Arts bereid zwijgplicht te schenden

Veel artsen zeggen bereid te zijn hun beroepsgeheim te schenden als daardoor kan worden voorkomen dat mensen grote schade wordt berokkend. Als het gaat om kindermishandeling, pleiten veel artsen zelfs voor een wettelijke meldingsplicht.

Dat blijkt uit een enquête onder 561 artsen door de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG). Aan de enquête hebben 480 artsen meegewerkt. De resultaten worden vandaag gepubliceerd in het blad Medisch Contact.

Uit de enquête blijkt dat het beroepsgeheim voor artsen minder heilig is dan werd verondersteld. Van de artsen zegt 94 procent ernstige vermoedens van kindermishandeling te zullen melden aan een vertrouwensarts en 65 procent van de geënquêteerden sprak zich zelfs uit voor een wettelijke meldingsplicht voor zulke gevallen. Veertig procent van de artsen bleek ook te voelen voor een wettelijke regel die artsen verplicht misdrijven te melden aan de autoriteiten; 43 procent was hier juist fel tegen.

Behalve kindermishandeling kunnen volgens de enquête ook HIV-besmetting, moordplannen, ernstige misdrijven en ernstige erfelijke ziekten voor veel artsen aanleiding zijn hun geweten voorrang te geven boven het medisch beroepsgeheim.

In veel mindere mate is dat het geval bij kennis over geslachtsziekte, reeds gepleegde moorden en vaderschap. Naar de ideeën van artsen over een wettelijke meldingsplicht voor deze gevallen is in de enquête overigens niet gevraagd.

De zwijgplicht voor artsen moet garanderen dat iedereen die medische hulp nodig heeft zich zonder vrees tot een arts of ziekenhuis kan wenden. In principe is het doorbreken ervan alleen toegestaan met toestemming van de patiënt. Doet een arts het toch, dan loopt hij het risico te worden aangeklaagd bij een tuchtcommissie.

De auteurs van het artikel in Medisch Contact vermoeden daarom dat het doorbreken van het medisch beroepsgeheim in de praktijk veel minder vaak voorkomt dan op grond van de enquête-uitslag zou kunnen worden verwacht.

Slechts weinig artsen voelden er blijkens de enquête voor hun beroepsgeheim te schenden ten gunste van verzekeraars.

De KNMG en de levensverzekeraars zijn hierover momenteel in gesprek, omdat de verzekeraars willen dat artsen bij vermoedens van fraude met een levensverzekering op verzoek inzicht geven in de medische geschiedens van patiënten. Volgens de verzekeraars is deze informatie van de arts onontbeerlijk om fraude te kunnen bewijzen. De huidige regelgeving staat artsen echter alleen toe de doodsoorzaak aan de verzekeraars laten weten.