Clickfonds: titanisch dossier

Dit weekeinde is het precies twee jaar geleden dat het meest omvangrijke onderzoek naar financiële fraude ooit gehouden (`Operatie Clickfonds') begon. Een climax lijkt aanstaande: eind dit jaar moet eindelijk bekend zijn wie - en wat gaat worden vervolgd.

Het was die late middag van de 24e oktober 1997 wat je noemt een donderslag bij heldere hemel. Volslagen onverwacht viel justitie binnen in het gebouw van de Effectenbeurs, en plukte een van de meest bekende commissionairs, Han Vermeulen, van de vloer. Ruim zes weken detentie werd zijn lot en hij was niet de enige. In een golf van aanhoudingen verdwenen veel meer mensen van naam en faam achter de tralies, werden huiszoekingen gedaan bij effectenkantoren en banken en liepen de telefoontaps naar hartelust. Een ware mediahype brak los: wekenlang was `Operatie Clickfonds', zoals het onderzoek inmiddels was gedoopt, niet van de voorpagina's te branden. De aantijgingen waren dan ook niet mals: lidmaatschap van criminele organisatie, heling, witwassen van crimineel geld, belastingfraude, handel met voorkennis, `frontrunning', valsheid in geschrifte, steekpenningen, oplichting.

Twee jaar later kan de voorlopige balans worden opgemaakt. Voorlopig, omdat het op vervolgingsgebied tot nog toe zo goed als stil is gebleven. Reden daarvoor, zo schreef minister Korthals (justitie) onlangs aan de Tweede Kamer, is ,,de omvang en juridische en feitelijke complexiteit'' van de verschillende zaken. Daarmee heeft de bewindsman niets te veel gezegd. Wie probeert een overzicht te krijgen in Operatie Clickfonds, stuit op een bijna titanisch dossier. Het parket van het Amsterdamse Openbaar Ministerie (OM) heeft, samen met de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) en de Economische Controledienst (ECD) de afgelopen twee jaar een mêlée aan informatie verzameld, waarvan zelfs bronnen binnen het Clickfondsteam toegeven dat ze soms door de bomen het bos niet meer zien.

Achteraf is het meest prangende probleem voor het OM geweest dat men, bij aanvang van de affaire, niet precies voor ogen had waar precies de grenzen van Operatie Clickfonds lagen. Wat begon als een onderzoek naar een Zwitserse vermogensbeheerder, het commissionairshuis Leemhuis en Van Loon en een van haar directeuren, breidde zich als een olievlek uit naar tientallen andere (rechts)personen. Verklaringen van verdachten, maar bijvoorbeeld ook resultaten van huiszoekingen, zorgden voor een berg aan onverwachte informatie die hele nieuwe dimensies of dwarsverbanden aan het licht bracht. Daarvan kon op dat moment niet de waarde worden ingeschat. Het zorgde voor meevallers (zo stuitte justitie bijvoorbeeld door puur toeval op een aantal rekeningen van belastingontduikers bij de voormalige Bank Bangert Pontier), maar ook voor extra complicaties. Hoe meer verdachten ten tonele verschenen, hoe groter het `Droste-effect' werd. Achter ieder deurtje bleek weer een nieuwe toegang tot een mogelijk verdacht dossier te schuilen. Operatie Clickfonds ontwikkelde zich zo tot een affaire met tientallen deelonderzoeken en bijna honderd verdachten. Zaken die in het begin als zwaar verdacht werden beschouwd, zijn twee jaar later verdampt, kleine affaires bleken juist veel groter dan gedacht en op het eerste gezicht onbeduidende persoon (zoals de inmiddels naar Zwitserland uitgeweken effectenhandelaar E. Swaab) ontwikkelde zich gedurende het onderzoek tot hoofdverdachte. De hamvraag is of fraudeofficier H. de Graaff, die de afgelopen twee jaar een grote werklust aan de dag heeft gelegd, erin slaagt de berg aan vergaarde informatie te koppelen aan voldoende bewijskracht.

Operatie Clickfonds heeft na twee jaar zeker winst opgeleverd. Er zijn een aantal fiscale fraudezaken vervolgd (of is er met (rechts)personen geschikt). Bovendien is de discussie over toezicht op de financiële markten nieuw leven ingeblazen. Maar de legitimatie van de omvang van de operatie en het gebruik van de vele dwangmiddelen ligt toch vooral in het bewijsbaar maken van `beursfraude-aspecten', zoals handel met voorkennis of het witwassen van gelden. Niet voor niets stellen raadslieden van de diverse Clickfondsverdachten met graagte en regelmaat dat reputaties en arbeidsklimaat van hun cliënten zwaar zijn geschaad door de handelswijze van justitie. Ze wijzen er op dat uit de dossiers nauwelijks `harde zaken' zijn te destilleren die als beursfraude kunnen worden aangemerkt. De overgebleven voorkenniszaken lijken niet sterk genoeg om de bestaande jurisprudentie te weerstaan en er is tot nu toe nog geen overtuigend bewijs gevonden dat criminele gelden een rol zouden hebben gespeeld in witwastrajecten.

Los van de beursfraudezaken lijkt het OM, gezien de voorlopige samenvattende proces verbalen, vooral aan te sturen op het blootleggen van diverse criminele organisaties die als vooropgezet doel hadden personen, via zogenaamde `subrekeningen' belasting te laten ontduiken. Maar ook daar leven twijfels over juridisch succes. Want hoe strafbaar waren die subrekeningen eigenlijk? Welk bewijs is er in Zwitserland vergaard (en mag derhalve volgens Zwitserse voorwaarden niet in Nederland worden gebruikt)? En waarom vervolgt het OM wel coderekeninghouders in de Clickfondsaffaire, maar niet in de soortgelijke zaak met coderekeninghouders in een diamantfiliaal van de ABN AMRO?

Het OM heeft in ieder geval niet veel tijd meer, zo bleek afgelopen vrijdag nog bij een uitspraak van de Arrondisementsrechtbank in Amsterdam. De rechter trok daar een strakke lijn: het deeldossier van een van de hoofdverdachten moet vóór 31 december gesloten zijn. De twee betrokken rechter-commissarissen koersen ook in de andere dossiers aan op afronding dit jaar. Er volgen dan nog tientallen getuigenverhoren op verzoek van de verdediging, waarna de officier definitief moet beslissen welke zaken hij wil gaan voorbrengen. Dan zal het èchte spel pas kunnen beginnen.