Beleidsnota

Van beleidsnota's kan ik nooit genoeg krijgen, vooral niet als ze erg slecht geschreven zijn. Het zal met een sado-linguïstische afwijking te maken hebben. Wat is er leuker dan het doorgeven van weer een paar treffende taalvondsten uit zo'n verpletterend onleesbare nota?

Daarom reisde ik gisteren dan ook gretig naar Den Haag, waar prijzen voor de beste en slechtste beleidsnota van het jaar werden uitgereikt. Een initiatief van Sdu Uitgevers, die daarmee de aandacht wilde vestigen op een nieuwe uitgave, het boek Beleidstekstwijzer, waarin de auteurs Rob Neutelings en Daniël Janssen adviezen geven voor het toegankelijker maken van beleidsnota's.

Jaarlijks verschijnen er in Nederland zo'n tweeduizend beleidsnota's. De overheden, de rijksoverheid voorop, produceren het leeuwendeel. Alleen al de Tweede Kamer ontving dit jaar tweehonderd nota's. De Kamerleden koesteren er een diepe haat tegen. Ze gebruikten tegenover de auteurs kwalificaties als `warrig', `wollig', `gezwollen', `brallerig', `Lubberiaans', `onbegrijpelijk' en `onsmakelijk Nederlands'.

Ambtenaren op ministeries hebben veel zelfkennis, merkten Neutelings en Janssen. Geen enkele rijksambtenaar stuurde zijn nota in voor deze prijsvraag. Men wilde het risico van een publieke kastijding niet lopen. Omdat de initiatiefnemers van de prijs zich passief opstelden – ze wilden alleen ingezonden nota's beoordelen – bleven er voor de jury te weinig slechte nota's over. De prijs voor de slechtste nota werd dan ook niet toegekend. De jury (waarin, naast de auteurs, Kamerlid Van Zijl, secretaris-generaal Bekker en de journalisten Tromp en Van Scherrenburg) wees wel op de slechte kwaliteit van de inzendingen van de gemeenten Enschede en Maasdriel.

Uit de nota van Maasdriel is dit citaat afkomstig: ,,Voor het alternatief van de dwangsom mag echter niet worden gekozen als, gelet op het belang dat geschonden wordt door overtreding van het betreffende wettelijk voorschrift, het risico van voortzetting of herhaling van de overtreding – ondanks de dwangsom – nog aanwezig is.''

Daarmee was mijn reis naar Den Haag niet helemaal vergeefs geweest, maar ik heb de auteurs wel dringend verzocht voortaan – het betreft een jaarlijkse prijs – zelf zoveel mogelijk slechte nota's op te sporen.

De prijs voor de beste nota ging naar de gemeente Den Haag. Auteur Daniël Janssen vertelde me nog dat de kwaliteit van de nota's de laatste jaren lijkt te verbeteren. Ik stelde daar tegenover dat het taalgebruik mogelijk wat helderder is geworden, maar dat de inhoud vaak nog even schimmig is als voorheen.

Die waarneming deelde hij, zodat ik me op deze dag steeds gelukkiger ging voelen, vooral toen ik op de terugweg in de trein een departementsambtenaar tegen een collega hoorde zeggen: ,,Je moet toch een referentiekader hebben om de veranderingen aan te toetsen.''