RASSEN

Jachthonden zijn in verschillende rassen in te delen.

STAANDE HONDEN

Pointer De pointer is de meest voorkomende Engelse staande hond. De gespierde kortharige hond is meestal wit met gele, oranje of leverkleurige vlekken. De aristocratische pointer heeft een groot uithoudingsvermogen en kan grote jachtterreinen afzoeken. Gespecialiseerd in de jacht op veerwild. Levendig temperament en snel.

Engelse setter Na de pointer is de Engelse setter de meest voorkomende Engelse staande hond. De elegante setter wordt in Nederland op beperkte schaal voor de jacht gebruikt. Net als de Ierse setter en de Gordon setter wordt dit ras door schoonheidsfokkers gefokt.

Duitse staande korthaar De meest voorkomende continentale staande hond. De Duitse staande hond is groter en minder snel en elegant dan de Engelse. De hond is intelligent en daarom gemakkelijker af te richten. Bruikbaar voor verschillende terreintypen. Een nadeel is dat de hond door de kortharige vacht gevoelig is voor doorns en koud water.

Duitse staande langhaar en draadhaar Zij zijn beter bestand tegen kou en begroeiing. Het reukvermogen van de langhaar en draadhaar is beter dan dat van de korthaar.

DRIJFHONDEN

Engelse cockerspaniël De bekendste drijfhond. De kleine honden zijn door hun snelheid bijzonder geschikt voor het drijven van fazanten en ander kleinwild zoals konijnen. De fraaie cockerspaniëls, die in vrijwel alle kleuren voorkomen, zijn ook zeer populair als huishond.

APPORTEERHONDEN

Retrievers De bekendste apporteerhonden zijn de retrievers. De labrador retriever is de meest voorkomende retriever op jacht. De honden hebben een zacht karakter en zijn gemakkelijk af te richten. De zwarte, bruine of gele vacht van de retrievers is waterafstotend. De golden retriever is de meest geliefde huishond in ons land.

AARDHONDEN

Teckel en terriër Aardhonden als de teckel en terriër worden ingezet voor wild dat zich ophoudt in holen, zoals vossen. De langharige en de ruwharige teckel zijn laagbenig en zeer geschikt om door te dringen in nauwe holen om het wild op te jagen. De Engelse Jack Russel-terrier komt veel in Nederland voor, ook als huishond.

ZWEETHONDEN

Voor het opsporen van aangeschoten edelhert via het `zweetspoor' (bloedspoor) worden al eeuwen de Hannoverse zweethond en de Beierse bergzweethond gefokt. De hond moet het gewonde wild tegen kunnen houden door het tegen de grond te werken. Essentieel is dat de hond `spoorvast' is, zich niet laat afleiden door andere sporen. De honden moeten langdurig worden getraind en komen in Nederland nauwelijks voor.