Aanslag in Turkije schokt seculiere orde

In Turkije is geschokt gereageerd op de dood van Ahmet Taner Kislali, columnist voor de krant Cumhuriyet en hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Ankara. Kislali kwam gisteren om het leven door een bomaanslag.

De hoogleraar, die in de jaren zeventig minister van Cultuur was, stond in Turkije bekend als een groot verdediger van de seculiere orde in dat land. Enige dagen geleden nog leverde hij in het dagblad Cumhuriyet felle kritiek op de Turkse regering omdat deze niet genoeg zou doen om het moslim-fundamentalisme aan te pakken. Ook rekende hij onlangs in de centrum-linkse krant af met een radicale moslimgroep die vindt dat de aardbeving van 17 augustus een straf van God was, omdat de Turkse bevolking de geboden van de islam aan de laars zou lappen.

De politie gaat er vooralsnog van uit dat de aanslag het werk is van een moslim-extremistische groep. Zij denkt daarbij vooral aan het `Front van de Groot-Oosters Islamitische Aanvallers' (IBDA-C). Deze groep, die vooral in Istanbul actief is, verwierf tot nu toe vooral bekendheid met bomaanslagen tegen bijvoorbeeld etablissementen waar alcohol wordt geschonken. Zij streeft er naar de islamitische wet, de shari'a, in Turkije in te voeren.

Direct na de aanslag gisteren verzamelde zich een grote menigte bij Kislali's huis in Ankara. ,,Weg met de radicale islam'' en ,,Turkije is seculier en zal dat blijven'', scandeerde zij. Ook bij het ziekenhuis waar het lichaam van Kislali lag opgebaard, was het druk. De menigte daar ontstak in woede toen Recai Kutan, de leider van de moslimfundamentalische Fazilet-partij, arriveerde om de nabestaanden van Kislali (onder wie een baby van minder dan een maand oud) te condoleren. ,,Ga naar Iran, ga naar Iran'', schreeuwden de mensen woedend. Overigens heeft ook Fazilet, net als alle andere politieke partijen, de bomaanslag veroordeeld. Volgens een persverklaring van Fazilet was het ,,de bedoeling van degenen die deze aanval uitvoerden om, net als bij eerdere aanslagen, chaos in het land te scheppen en hinderpalen te zetten op de weg van de democratisering''.

Het is niet de eerste keer dat een medewerker van de Cumhuriyet het slachtoffer wordt van een bomaanslag. In 1993 trof journalist Ugur Mumcu hetzelfde lot. Volgens de mensenrechtenorganisatie Mazlum-Der werd bij die aanslag dezelfde soort explosieven gebruikt als gisteren. In Turkije wordt er overigens van uitgegaan dat de moord op Ugur, die nooit is opgelost, het werk is van extreem-rechtse groeperingen. De hoofdredacteur van Cumhuriyet zei gisteren dat medewerkers van zijn krant regelmatig met de dood worden bedreigd.