De Loopneuzen

Max en Vera hadden allebei een loopneus. Dit was behoorlijk vervelend, want steeds als ze net rustig zaten, gingen die neuzen er vandoor.

De neus van Vera was het ergste. Zelfs als ze zelf liep, liep haar neus nog van haar weg. Iedere keer moest ze zich een hoedje zoeken voor ze hem weer te pakken had.

De neus van Max deed het wat rustiger aan. Hij ging pas lopen als Max een boek wilde lezen. Ook was hij niet zo goed in verstoppen, zodat Max geen hoedje nodig had.

Op een dag gingen de neuzen er al voor het ontbijt vandoor. Max en Vera waren nog maar nauwelijks aangekleed of ze voelden hun neuzen al weglopen. Ze werden allebei boos, maar het was al te laat.

Max had zin om te gaan huilen, maar zonder neus was daar niet veel aan. Vera vond het maar niks om te huilen als je boos was: zij stampte op de grond tot ze zere voeten had. Dat was ook niet handig, maar je werd dan wel steeds kwader. Ze sleurde Max mee achter de neuzen aan.

,,Daar zijn ze!'' riep Max na een tijdje zoeken. Hij wees naar de kapstok.

De neuzen zaten onder de kapstok, tussen de regenlaarzen. Je moest scherpe ogen hebben om ze te kunnen zien. De loopneuzen leken sprekend op de neuzen van de laarzen.

Vera dook er op af. Ze had net leren duiken bij zwemles, en ook zonder water ging het prima. Maar de neuzen liepen weg voor haar knuist ze kon grijpen. Helaas hadden de neuzen buiten Max gerekend. Ze liepen recht in zijn hand.

,,Hebbes!'' riep hij.

,,Geef op'', zei Vera meteen.

Max gaf haar een neus en zette daarna snel zijn eigen neus op. Het voelde wel raar.

,,Max...'' begon Vera voorzichtig.

Max luisterde niet. Zijn neus jeukte. De gaten waren ook groter dan hij zich herinnerde. Toen begreep hij het. Hij staarde naar Vera. Ze gilde.

,,Max, je hebt mijn neus!'' riep ze. En ze kneep meteen in de neus die zij had en die dus van Max was. Jeetje!

De neus liet niet los.

De andere neus ook niet.

Hoe Max en Vera ook aan de neuzen trokken, de neuzen bleven aan hun gezicht zitten. Het deed nog pijn ook.

,,Ze moeten weer gaan lopen'', zei Max na een tijdje.

Vera knikte.

Ze zochten een lekker warm plekje in de kamer en gingen zitten wachten tot de neuzen weer gingen lopen. Maar dat viel tegen. Nu ze wilden dat de neuzen liepen, bleven ze roerloos zitten. Max en Vera voelden zich allebei heel lullig met de verkeerde neus.

De dag duurde en duurde.

Heel langzaam werd het buiten donker. In de tuin zaten al bijna geen bladeren meer aan de bomen. Het was herfst.

Toen begon ineens de neus van Vera te lopen. Het was de neus van Max, maar hij liep bij Vera weg. Hetzelfde gebeurde even later bij Max, ineens begon Vera's neus te lopen. Dit was het moment waarop ze gewacht hadden. Zonder een kik te geven, gingen Max en Vera achter de lopende neuzen aan. Ze waren ongelofelijk kwaad. Nu moest het afgelopen zijn!

Alles ging goed.

Vera ving haar neus in een keukenkastje. Max ving die van hem op de trap. Daarna hadden ze allebei hun eigen loopneus weer en ze maakten hem met elastiekjes aan hun gezicht vast. Het stond raar, maar het hielp wel.

De neuzen konden niet meer lopen.