Patrijs zit op de wip

In de nieuwe Flora- en Faunawet, die volgend jaar van kracht wordt, wordt de jacht verder beperkt. Nog maar vijf à zes diersoorten mogen dan worden bejaagd.

HET IS VERBODEN met een geweer in een woonwijk op konijnen te jagen. Lijkt logisch, maar het is voor alle zekerheid ook vastgelegd in een wet. Hoewel eigenlijk Flora- en faunawet geheten, noemt iedereen haar nog de Jachtwet, naar een van haar voorgangers. Niet onbegrijpelijk ook, want het belangrijkste deel van de nieuwe wet wordt in beslag genomen door geboden en verboden voor de jacht.

Jagen is ook politiek een emotioneel onderwerp gebleken. De nieuwe Flora- en faunawet werd op 4 november 1997 door de Tweede Kamer aangenomen. Per 1 januari 2000 zou de wet operationeel moeten zijn, maar het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, dat daarvoor verantwoordelijk is, heeft nog niet alle noodzakelijke Algemene Maatregelen van Bestuur uitgewerkt. Het is waarschijnlijker dat de wet pas in het voorjaar van 2000 van kracht wordt.

De Flora- en Faunawet is een samenraapsel van oude wetten en regels. Zo zijn de Vogelwet, de Jachtwet en de Wet bedreiging uitheemse diersoorten er in ondergebracht. In de Flora- en faunawet staat onder meer wie er verantwoordelijk is voor de wildstand, wat wild is, wie er wanneer en waarop mag schieten en vooral: wie niet.

In de wet staat ook de in Nederland gehanteerde definitie van jagen. ,,Jagen: bemachtigen, doden of het met het oog daarop opsporen van wild alsmede het doen van pogingen daartoe'', aldus artikel 1.

Om te voorkomen dat iedereen lukraak met een jachtgeweer of ander wapen het open veld in trekt om op alles wat los en vast zit te schieten, is in de wet vastgelegd welke dieren wel en niet in de categorie `wild' vallen. De kern van de wet zit hem namelijk in de zogenoemde wildlijst. Deze lijst bevat een aantal dieren waarop vrij gejaagd mag worden. De wildlijst bestaat nu nog uit 29 diersoorten.

Opmerkelijk is dat de toekomstige, sterk ingekorte wildlijst bestaat uit vijfeneenhalf dier. Geen vijf, maar ook geen zes dus. De verklaring voor deze wat vreemde constructie wordt gevonden in de bijzondere positie van de Perdix perdix, ofwel de patrijs.

Dit dier valt volgens de wet wel onder het vrij bejaagbare wild, maar staat tegelijkertijd nog op de zogenoemde rode lijst met beschermde diersoorten. Pas als er weer voldoende patrijzen zijn, mag er op het dier worden gejaagd.

Deze clausule in de wet, afkomstig van het Tweede-Kamerlid Stellingwerf (RPF), maakt het mogelijk ook andere dieren die om welke reden dan ook met uitsterven worden bedreigd, tijdelijk van de wildlijst te halen. Op de wildlijst staan naast de `halve patrijs' nog `het' haas (Lepus europaeus), de fazant (Phasianus colchicus), de wilde eend (Anas platyrhynchos), het konijn (Oryctolagus cinculus) en de houtduif (Columba palumbus).

In de wet is ook vastgelegd met welke middelen gejaagd mag worden. Jagers mogen daarvoor gebruikmaken van geweren, honden, gefokte jachtvogels als slechtvalken en haviken, eendenkooien, lokeenden of -duiven, fretten en buidels. Het is verboden te jagen vanuit een luchtvaartuig, een vaartuig, een motorrijtuig, binnen een straal van 200 meter rond plaatsen waar voer of aas is verstrekt met als oogmerk wild te lokken. En in woonwijken dus.

Het politieke spel rond de nieuwe wet had eind 1997 nogal wat opmerkelijkheden. De eerder genoemde wildlijst met vijfeneenhalf dier is daar een voorbeeld van. Ook staatsrechtelijk zorgde de behandeling van de Flora- en faunawet voor wat commotie in de Tweede Kamer. Zo bleek een ,,kleine wijziging'' die D66-woordvoerder Bob van de Bos wilde doorvoeren vast te lopen op het in Den Haag weinig voorkomende feit van evenveel voor- als tegenstemmen. Het ging daarbij om de zogenoemde intrinsieke waarde van het dier. Deze term, waarbij wordt erkend dat een dier een levend wezen is en als zodanig behandeld dient te worden (dierenwelzijn), stond in de zogenoemde considerance van de wet.

Van den Bos, ooit Dierenbeschermer van het jaar, wilde de intrinsieke waarde opnemen in de eigenlijke wetstekst. ,,Dat maakt het sterker'', zo redeneerde hij. Door afwezigheid van dertig Kamerleden eindigde de op zijn verzoek aangevraagde hoofdelijke stemming daarover in zestig voor en zestig tegen. Overigens werd het voorstel van Van den Bos twee weken later verworpen. De voormalig dierenbeschermer en tegenwoordige Europarlementariër was vergeten opnieuw een hoofdelijke stemming aan te vragen.

De opstelling van menige politieke partij droeg bij aan de emoties in het debat over het ,,schaamteloos afknallen van konijntjes, vossen en eenden''. Zo maakten dierenbeschermers zich nogal kwaad over de `koehandel' van de PvdA. PvdA-woorvoerster Willie Swildens had vlak voor de behandeling van de wet, analoog aan het verkiezingsprogramma van haar partij, laten weten tegen de jacht te zijn. ,,Het is `nee, tenzij' in deze wet. Er wordt niet gejaagd, tenzij er een bijzondere reden voor is.'' Uiteindelijk ging zij wel akkoord met de wildlijst. ,,Om op andere terreinen de VVD mee te kunnen krijgen'', erkende ze. Voor de wildlijst geldt juist het `ja, mits'-principe: er mag op gejaagd worden, tenzij het niet goed gaat. Zie het voorbeeld van de patrijs. Ook D66 ging niet helemaal vrijuit. De fractie stemde uiteindelijk verdeeld over de wet. Onder meer dierenbeschermer Van den Bos stemde tegen.

De Flora- en faunawet zit boordevol emoties, menen ook de jagers en de dierenbeschermers. De jagers vinden dat het gesunde Volksempfinden het ten onrechte heeft gewonnen van de ratio en zij klagen steen en been over het gebrek aan invloed op de wildstand en de aandacht voor het nut van de jacht en de rol van de jager in het faunabeheer.

De dierenbeschermers winden zich op hun beurt weer om heel andere redenen op over de wet. ,,De architect van de Jachtwet was een jager, de controle en naleving ligt in handen van jagers en de uitgifte van bijzondere vergunningen is doorgaans gedelegeerd aan jagers'', schreef een boze Nico Koffeman van de stichting Faunabescherming, voorheen Kritisch Faunabeheer. Ook de Dierenbescherming toonde zich ,,verbijsterd'' over het feit dat ,,het ernstige dierenleed als gevolg van de jacht met levende lokeenden en lokduiven, met haviken en slechtvalken en de drijfjacht op wilde zwijnen'' niet uit de oude Jachtwet is geschrapt.

Uiteindelijk kreeg iedereen een beetje zijn zin, maar niemand helemaal. De jagers hielden hun wildlijst (de zes dieren die daarop staan zijn nog altijd goed voor 1,9 miljoen stuks potentiële jachtbuit), de dierenbeschermers zagen de lijst krimpen van 29 naar vijfeneenhalf à zes.

WET