Met limonade en penseel

Wellicht is uw kind geen kleine Rembrandt, maar hij of zij kan wel een echt kunstwerkje produceren. Dat is althans de gedachte achter de Kinderkunstclub van het Singer Museum in Laren.

Een kinderkunstclub roept misschien een negatief beeld op: van fanatieke ouders die hun kinderen op hun vrije zondagmiddag een museum insturen om ze kennis te laten maken met het expressionime en het symbolisme. Niets is minder waar. De sfeer in de Kinderkunstclub in Laren is gezellig en ongedwongen. Laat kinderen door het museum struinen en allerlei ontdekkingen in schilderijen doen. Laat ze lekker kliederen met verf of krijtjes en ongemerkt steken ze ook nog iets van moderne kunst op.

De Kinderkunstclub in het Singer Museum in Laren is bestemd voor kinderen van zeven tot twaalf die graag tekenen en schilderen. In een klein groepje trekken ze op vier achtereenvolgende zondagmiddagen met een begeleidster het museum in om een aantal schilderijen te bekijken. De museumjuf, Anna van Stuivenberg, geeft al twintig jaar tekenles aan kinderen en geeft daarnaast rondleidingen in het Singer Museum. In augustus en september hebben de kinderen gekeken naar een aantal werken uit de tentoonstelling `Belgische kunst, van 1880 tot 1930'. De kinderen nemen plaats op de grond in de museumzaal en praten met elkaar over de schilderijen die ze zien. Van Stuivenberg vermoeit de kinderen niet met ingewikkelde verhalen over stromingen. Ze nodigt ze vooral uit om zelf te vertellen wat ze van de kunstwerken vinden.

Elke week kiest Van Stuivenberg een ander thema uit - bijvoorbeeld `het gras is blauw', gerelateerd aan fauvisme en expressionisme - en stelt ze de kinderen vragen. Wat zie je op het schilderij? Hoe is het geschilderd? Wat vind je ervan? Zo leren kinderen dat je kunst niet altijd mooi hoeft te vinden.

De meeste kinderen staan te popelen om na de rondleiding zelf aan de slag te gaan. Ze krijgen, onder het genot van een glaasje limonade, de kans om het thema uit te werken in een eigen schilderij of tekening. Naar aanleiding van enkele sociaal-realistische schilderijen met afbeeldingen over Belgische mijnwerkers kregen de kinderen de opdracht een tweeluik te maken met een blije kant in kleur en een sombere kant in zwartwit. Eva Kool (9 jr) maakte een tweeluik met de tegenstelling `dag en nacht'. Op haar tekening zie je een blij paard in het zonnetje in de wei staan, aan de andere kant staat een paard in het donker met trieste ogen en een hangende nek. Een andere opdracht was het tekenen van een landschap dat een verhaal vertelt, wat naar aanleiding van het werk van enkele symbolisten gebeurde. Yourai Mol (8 jr) maakte een droevige tekening, waarop twee konijnen op het strand en op zee zitten. Een van de konijntjes is aangeschoten door jagers en de andere dobbert helemaal alleen op een bootje op zee. Volgens Yourai vertelt de tekening ,,dat er geen nieuwe konijntjes meer komen''. Tijdens het tekenen loopt Van Stuivenberg rond om de kinderen advies te geven. Soms komen ze met vragen hoe ze een bepaalde kleur moeten mengen of hoe ze diepte in hun tekening kunnen aanbrengen.

Als inspiratie voor de Kinderkunstclub die in januari begint, dienen de schilderijen van Adriaan Lubbers, die in Laren heeft gewoond. In de jaren twintig en dertig heeft Lubbers veel reizen gemaakt naar Amerika. Hij was gefascineerd door de architectuur van New York en Chicago, waar in die tijd de eerste torenhoge wolkenkrabbers uit de grond werden gestampt. In zijn schilderijen zie je een vreemd contrast tussen de hypermoderne hoogbouw en het nog traditionele stadsleven. Toen Lubbers beïnvloed raakte door het kubisme werden zijn schilderijen steeds abstracter. Met zijn stadslandschappen heeft Lubbers in Amerika naam gemaakt als `the painter of New York', maar in Nederland is zijn werk nooit echt bekend geraakt.

De Kinderkunstclub in januari heeft als uitgangspunt `het leven in de stad'. Eén van de thema's is `Met je kop in de wolken': vraag jezelf eens af hoe het zou zijn om in een wolkenkrabber te wonen. Deze keer gaan de kinderen eerst zelf aan het werk, voordat ze een rondleiding door het museum krijgen. Van Stuivenberg leest een verhaal voor uit een kinderboek, zodat de kinderen nog alle kanten opkunnen met hun illustratie. Pas wanneer alle tekeningen af zijn, zal er een tochtje door het museum gemaakt worden om te kijken hoe Lubbers de stad heeft geschilderd. Maar hoe mooi en interessant de schilderijen in het museum ook zijn, het blijft natuurlijk het spannendst om zelf een eigen kunstwerk te maken.

De Kinderkunstclub, Singer Museum, Oude Drift 1, Laren. Zondag 23, 30 jan en 6 febr, 2 keer per dag, 12-14u en 15-17 u. 13 en 20 feb, 14-16u, kosten ƒ12,50 per keer. Het is ook mogelijk om aan één middag deel te nemen. Reserveren: 035-5315656.

Tentoonstelling `Adriaan Lubbers, tussen Nederland en New York', 28 nov t/m 20 febr, open di t/m za 11-17u, zo 12-17u. Toegang ƒ12,50, met korting ƒ10, 6 t/m 12 jr. ƒ3,50