Nieuwe unie in christelijke hoek

Een fusie mag het nog niet heten. Maar RPF en GPV gaan de confessionele geschiedenis samen verwerken in `praktische politiek'.

De kleine christelijke partijen RPF en GPV gaan een politieke unie vormen. De partijbesturen hebben dit plan vanmiddag bekendgemaakt, daarin gesteund door een ruime meerderheid van de achterban.

RPF en GPV, die als zelfstandige partijen blijven bestaan, zullen in de praktijk zoveel mogelijk als één politieke groepering optreden. De partijen willen met één gezamenlijke kandidatenlijst deelnemen aan de eerstkomende Tweede-Kamerverkiezingen en daarna ook met één fractie in de Kamer optreden. Op dit moment bestaat al hechte samenwerking tussen RPF en GPV in de Tweede en Eerste Kamer, waarbij de diverse leden ook namens elkaars fracties het woord voeren. Van een fusie tussen beide fracties zal tot de verkiezingen geen sprake zijn. De RPF bezet op dit moment drie zetels in de Tweede Kamer, het GPV twee zetels.

GPV-leider Schutte vindt de voorgenomen oprichting van een unie ,,een fraai resultaat'' en meent dat discussie over een volledige fusie van de beide partijen ,,niet zinvol is''. Volgens Schutte ,,moet rekening worden gehouden met vijftig jaar confessionele geschiedenis, met verschillen in achtergrond en in grondslag''. Het GPV onderhoudt van oudsher een hechte band met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), terwijl de achterban van de RPF te vinden is in alle protestants-christelijke stromingen. Schutte zegt in de unie ,,vooral praktische politiek te willen bedrijven''. Hij wil geen uitspraak doen over de verdere ontwikkeling van de samenwerking. ,,Die moet verder vorm krijgen vanuit de afdelingen in het land'', aldus Schutte.

Uit een recent gehouden peiling onder plaatselijke partijbesturen blijkt dat de RPF-achterban vrijwel unaniem voorstander is van de oprichting van de unie (97 procent) en op termijn tot één partij wil fuseren (94 procent). De GPV-bestuurders tonen zich gereserveerder over de unie (86 procent is voorstander) en over verdergaande organisatorische samenwerking (77 procent).

RPF-leider Van Dijke ziet een fusie met het GPV ,,duidelijk in het verlengde liggen van de unie'' maar wil geen uitspraken doen over de termijn waarbinnen die moet worden gerealiseerd. ,,Belangrijker is dat we de afgelopen drie jaar meer hebben bereikt dan ik vooraf had durven dromen'', stelt Van Dijke. ,,Er bestaat een geweldig elan om een sterk sociaal-christelijk blok te vormen. Dat is de grote winst van dit moment'', aldus Van Dijke.

Een naam is nog niet vastgesteld. Van Dijke zegt ,,wel iets te voelen'' voor `Christelijke Politieke Unie', maar diverse alternatieven zijn nog in bespreking. Begrippen als `reformatorisch' en `gereformeerd' zullen in ieder geval niet in de nieuwe naam voorkomen, omdat die refereren aan beladen discussies die in het verleden veelvuldig zijn gevoerd binnen en tussen diverse orthodox-christelijke groeperingen.

GPV'er Schutte zegt geen uitspraak te willen doen over het aantal Tweede-Kamerzetels dat de nieuwe politieke unie zou kunnen halen. Volgens RPF-leider Van Dijke moeten ,,één of twee zetels winst'' bij de volgende Kamerverkiezingen mogelijk zijn. Op de langere termijn hoopt hij op twaalf tot vijftien Kamerzetels, waarbij zich onder meer baseert op de aantallen leden van orthodox-christelijke kerkgenootschappen en de EO.

De ledenvergaderingen RPF en GPV kunnen zich op 22 januari uitspreken over de oprichting van de unie. De landelijke besturen van beide partijen stellen voor op korte termijn een gezamenlijk uniebureau op te richten en de wetenschappelijke bureaus en vormingsinstituten samen te voegen.

CDA-voorzitter Van Rij ziet de unie van RPF en GPV niet als een bedreiging voor zijn partij maar juist ,,als een versterking'' van de christelijke politiek in Nederland. Van Rij zei dit vanmorgen voor de EO-radio. Volgens Van Rij zou de nieuwe politieke formatie in de toekomst een coalitiepartner kunnen worden in een kabinet met CDA en PvdA of CDA en VVD.

Het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) werd in 1948 opgericht door een aantal dissidente anti-revolutionairen, die zich niet langer konden vinden in het beginselprogramma van de ARP.

In 1952 deed het GPV voor het eerst aan Kamerverkiezingen mee, maar behaalde geen zetel. Pas in 1963 wist de partij een zetel te winnen. Onder leiding van fractievoorzitter Schutte slaagde het GPV in 1989 erin een tweede Kamerzetel te veroveren, die tot op heden behouden bleef.

De oprichting van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF), in 1975, werd vooral gestimuleerd door de totstandkoming van het CDA. Gevreesd werd dat de bijbelse grondslag van die partij veel te smal zou worden. Vanaf de oprichting hamerde de partij op de noodzaak van samenwerking met andere partijen, met name met GPV en SGP. De partij kwam in 1981 met twee zetels in de Tweede Kamer. Onder de jonge fractievoorzitter Van Dijke haalde de partij drie zetels, die in 1994 behouden bleven.

hoofdartikelpagina 7