MINDER TERREINEN

Als gevolg van de Vogelrichtlijn van de Europese Unie zal een deel van het Nederlands jachtgebied verdwijnen. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gaat nog 64 gebieden aanwijzen die tot de Vogelrichtlijngebieden behoren. Dit zijn beschermde vogelgebieden waarvan er al 29 in Nederland bestaan. Als volgend jaar de nieuwe Flora- en faunawet in werking treedt, mag in deze gebieden niet meer worden gejaagd.

Ingenieursbureau Oranjewoud heeft, in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV), Land- en Tuinbouworganisatie Nederland en de Federatie Particulier Grondbezit, de gevolgen onderzocht.

Het bureau enquêteerde onder meer leden van wildbeheereenheden (WBE). Dit zijn verenigingen of stichtingen waaraan jagers zijn verbonden. Zij moeten zorgdragen voor hun gebied, door goed biotoopbeheer, het tegengaan van stropen en wildtellingen. Ook onderhouden zij contact met overheid en belanghebbenden. Er zijn 400 WBE's.

De aanwijzing tot de Vogelrichtlijngebieden betekent volgens Oranjewoud dat 200.000 hectare land een beschermde status zal krijgen. Dit gebied overlapt (deels) het werkterrein van 92 WBE's. De beschermde status wordt verleend als het gebied een belangrijke functie heeft voor 181 broed- en/of trekvogels. De gebieden moeten minimaal 100 hectare groot zijn.

Het bureau concludeert dat een meerderheid van de leden van de WBE's die het Vogelrichtlijngebied overlappen bij een compleet jachtverbod geen of minder medewerking zal verlenen aan onder meer biotoopbeheer, predatorenbestrijding en het tegengaan van stroperij. De WBE's vrezen een toename van predatoren met als gevolg een afname van de (juist beschermde) vogelstand. Ook wordt een afname van het aantal bijzondere opsporingsambtenaren (BOA) voorspeld. Deze `veldwachters', met wettelijke opsporings- en aanhoudingsbevoegdheid, worden soms betaald door de WBE's. De animo om hen te betalen als er niet mag worden gejaagd, lijkt klein.