Deregulering financiële sector VS bijna rond

Het Amerikaanse Congres onderhandelt met de regering om de laatste obstakels weg te nemen voor een nieuwe bankwet. Een compromis over deregulering lijkt na jaren dichtbij, maar nog niets is zeker.

Moeten banken worden verplicht leningen te verzorgen in arme buurten? En moet daar streng toezicht op zijn?

Dat zijn de laatste cruciale kwesties die een omwenteling in de Amerikaanse financiële sector in de weg staan. Hiermee is een wetswijziging die de bank- en verzekeringssector dereguleert nog nooit zo dichtbij geweest. Maar ook eergisteren werden de onderhandelingen opnieuw zonder resultaat afgebroken.

Al tientallen jaren wordt gewerkt aan het opzijzetten van de Glass-Steagal Wet uit 1933, die een vrucht was van de krach in 1929 op Wall Street. Die wet schreef een strenge scheiding van verschillende soorten banken (spaarbanken, zakenbanken), effectenfirma's en verzekeringsmaatschappijen voor. Ook het toezicht ervan door de overheid is streng geregeld volgens de Bank Holding Act van 1956.

De huidige impasse in de onderhandelingen kan opnieuw leiden tot een wet waarover president Clinton zijn veto uitspreekt.

,,Het is zeer frusterend want we zijn zeer, zeer dichtbij maar de bal moet nog over de lijn'', verklaarde Tom Block, een functionaris van Chase Bank die belast is met regeringsaangelegenheden. ,,We zijn al heel dichtbij gekomen en we hebben al zoveel kwesties opgelost. We kunnen bijna niet zo ver zijn en het probleem toch niet oplossen, maar er zijn wel gekkere dingen gebeurd.''

In de laatste fase van de onderhandelingen spelen twee kwesties een rol, waarvan er nu nog een op tafel ligt. De verdeling van het toezicht tussen het ministerie van Financiën en de Federal Reserve (het Amerikaanse stelsel van centrale banken) is vorige week opgelost. Het ging daarbij in essentie om de vraag of financiële instituties onder een bankhoudstermaatschappij moesten worden geplaatst of niet.

De kwestie waarover de partijen nog van mening verschillen is de Community Reinvesting Act (CRA), die banken verplicht te investeren en leningen te verstrekken in buurten waar ze actief zijn. De CRA is in de praktijk een belangrijke wet, omdat banken die overnames doen vaak geen toestemming krijgen van overheden van deelstaten als hun CRA-rapportcijfer niet goed is.

,,Ik heb geen idee of we het dit keer halen'', aldus Lawrence White, hoogleraar financiën en bankreguleringsspecialist aan de Stern Business School van New York University. ,,We zijn nog nooit zo dichtbij geweest, maar ik ben econoom en geen politicoloog.''

De partijen die onderhandelen hebben twee verschillende aangenomen versies van een nieuwe bankwet voor zich, een versie van de Senaat en een van het Huis van Afgevaardigden. Het is gebruikelijk dat verschillen tussen twee wetsversies `in conferentie' gaan, dat wil zeggen door een kleine commissie gelijkgetrokken worden, waarna de twee kamers van het Congres de wet aannemen en vervolgens naar het Witte Huis sturen. Vertegenwoordigers van de president, in dit geval onder meer minister van Financiën Larry Summers, doen ook mee aan de onderhandelingen. Het heeft immers geen zin een nieuwe wet op te stellen als bij voorbaat vaststaat dat de president er zijn veto over zal uitspreken.

Over de CRA staan de standpunten van Summers en senator Phil Gramm, de Republikeinse voorzitter van de bankcommissie van de Senaat, lijnrecht tegenover elkaar. ,,Ik ben bereid alles te doen om dit wetsontwerp tot wet te maken'', zei Gramm. ,,Er zijn echter grenzen aan hoe ver ik kan en wil gaan bij het doorvoeren van dingen waarvan ik denk dat het slecht beleid is.''

Gramm heeft in zijn functie een macht die de wet kan maken of breken. Gramm is ,,in principe'' tegen de CRA. Hij heeft echter in zoverre concessies gedaan dat hij bereid is te aanvaarden dat kleine banken met minder dan 250 miljoen dollar op hun balans slechts eens in de vijf jaar zullen worden getoetst op de CRA-eisen. Ook is de vraag of groepen in een gemeenschap volledige openbaarheid moeten geven als ze met een bank een overeenkomst bereiken over leenpraktijken een punt van discussie.

Tenslotte zal door de wet een nieuw soort bankinstituut mogelijk worden, dat alleen tegoeden van meer dan 100.000 dollar aanneemt. De vraag hierbij is of een dergelijk instituut dat in veel opzichten niet aan de eisen die aan een bank worden gesteld hoeft te voldoen wel de CRA naar de letter moet volgen.

Het toezicht van de overheid, dat vorige week is geregeld, is het resultaat van een compromis tussen Summers en Alan Greenspan, de voorzitter van de Fed. Opvallend is dat Summers enkele maanden na zijn aantreden een compromis weet te bereiken, wat zijn voorganger Robert Rubin in de vijf jaren van zijn bewind niet lukte.

Traditioneel houdt de Treasury (ministerie van Financiën) toezicht op de nationaal geregistreerde banken en de `Fed' op de bankhoudstermaatschappijen. Nu de grenzen tussen banken, effectenfirma's en verzekeringsmaatschappijen wegvallen is de vraag hoe de nieuwe financiële bedrijven moeten worden georganiseerd en wie toezichthouder is. Het toezicht zal nu verdeeld worden. Banken mogen via een dochtermaatschappij effecten verkopen en aandelenmissies doen. Na vijf jaar mag die dochter, na toestemming van Fed en Financiën, ook zakenbank-activiteiten ( `merchant-banking') ontplooien.

,,Ik weet niet wat precies onder een zakenbank wordt verstaan'', aldus White. ,,Het is geen term die in de wet of in Fed-regels wordt gebruikt. Ik heb er een bankwoordenboek op nageslagen maar daar werd ik niet veel wijzer van.''

Voor activiteiten als verzekeringen en onroerend-goedprojecten moet een bank een aparte dochter opzetten. Daar zijn allerlei voorwaarden aan verbonden, omdat de Amerikaanse Federal Reserve via de Federal Deposit Insurance Company (FDIC) wel garant staat voor bancaire activiteiten in de enge zin van het woord, maar niet voor andere activiteiten. Het balanstotaal van de dochters mag dan ook nooit groter zijn dan 80 procent van het balanstotaal van de bank. De beurswaarde van de dochters mag nooit groter zijn dan 20 procent van die van de bank.

De balanstotalen van alle dochters mogen nooit groter zijn 50 miljard dollar. Dat lijkt weinig, maar het is voor Amerikaanse banken een stap voorwaarts. White: ,,De beperking is bewust aangebracht. Vergeet niet dat er in dit land nog altijd een groot wantrouwen bestaat tegenover grote banken – tegen grote bedrijven in het algemeen – en de politici proberen daar rekening mee te houden.''