Ingesnoerde helden

Film liegt over de werkelijkheid. Wat je ziet, is niet wat er is. Dat geldt de grootte van de helden en heldinnen, maar ook hun kleding. Hoe mooi die ook lijkt. In het Haags Gemeentemuseum.

Achteraf bezien had ze misschien wel gelijk. Maar toen ik op de ochtend van mijn eindexamen biologie de trap van ons rijtjeshuis afkwam in een outfit waarop ik toch bijzonder mijn best had gedaan, kon ik niet begrijpen dat mijn moeder me verbood om ,,gekleed in een stuk vitrage en een paar gordijnkwasten naar school te gaan''. Wat een onaardige omschrijving voor mijn prinsessengewaad uit de vertellingen van 1000 en 1 nacht. Maar niets hielp.

Het werd de enige keer dat ik in zoiets doodsaais als een spijkerbroek (van mijn zusje) op school kwam. En nog te laat ook. Gelukkig bleek ik ook zonder tulband om mijn hersens bij elkaar te houden mijn eindexamenvragen te kunnen beantwoorden.

Had ik destijds Gone with the Wind maar al gezien! Dan had ik tenminste kunnen verklaren dat ik me in goed gezelschap bevond. Want is een van de beroemdste filmjurken aller tijden niet juist uit dat klassieke Oscar winnende epos afkomstig en gemaakt van een oud overgordijn? Deze zogenaamde `drape-dress' werd door een totaal berooide Scarlett O'Hara gedragen toen zij na afloop van de Burgeroorlog Rhett Butler om een lening moest smeken om haar landgoed Tara voor de ondergang te behoeden. De duidelijk zichtbare herkomst van de stof (er werd bij wijze van ceintuur een gordijnkoord om de jurk gedrapeerd) en het feit dat Scarlett geen handschoenen droeg waardoor Rhett kon zien dat haar handen niet meer die van een fijne dame waren, maar getekend door het werken op het land, verraadden de slechte omstandigheden waarin het eens zo hooghartige meisje nu verkeerde.

Deze gordijnjurk is een van de ruim dertig kostuums uit grote historische films die Hollywood tussen 1930 en 1970 produceerde, die tot maart 2000 te zien zijn op de tentoonstelling Hollywood - Verkleed verleden in de Modegalerij van het Haags Gemeentemuseum. Het diepe groen van het zware fluweel is enigszins verbleekt. Maar het goud van de gordijnkwasten is nog nauwelijks dof te noemen. Bijna wellustig bungelen ze in de rijke plooien van de rok, de taille stevig insnoerend als om nog eens het poppenlijfje van actrice Vivien Leigh te beklemtonen. Wat was ze klein! En niet zij alleen trouwens, maar ook Marilyn Monroe, Olivia de Havilland, Barbra Streisand, Elizabeth Taylor in haar jonge jaren, Jean Simmons en Betty Grable, om maar een paar van de damesmeisjes te noemen die in deze jurken gedanst en gezwierd hebben. Actrices van formaat die met één oogopslag een heel filmdoek konden vullen, blijken in werkelijkheid petieterige vrouwtjes te zijn geweest, die zich met een dieet van één wortel en een blikje tonijn in leven hielden.

John LeBold, voormalig costumier bij de MGM-studio's en vanaf zijn dertiende fervent kostuumverzamelaar – toen hij bij wijze van verjaardagscadeautje een tweedehands avondjurk voor zijn moeder kocht, die volgens het ingenaaide studio-etiket van Marlène Dietrich in de film Pittsburgh was geweest – zit vol met dit soort anekdotes. Hij heeft ze allemaal gekend, de sterren uit de gouden jaren van Hollywood, en hij heeft ze allemaal geholpen met het aanrijgen van corsetten, het oppoetsen van schoenen en het dichtknopen van manchetten. Hij is in Nederland ter gelegenheid van de opening van Hollywood - Verkleed verleden, die uit zijn privaat gefinancierde Silver Screen Collection is samengesteld.

Hij kent elk knoopsgat, elke zoom. Weet precies waar de schminkvlekken zitten die er niet meer uit te wassen zijn, welke parels echt zijn en welke later vervangen. Nog steeds kan hij opgewonden raken van de piepkleine aardbeitjes die ontwerper Walter Plunkett (die ook de kostuums voor Gone with the Wind ontwierp) zelf met de hand op een jurk voor Katherine Hepburn in Quality Street schilderde, of de strepen op het pak van Christopher Reeve in Somewhere in Time die kostuumontwerper Jean Pierre Dorleac er handmatig optekende. Maar nog beter dan dat herinnert hij zich in welke scène ze gedragen zijn en door wie. John LeBold ziet geen kostuums, maar onzichtbare filmsterren.

