`Musicaldans van Fosse is nu klassiek'

Choreografe Ann Reinking reist als supervisor van de musical `Chicago' de wereld over. Deze week was ze even in Utrecht om het Nederlandse Chicago-ensemble te trainen.

Ann Reinking zit op een stoeltje op het toneel, met haar rug naar de zaal en het ensemble aan haar in platte gymschoentjes gestoken voeten. Ze heeft de vorige avond de Nederlandse versie van de musical Chicago gezien, en prijst ieders prestatie. ,,Deze show vergt slimme dansers,'' zegt ze, ,,die slimmer zijn dan hun voeten. Dit is geen doorsneeshow met een chorus line van anonieme dansers. Iedereen is een individu, een apart personage.'' De rest van haar sessie wil ze besteden aan een scène waarin de dansers model staan voor de gegoede relaties van een immorele advocaat. En dat kan beter, vindt ze: ,,Ik wil geen scherpe, hoekige bewegingen zien. Deze lieden zijn zeer tevreden met zichzelf, ze bewegen zich soepel en vol zelfvertrouwen. Dàt wil ik zien.''

Chicago wordt sinds mei gespeeld in het nieuwe Beatrix-theater in Utrecht, de vroegere Jaarbeurs-congreszaal. Ann Reinking (49) heeft de supervisie over de acht versies die nu in diverse delen van de wereld worden gespeeld. Af en toe komt ze ergens weer eens kijken. ,,Bij elke show kan na een paar maanden een gevoel van malaise ontstaan,'' stelt ze vast. Vorige week was ze een paar dagen in Berlijn, waar nu de Weense productie van Chicago is neergestreken. Na dit bliksembezoek aan Utrecht vliegt ze terug naar de VS.

Haar choreografie voor de huidige Chicago is gebaseerd op de oerversie van de grote Bob Fosse (1927-1987). Niet omdat diens uit 1975 daterende enscenering niet goed genoeg meer zou zijn, zegt ze, maar omdat het veel te tijdrovend zou zijn die nauwgezet te reconstrueren.

Zelf werkte ze als zingende en acterende danseres in producties van Fosse en was enige tijd diens vriendin. Ze speelde zelfs een hoofdrol in de Fosse-film All that jazz (1979), het koortsachtige – en als autobiografisch beschouwde – relaas over het ziekbed van een hyperactieve choreograaf. ,,Een schitterende studie naar narcisme,'' noemt ze die film. ,,Maar minder autobiografisch dan men zegt. Bob heeft inderdaad een hartaanval gehad, net als in de film, maar als hij ook in werkelijkheid zo'n zelfvernietigende kant aan zijn karakter had gehad, zou hij met geen mogelijkheid zoveel werk hebben kunnen achterlaten.''

Uit dat werk is intussen een keuze gemaakt voor de door Joop van den Ende gecoproduceerde zang- en dansshow Fosse, die in februari in Londen in première gaat, eveneens in een door Ann Reinking gemaakte choreografie. ,,Zijn stijl is klassiek geworden,'' zegt ze. ,,Meer dan anderen heeft Bob ervoor gezorgd dat het verhaal wordt dóórverteld in de dans. Ballet heeft geen verhaal nodig, dans in een musical wel. Als de show goed is, bestaan er geen hiaten tussen zang, dans en spel. Jerome Robbins heeft ons die weg gewezen met zijn choreografieën voor West Side Story.''

Instemmend luistert ze naar een citaat uit de biografie All his jazz, waarin staat dat Fosse als eerste aan homoseksuele dansers de ruimte gaf ook op het toneel homoseksueel te zijn. ,,Dat is typisch Bob, ja,'' luidt haar reactie. ,,In zijn werk is elke danser een apart individu, dat zich als zodanig manifesteert. Daarom waren alle dansers er dol op om met hem te werken.''

Zij ook, voegt Ann Reinking eraan toe. De vraag of ze langzamerhand niet eens los van Fosse zou willen komen, veegt ze dan ook als bijna onbetamelijk van tafel. ,,Natuurlijk hoop ik in mijn werk duidelijk te maken dat ik zelf óók inventief ben. Maar ik ben er trots op met hem te worden geassocieerd. Ik geef hem nu terug wat hij mij allemaal heeft gegeven.''

Chicago, t/m eind dec in Beatrix-theater, Utrecht. Inl 0900-3005000