Regeringsleger boekt vitale zege op rebellen Angola

Angolese regeringstroepen hebben een belangrijke overwinning behaald op de rebellenorganisatie Unita, hun eerste zege sinds de burgeroorlog vorig jaar december weer oplaaide. Ze veroverden de steden Andula en Bailundo, twee van de grootste uitvalsbases van de rebellen. In de provincies Bie, Huambo, Moxico en Malange boekten ze grote terreinwinst. De woordvoerder van president José Edoardo dos Santos maakte dat gisteren bekend, nadat de regering de laatste tien maanden geen enkele mededeling over het verloop van de oorlog had gedaan.

De regeringszege verkleint de kans dat de strijdende partijen weer rond de tafel gaan zitten. Volgens Jakkie Potgieter van het Zuid-Afrikaanse Institute for Security Studies zal president José Edoardo dos Santos er niet over peinzen de vredesonderhandelingen weer te hervatten op een moment dat de rebellen aan het verliezen zijn. Maar ze voorspelde dat de rebellen zich desnoods weer zullen terugtrekken in het oerwoud en hun toevlucht zullen nemen tot guerrillapraktijken, zoals ze de afgelopen 25 jaar al vaker hebben gedaan. Nog onlangs drong de Zuid-Afrikaanse regering aan op vredesoverleg omdat een militaire oplossing voor het slepende conflict volgens haar uitgesloten is.

De kans dat de Verenigde Naties een nieuwe vredesmissie naar Angola sturen wordt door de opmars van het regeringsleger ook kleiner. Een eerdere vredesmissie liep uit op een mislukking nadat het vredesakkoord van 1994 steeds verder ondermijnd werd. De Verenigde Naties zagen zich begin dit jaar gedwongen om uit Angola te vertrekken. Sinds mei worden de mogelijkheden van een nieuwe, beperkte VN-operatie verkend.

De secretaris-generaal van Unita, Paulo Lukamba Gato, zei maandag nog dat de rebellen het jongste regeringsoffensief met succes hadden weten te pareren. Gisteren werd een groep landelijke journalisten en buitenlandse verslaggevers rondgeleid door het voormalige rebellenbastion Bailundo om te demonstreren dat de stad ook werkelijk in handen van de regering is.

De Angolese president belooft al sinds maart een beslissende slag die een eind aan de oorlog moet maken. Maar het laatste offensief moest tot september wachten, omdat de militairen niet konden omgaan met de nieuwe wapens die de regering had gekocht. Daarbij ging het om Russische straaljagers, tanks en gevanceerde radarapparatuur. Twee eerdere offensieven verliepen begin van dit jaar rampzalig. De regeringstroepen werden teruggeslagen en de rebellen kregen de controle over meer dan tweederde van het land.

De regering beschikt over 110.000 soldaten. Zij vinden 70.000 rebellen tegenover zich.

Sinds Angola in 1975 onafhankelijk werd van Portugal, kostte de burgeroorlog al meer dan 800.000 levens. Ruim twee miljoen mensen zijn de afgelopen tien maanden uit hun huizen verdreven. Volgens hulporganisaties sterven in Angola dagelijks zeker 200 mensen van honger. (AP, Reuters)