Bankier Philips houdt volop problemen

Philips presenteerde gisteren een verdubbeling van de winst over het derde kwartaal. Het concern zit goed bij kas en voorziet over het hele jaar 10 procent winstgroei. Toch is intern nog lang niet alles op orde.

Een grote bank die als nevenactiviteit in de industrie actief is. Zo luidt sinds jaar en dag de cynische omschrijving van het Duitse concern Siemens. Door de rijkdom van het bedrijf lijken, overdreven gesteld, de meeste activiteiten alleen maar geld te kosten.

Nog even en dezelfde grapjes kunnen over Philips worden gemaakt. Na de verkoop vorig jaar van Polygram (opbrengst: 11,5 miljard gulden), van Car Stereo (1,5 miljard) en vele kleinere activiteiten zit het elektronicaconcern financieel op rozen. Ondanks de inkoop van eigen aandelen (voor 3,3 miljard gulden), de acquisitie van VLSI en de joint venture met de Koreaanse chipproducent LG (kosten 3,3 miljard) beschikt het concern nog altijd over een goedgevulde oorlogskas.

,,De sterke balans geeft ons het vermogen om controle te houden over onze toekomst'', stelde financieel bestuurder Jan Hommen gisteren in een toelichting op het derde kwartaal. ,,Dat was vroeger heel wat minder het geval.''

Juist in een wereld waarin producten snel van de tekentafel bij de klant moeten terechtkomen (de korte `time to market') is volgens Hommen een dikke beurs meer dan welkom. ,,We moeten voortdurend investeren in productontwikkeling. Als dat financieel niet haalbaar is, ben je direct voor jaren teruggeworpen.'' Inclusief acquisities heeft Philips in de eerste negen maanden voor meer dan 4,1 miljard euro (9 miljard gulden) geïnvesteerd. De vergelijking met een bank dringt zich nog meer op wanneer duidelijk wordt hoe groot de aandelenportefeuille van Philips is.

Hommen onthulde gisteren dat het elektronicaconcern voor meer dan 12 miljard euro aan minderheidsbelangen bezit. Dat zijn deels strategische belangen (zoals in chipproducent TSMC of in toeleverancier ASM Lithography), die niet snel van de hand zullen worden gedaan. Bij andere, kleinere belangen is dat wel het geval en dat kan de nettowinst een aardig zetje geven. In het afgelopen kwartaal bedroeg de winst op ,,enige verhandelbare effecten'' bijvoorbeeld 73 miljoen euro, terwijl het belang in Seagram (de nieuwe eigenaar van Polygram) 21 miljoen dividend opleverde. Op een kwartaalwinst van 372 miljoen euro zijn dat forse bedragen: de financieringslasten van vorig jaar (104 miljoen euro) werden er streeploos door weggepoetst.

Maar de dikke portemonnee van Philips is geen tovermiddel om alle problemen op te lossen. Zo leveren de Amerikaanse activiteiten nog steeds nauwelijks geld op. Over de eerste negen maanden van dit jaar werd op een omzet van 6,6 miljard euro een bedrijfsresultaat van 49 miljoen behaald, een winstmarge van 0,7 procent. Mede door de economische crisis in Brazilië is Latijns Amerika zelfs verliesgevend.

Ook over sommige divisies zal Hommen nauwelijks tevreden zijn. Dochter Origin bijvoorbeeld zag in het derde kwartaal de winst terugvallen tot 17 miljoen euro, terwijl het eerste halfjaar bij de automatiseerder nog goed was voor 65 miljoen. ,,De mensen bij Origin hebben de eigenschap om in de zomer met vakantie te gaan'', schertste Hommen. Meer serieus gaf hij toe dat ook de Philips-dochter last heeft van het millennium: heel wat opdrachtgevers willen pas weer na de jaarwisseling aan investeringen gaan denken.

Ook bij Componenten (onder andere monitoren) is een terugval te zien: in de laatste drie maanden werd een winst geboekt van 28 miljoen euro (winstmarge 2 procent), terwijl tot en met juni 175 miljoen werd verdiend. Een opsteker was Consumentenproducten (televisies, video) dat een bijna vooroorlogse winstmarge van 4,7 procent realiseerde.

Het gunstige plaatje dat Philips gisteren liet zien verdient nog één relativering: de cijfers over het derde kwartaal worden vergeleken met de magere prestaties uit 1998. Zo liet de omzet vorig jaar een daling zien: dat plaatst de gisteren gemelde omzetgroei van 6 procent in een iets ander licht. ,,Dit jaar is het spiegelbeeld van vorig jaar'', stelde Hommen terecht. ,,Vorig jaar was het tweede halfjaar de zwakke periode, nu is dat het eerste halfjaar.''

Mede daardoor heeft Philips over de eerste negen maanden van dit jaar nog steeds een lagere winst dan in oktober 1998: 1,11 miljard euro tegen 1,37 miljard. Toch voorspelt het concern minimaal tien procent meer winst. Dat lijkt gewaagd, maar is het niet. In het vierde kwartaal vorig jaar werd namelijk een operationeel verlies geboekt van 308 miljoen euro, een winst van 300 miljoen euro moet nu voldoende te zijn om de prognose te realiseren. Zeker met de aantrekkende chipmarkt kan dat nauwelijks een probleem zijn. En desnoods moet Hommen nog maar eens kritisch naar zijn aandelenportefeuille kijken.