Eerlijk biechten bij het fornuis

Aan de zuidoostkust van Ierland, bij het plaatsje Enniscorthy in County Wexford, beukt de zee zo genadeloos tegen de kustlijn aan dat het land elk jaar verder afbrokkelt en er complete stukken grond en zelfs huizen in de afgrond verdwijnen. Het is het landschap van de Ierse schrijver Colm Tóibín, die in 1955 in Enniscorthy geboren werd en er opgroeide. De afbrokkelende kust, met zijn kant-en-klare symboliek, kwam al voor in Tóibíns eerste twee romans, The South en The Heather Blazing. Na zijn recente uitstapje naar Argentinië (The Story of the Night) is hij weer teruggekeerd naar dit landschap. In The Blackwater Lightship vormt een oud huis dat door stom toeval nog niet in zee is gestort de achtergrond voor een onvrijwillige familiereünie. Ook de familiebanden blijken aan nogal wat erosie onderhevig te zijn geweest.

De roman volgt voornamelijk het perspectief van Helen, een jonge getrouwde vrouw met twee zoontjes en het succesvolle hoofd van een lagere school in Dublin. De zomervakantie is net aangebroken wanneer zij onverwachts bezoek krijgt van een onbekende man die zegt gestuurd te zijn door Declan, haar enige broer. Declan heeft al lang niets meer van zich laten horen, hoewel ze altijd goed met elkaar overweg konden, en nu hoort Helen waarom. Hij blijkt al jaren aids te hebben en verkeert op dit moment in een kritiek stadium. Niet alleen wil Declan dat zij dit nieuws vertelt aan hun kille moeder, met wie Helen geen enkel contact meer heeft, en excentrieke grootmoeder, ook heeft hij besloten dat hij nog een paar dagen buiten het ziekenhuis wil doorbrengen, in het afgelegen, half vervallen huis van die grootmoeder op de afbrokkelende rotsen van Wexford.

Helen en Declan hadden twintig jaar eerder ook al in dit huis gelogeerd, toen hun ouders langdurig in de stad moest verblijven. Hun vader lag met kanker in het ziekenhuis, maar Helen en Declan wisten daar niets van en waren bang dat hun ouders stiekem naar Engeland of Amerika waren geëmigreerd. Toen hun moeder uiteindelijk weer terugkwam, was het om haar man te begraven. Helen heeft haar haar afstandelijke houding nooit kunnen vergeven. Door Declans verzoek raakt Helen echter aangewezen op de familieleden die zij jarenlang geprobeerd heeft te mijden. Daar komen ook nog twee homoseksuele vrienden van Declan bij, Paul en Larry, die hem vanaf het begin van zijn ziekte hebben bijgestaan. Aanvankelijk verlopen de contacten uiterst stroef, maar gaandeweg komen de emoties los. Dat is voornamelijk te danken aan flink wat strandwandelingen en eindeloze gesprekken in het schemerdonker bij het grote fornuis in de keuken. Daar worden de verhalen, verwijten en bekentenissen steeds bijgelicht door de flitsen van een nabije vuurtoren: `Funny, its easier to talk like this in the dark,' zegt Larry. `Its like going to Confession, except theres no lighthouse in a confession box.' Ondertussen verslechtert Declans toestand met de dag.

Het ontbreekt het boek dus niet aan hooglopende confrontaties en dramatisch potentieel. Maar het grote probleem van Tóibíns stijl is dat hij die emoties niet toont, maar beschrijft: `The sadness brought tears to her eyes: she felt it sharply – that this would all go, that Declan would never see it again, never walk these lanes again, just as her father never would; soon they would only be a memory, and that too would fade with time.' Hierdoor worden die emoties vaak niet zozeer invoelbaar als wel onuitstaanbaar sentimenteel. Ondanks moderne ingrediënten als mobiele telefoons, drugs tegen aids en leuke, `normale' homoseksuele mannen is Tóibíns Ierse familiegeschiedenis daarom een wat zwaar op de maag liggende combinatie geworden van bekentenisliteratuur en ouderwetse Engelse plattelandsaga.

Colm Tóibín: The Blackwater Lightship. Picador, 273 blz. ƒ49,95