`Overbodige regelgeving grote steden'

Het grotestedenbeleid van minister Van Boxtel heeft geleid tot meer overbodige regelgeving en bureaucratie. Dat zegt de Amsterdamse loco-burgemeester en wethouder J. van der Aa (onderwijs en minderenheden).

,,De bedoeling was dat er meer geld zou komen voor de grote steden en minder regelgeving. Wij zouden meer bevoegdheden krijgen, maar het tegengestelde is gebeurd. We moeten aan steeds meer regels voldoen'', aldus Van der Aa. Hij zegt ,,helemaal niet weer die Amsterdamse arrogantie'' uit te willen stralen, maar Van der Aa ergert zich aan het feit dat het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar het grotestedenbeleid onder valt, steeds uitvoeriger de plannen wil beoordelen. ,,Op papier was het grotestedenbeleid bedoeld om de geldstromen te stroomlijnen, maar in de praktijk houden wij ons hart vast.''

Minister Van Boxtel (grotestedenbeleid) kritiseerde voor de lokale televisiezender AT5 onlangs de plannen die Amsterdam heeft ingediend, terwijl hij juist Rotterdam prees. Rotterdam presenteerde vorige maand het plan Visie 2000 waarin voor veertien miljard projecten staan beschreven om de werkloosheid, het lage opleidingsniveau en de achterstandsbuurten in de stad aan te pakken.

Minister Van Boxtel waarschuwde de gemeente Amsterdam dat het nog tot 1 november heeft de plannen te verbeteren. De 25 grote gemeenten kunnen tot die datum hun plannen indienen, waarna Van Boxtel 15,5 miljard aan subsidies zal verdelen.

Van der Aa vindt dat Amsterdam een goed plan heeft voor onderwijs, werkloosheidbestrijding en minderhedenbeleid. De Amsterdamse wethouder wijst er op dat het voor zijn ambtenaren veel lastiger is dan voor Rotterdam om alle projecten op één hoop te vegen. In Amsterdam gebeurt volgens hem veel op het niveau van de stadsdelen, terwijl in Rotterdam de deelgemeenten minder doen. ,,De indruk bestaat altijd dat de gemeente Amsterdam zijn zaken niet goed voor elkaar heeft, maar op buurt- en wijkniveau gebeurt juist altijd heel veel.''

,,Laat ons nou zelf maatwerk leveren'', zegt Van der Aa. Niet de plannen maar de resultaten zouden beoordeeld moeten worden. Daarom heeft de wethouder zich in het verleden sterk gemaakt voor algehele invoering van de Cito-toets op basisscholen. ,,Ik wil graag dat er een objectieve vergelijking tussen steden plaatsvindt. Ik weet zeker dat we het heel goed doen.''