diens trekken aangenomen. Een karaktergoeroe die dat voor elkaar krijgt is niet van de straat.

Rest de vraag wat ik aan moet met mijn ironie in deze onderkast-aflevering (`neem ik ondanks mijn lof een loopje met Gelb?) en de onzekerheid als het om humor gaat.

Er zit maar één ding op. Ik koop een kaartje voor Parijs en reis naar het Louvre.

Michael J. Gelb: Denken als Leonardo da Vinci. Dagelijkse genialiteit in zeven stappen. De Kern, 324 blz. ƒ49,90