Wapen voor levenslang

Jacht komt uit de loop van een geweer. Het schieten met pijl en boog, een techniek die vooral in de VS en Frankrijk aanhangers kent, is in Nederland verboden. Een overzicht van de technische wereld achter kolf, slot en loop.

DE GESCHIEDENIS van het jachtgeweer gaat terug tot de uitvinding van het buskruit, waarmee keien of kogels uit een buis konden worden geknald. Betrouwbaar was dit schiettuig niet. Pas in het midden van de vijftiende eeuw was het vuurwapen minder gevaarlijk voor de gebruiker dan voor de ontvangende zijde. Het toepassen van een oorlogswapen ten behoeve van de jacht was een kleine stap, zij het dat de toenmalige robuuste vuurwapens eerder de benaming `kanon' verdienden en dus buiten de hedendaagse definitie van jachtgeweer vallen. Sinds die tijd is het jachtgeweer op ergonomisch, metallurgisch en velerlei ander gebied verfijnd.

Een hedendaags jachtgeweer is een precisie-instrument, dat volgens alle geraadpleegde wapenhandelaren een leven lang meegaat. Althans, voor wie het Nederlands gemiddelde van tweehonderd patronen per jaar aanhoudt, en de oliespuit en poetsdoek zorgvuldig hanteert. Een simpel jachtgeweer kost zo'n duizend gulden. Aan deze prijs zit nauwelijks een plafond: wie wil, kan een geweer met een handgegraveerd ivoren en gouden sluitstuk en een wortelnotenhouten kolf laten maken. Zulke geweren zijn soms duurder dan de terreinwagens waarmee de eigenaars naar het jachtgebied worden vervoerd.

Er zijn globaal twee soorten jachtgeweren te onderscheiden: hagelgeweren en kogelgeweren. Er zijn ook wel andere geweren die voor de jacht worden gebruikt, zoals de `drieling' die hagelpatronen én kogels verschiet, maar die zijn verre in de minderheid.

Het hagelgeweer verschiet kleine metalen balletjes: de hagel. Tot enkele jaren terug bestond dit uit lood, maar tegenwoordig uit staal of andere milieuvriendelijke legeringen. Een hagelpatroon is een plastic buisje met een koperen slaghoed, waarin het kruit en een prop zitten die de hagellading na ontbranding voortdrijft.

Hoe kleiner het kaliber van het geweer, des te groter de diameter van de loop. Zo correspondeert kaliber 12 met een loopdoorsnede van meer dan 18 millimeter, terwijl die van kaliber 24 uitkomt op nog geen 15 millimeter. Die loop is een verhaal apart. Hij is aan de binnenkant namelijk niet de gladde verwarmingsbuis waar menigeen hem voor houdt. Er zit een doordacht systeem van verwijding en versmalling in. De hagel uit de patroon in de `kamer' aan het begin van de loop komt direct nadat de trekker is overgehaald in de vernauwing van de `conus'. Deze versmalling is nodig om de afnemende gasdruk zoveel mogelijk te behouden: met de verplaatsing van de hagel door de loop neemt ook het volume toe. Daarna volgt een gewoon cylindrisch gedeelte dat aan het einde weer een vernauwing kent: de choke. Deze laatste engte is nodig om de hagelkolom als het ware te concentreren, zodat er genoeg `dekking' op het wild is. Overigens betekent een goede dekking niet dat er een maximale hoeveelheid hagel het, laten we zeggen, konijn treft. Aangezien het dier door de shock van de inslag sterft, en niet door de penetratie van de hagel, is `juist voldoende' hagel de beste dekking.

Deze bepaling van het begrip `dekking' brengt met zich mee dat voor verschillende situaties verschillende chokes ideaal zijn. Wie in het bos jaagt, zal op kleinere afstand een goede dekking moeten bewerkstelligen dan bijvoorbeeld in een weiland waar het wild van grotere afstand moet worden geraakt. Omdat jagers tijdens één jacht meestal verschillende terreintypes betreden, heeft het dubbelloops jachtgeweer per loop een afwijkende choke. Er zijn verschillende mechanismen op de markt die de jager de juiste loop kunnen laten kiezen. Dubbelloops geweren zijn in twee soorten te verdelen: juxtaposé , wanneer de lopen naast elkaar liggen, superposé als ze op elkaar zijn gemonteerd.

Tussen hagel- en kogelgeweren is niet veel wezenlijk verschil. Een kogelgeweer heet ook wel een buks. Buksen worden gebruikt voor de jacht op `grofwild', zoals herten, reeën en zwijnen. Het is verboden met hagel op deze dieren te schieten. Sommige kogelgeweren zijn enkelschots, andere hebben een heel magazijn, maar daarmee kan geen `salvo' worden gegeven. Zulke `automatische' geweren zijn verboden. De loop van een kogelgeweer is voorzien van groeven, zodat de kogel gaat draaien. Dit geeft het projectiel, net als een gyroscoop, stabiliteit. De kogel heeft, alweer voor de shockwerking, een zachte punt die bij de inslag in het dier verbreedt. Hierdoor is de dreun die het dier velt des te groter.

Het kogelgeweer kan, in tegenstelling tot een hagelgeweer, worden voorzien van een telescoopvizier. Een kogel reikt dan veel verder dan een schot hagel, dus voor de grote afstand is een op de loop gemonteerde verrekijker soms noodzakelijk. Helderheidsversterkers en andere optische hulpmiddelen horen in het leger thuis. Voor de jacht zijn die in Nederland verboden.

GEWEREN