JACHTSOORTEN

Er zijn verschillende manieren om wild te bejagen: zowel individueel als in groepsverband en met verschillende jachtmiddelen.

Jacht voor de voet Een kleine jacht voor doorgaans één of enkele personen. De jager loopt, al dan niet met een hond, door het jachtveld en bejaagt daar het wild.

Waterwild Deze jacht is tegenwoordig alleen toegestaan op wilde eenden. Ze kunnen onder meer worden bejaagd vanaf een boot, een eendenkooi of vanaf een bedekte omgeving op de grond.

Jacht in de `aanzit' Heeft doorgaans plaats bij zwartwild (wilde zwijnen) maar ook bij herten en reeën. De jager loopt niet door het veld maar blijft lange tijd op dezelfde plek om het dier voor schot te krijgen. Vaak in combinatie met jacht op de hoogzit.

Jacht in de `hoogzit' Jagen vanaf een verhoging. Het jachtveld is beter te overzien, wild makkelijker te tellen, het schot beter te maken.

Overige jachtmiddelen Er zijn verschillende jachten mogelijk met gebruik van andere jachtmiddelen dan het geweer. Zo zijn er de lokjacht, de vallenjacht en de bouwjacht. De laatste is de jacht bij konijnenholen met gebruik van onder meer fretten en buidels (zie `Jachtmiddelen').

Drijfjacht De drijfjacht heeft plaats met meer jagers. Behalve door de jagers wordt aan de drijfjacht ook door een aantal honden en de nodige `drijvers' deelgenomen. De dieren worden uit een bepaald gebied gedreven door hond en mens en `opgewacht' door de jagers.

In Nederland worden op vergunning drijfjachten gehouden op zwartwild (wilde zwijnen). Vergunningen zijn niet nodig voor drijfjachten op hazen, fazanten en konijnen. Een drijfjacht resulteert in hogere afschotcijfers dan de individuele jachten.