Fossielen in Kosovo

Als ik zeg dat ik ben opgegroeid aan de kust, veronderstellen sommige mensen dat mijn jeugd aan zee prachtig moet zijn geweest. Maar het donkere water van de Noordzee was angstaanjagend. Zodra de branding tegen mijn knieën klotste, liet ik mij voorover in de golven vallen uit angst dat een krab mijn tenen zou afbijten. De onzichtbare zeebodem was vol gevaren, overal en altijd. Op vakantie in Italië keek ik door mijn duikbrilletje angstig naar de bewegende algensprieten, zwarte zeeëgels en een zwevend condoom waarvan ik toen nog dacht dat het een kwal was.

Leonardo Scacchi (Milaan, 1961) moet een prachtige jeugd aan zee gehad hebben. In een houten bak van twintig vierkante meter kneedde hij een zeebodem in terracottaklei, vol wonderbaarlijke sprieten, schubvormige torentjes en ovale kiezelsteentjes. Bioloog Kees Moeliker, medewerker van het Natuurmuseum in Rotterdam, bekijkt met verbazing de kunstenaar die met woeste gebaren de kleine, breekbare sculpturen van aardewerk in het droge bassin plaatst. ,,Tsja, het is een Italiaan'', zegt hij.

Bovenop Scacchi's kunstwerk ligt een constructie van staal en glas, zodat de bezoeker over het denkbeeldige water kan lopen. Wie goed kijkt ontdekt in de vreemde vormen een futuristische stad. Je ziet een bos, heuvels, kantoorgebouwen, tuinhuisjes, snelwegen en speelplaatsten. Volgens Moeliker herkennen biologen in de soms wilde vormen heuse zeeflora. Ik herkende krullen van bevroren schepijs en chocoladeschilfers op een Belgische bonbon. Hoe langer je kijkt, des te mooier wordt het.

Op de bovenverdieping van het museum hangen 126 kleitabletten van Scacchi die door hun terracotta kleurschakeringen op het eerste gezicht uit de muur van een huis in Pompeï lijken te komen. Ook hier neemt de fantasie een loopje met de werkelijkheid. In de versteende klei zie ik luchtfoto's van een NAVO-bombardement op Kosovo: een krater in een krommende landweg.

,,Kijk nou, een fossiel'', roept een bezoekster. Haar man kijkt langdurig naar mijn zojuist ontdekte bomkrater en schudt zijn hoofd. ,,Nee, volgens mij is het namaak.'' De tegels van Scacchi nodigen uit om aangeraakt te worden en bij afwezigheid van de suppoost duwt de vrouw haar vinger dan ook even in de kratermond. ,,Het is toch een fossiel'', mompelt ze. In andere tegels meen ik duidelijk de Tervurenlaan in Brussel te herkennen, vrijwel identiek aan de plattegrond van de stad. De omgeploegde akkers rond de landingsbaan van Schiphol herken ik ook direct.

Terug op de begane grond, wandel ik nog een keer over de glazen zeebodem. Eigenlijk zou je je schoenen en sokken uit moeten doen, je broekspijpen opstropen en zonder duikbrilletje naar je voeten moeten kijken, maar de kunstenaar heeft zelf een grote tas met oversloffen neergezet om de glazen bovenlaag te beschermen.

Aan de achterwand van de zaal hangen opgezette vissen in een langwerpige glazen kast. Scacchi wilde zijn zeebodem absoluut hier neerzetten. Hier hangen de monsters uit mijn jeugd aan zee. Een kindervoet past makkelijk in de open muil van de zeeduivel. Raak nooit de bodem van de zee, trek de oversloffen aan.

Leonardo Scacchi, Tiempo Oceano. Natuurmuseum Rotterdam, Westzeedijk 345 (Museumpark). T/m 15 jan 2000, di-za 10-17u, zo 11-17u.