GROENE TAAL

Jagers hebben een eigen taal en dat is al heel lang zo. De oudste jagerstermen zijn teruggevonden in middeleeuwse akten. In feite is jagerstaal een soort geheimtaal. Volgens de Vlaamse taalwetenschapper Guy Janssens had die geheimtaal aanvankelijk een duidelijke functie. De goden zouden het niet toestaan dat dieren werden gedood als ze onverbloemd bij hun naam werden genoemd. En dus was het nodig een `haas' lepelman te noemen, een `vos' roodrok en een `hert' geweidrager. Volgens Janssens leeft dit geloof nog steeds onder bepaalde volkeren in de Zuidzee.

Eeuwenlang hebben jagers erop toegezien dat hun taal niet werd verbasterd of verminkt. Daar waren ze erg streng in. Een tijd lang stond er zelfs een lijfstraf op het maken van taalfouten. De overtreder moest dan voorover op de grond gaan liggen. De oudere jagers stonden om hem heen, met getrokken hartsvangers, tweesnijdende messen. Vervolgens kreeg de brokkenmaker drie harde tikken met een jachtmes. Ja, zo leer je je woordjes wel!

En dus zijn er mensen die begrijpen wat er wordt bedoeld als iemand zegt: ,,Daar vliegt een tarsel van zijn horst, elders zoelt een bagge met zeven frislingen, terwijl twee keilers elkaar met de houwers bewerken.''

Voor de vertaling moet u bij de voorlichter van het natuurpark De Hoge Veluwe zijn, want die schreef deze zin ooit in een bijdrage over jagerslatijn.

Sinds het begin van de 19de eeuw is er studie gedaan naar de groene taal, zoals jagers hun vaktaal graag noemen. Het eerste omvangrijke jagerswoordenboek verscheen in 1947 en is samengesteld door de Rotterdamse chirurg A.G.J. Hermans. ,,De uren in het jachtveld doorgebracht'', schreef prins Bernhard in het voorwoord, ,,behoren tot mijn mooiste herinneringen, herinneringen die worden wakker geroepen bij het doorbladeren van dit boek, dat ook voor de ervaren jager waardevolle inlichtingen bevat.''

Leken stuiten bij het doorbladeren op de vreemdste uitdrukkingen, zoals dame met het lange gezicht voor `houtsnip', dame in het rood voor `vos' en dame met het spitse snoetje voor 'wezel'. Vergelijkbare uitdrukkingen met `heren' komen niet voor.

Deze uitdrukkingen zijn allemaal uit het Frans overgenomen, een taal die samen met het Duits veel invloed heeft gehad op de Nederlandse jagerstaal. Anders dan in de algemene spreektaal zijn in de jagerstaal nauwelijks woorden uit het Engels overgenomen. Volgens Janssens komt dat doordat de Engelse jachtschool hier nooit veel weerklank heeft gevonden; men vond die Britse jachtgewoonten gewoon een beetje vreemd.

Ook Britse jagers spreken trouwens al eeuwenlang een eigen taal. Al in de 17de eeuw schreef Samuel Pepys: ,,Goed en veel gezelschap, en een goed maal; het gesprek ging voornamelijk over jagen, in een jargon dat ik amper kan volgen.''

EWOUD SANDERS