,,Hier is ze'', zegt hij bij een fragiele avondjurk en dan bedoelt hij Marilyn Monroe in The Prince and the Showgirl. Het asymmetrische witte toilet waarin revuemeisje Monroe met de Karpatische groothertog Laurence Olivier gaat souperen, werd bij het begin van elke opname op het lichaam van de ster dichtgenaaid. Het silhouet is zo sluik dat Marilyns borsten en billen onaangenaam tegen haar lichaam gepropt moeten hebben gezeten. ,,De jurk werd elke dag op haar lichaam afgespeld en dichtgenaaid'', bevestigt LeBold. ,,Als ze tussen twee takes door even wilde rusten, dan kon ze niet eens gaan zitten, zo strak zat het. Daarom hadden ze een soort plank uitgevonden, een zogeheten resting board, met een klein steuntje waartegen ze dan een beetje kon leunen. Als ze iets wilde eten of drinken kreeg ze een slab om tegen het knoeien.'' Hij zucht om zoveel tragiek.

De filmkostuums op de expositie worden vergezeld door kledingstukken uit de collectie van het Haags Gemeentemuseum uit de periode waarin de film zich afspeelt. Zo zien we dat Scarlett O'Hara's gordijnjurk een gangbare oplossing was om er in het Amerika van na de Burgeroorlog toch nog een beetje charmant uit te zien en dat Christopher Reeve's pak veel pompeuzer is dan wat de heren in het Michigan van 1912 gewoonlijk droegen. ,,Film is vergroten en stileren'', meent LeBold. ,,De beste kostuumontwerpers gaven hun kledingstukken details mee die je op het witte doek niet eens kan zien. De jurk van een koningin moest je voeren met zijde zodat de actrice zich koninklijker ging voelen en gedragen. Tegenovergesteld was het beslist niet ongewoon om kostuums van bedienden en arme mensen te krap en van ruwe stoffen te maken, zodat ze vanzelf wat ineengedoken gingen lopen.''

Sommige films en hun hoofdrolspelers zijn al bijna vergeten, en dan biedt een televisiescherm met videofragmenten in een hoekje van de expositie uitkomst. Andere scènes zal iedereen kunnen dromen, zoals het moment in de musical Singin' in the Rain waarin Jean Hagen een actrice in haar eerste sprekende rol speelt. Maar waar moesten de pioniers van de geluidsfilm noodzakelijk nieuwe attributen als microfoons en snoeren verbergen? Daar wist men in deze film-in-de-film wel een oplossing voor. De toch al overdadig gedecoreerde achttiende-eeuwse jurk waarin Hagen haar liefdesscène met een onwillige Gene Kelley moest spelen, verborg de microfoon achter een potsierlijk grote corsage. Wie de scène niet één-twee-drie te binnen schiet, die hoort bij het zien van die verfrommelde bloem vanzelf weer Hagens schrille stemmetje dat bovendien steeds wegvalt omdat al haar voor de stille film zo karakteristieke hoofdbewegingen het bereik van de microfoon ver te boven gaan.

Ook Ryan O'Neill lijkt opeens fysiek aanwezig door een opgesteld zijden mannenpak in achttiende-eeuwse stijl. Flamboyanter dan het origineel, maar historisch correct. Kostuumontwerpers Ulla Britt-Soderlund en Milena Canonero kregen voor hun bijdrage aan Stanley Kubricks Barry Lyndon dan ook een Oscar. En hoe vreselijk (en vreselijk goed gecast in deze film) Ryan O'Neill ook is, toch voel ik bij het zien van de geborduurde knopen op dit pak veel meer kippenvel dan bij de ongeveer vijf keer dat ik de film heb gezien. Misschien omdat ze in de film minder opvallen. Je krijgt nu tenminste de gelegenheid om even de tijd stil te zetten. Maar vooral omdat de films van Kubrick mij zo eindeloos fascineren dat ik het gevoel heb dat ik heel even in zijn nabijheid ben geweest. Gewoon omdat ik weet dat de perfectionistische filmregisseur deze knopen heeft goedgekeurd. En omdat het precies die details zijn die films hun geheim meegeven.

Tentoonstelling `Hollywood - Verkleed verleden'. Hollywoodkostuums uit historische kostuumfilms vergezeld door contemporaine mode uit de collectie van het Haags Gemeentemuseum. Te zien t/m 19 maart 2000 in de Modegalerij van het Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Open: di t/m zo 11-17u. Inl. 070-3381111.