`Flauwekul' genomineerd voor de Turner Prize

In de Tate Gallery in Londen is gisteren de Turner Prize-tentoonstelling geopend met werk van de vier genomineerde beeldende kunstenaars Tracey Emin, Steve McQueen, de tweeling Jane en Louise Wilson en Steven Pippin. De prijs van 20.000 Britse ponden (ruim zestig duizend gulden) wordt op 30 november toegekend. De expositie duurt tot 6 februari.

Vooral Tracey Emins installatie krijgt het in de Britse dagbladen The Times en The Guardian te verduren. Ze stelde in een zaal een onopgemaakt, tweepersoonsbed met vuile lakens op, omringd door asbakken met uitgedrukte sigaretten, tampons, condooms, lege wodka-flessen en ondergoed. Emins hommage aan zichzelf is vervelend en voorspelbaar geworden, schrijft Adrian Searle van The Guardian: `Je kan toch niet doorgaan met deze gekwelde flauwekul'.

Tate-conservator Simon Wilson prijst het bed juist als `een object met een krachtige, metaforische resonantie' en vergelijkt Emins `existentiële angst voor het leven' met de schilderijen van Goya en Picasso. Reden voor The Times om drie keer op parallel terug te komen.

Hoe mooi en knap gemaakt de video's van Steve McQueen ook zijn, The Guardian twijfelt om onbekende redenen of hij de winnaar moet worden.

De flikkerende lichten in de video van de Wilsons over Las Vegas doen pijn aan de ogen, aldus The Times, en bij de `pin hole'-opnamen vanuit een wasmachine, gemaakt door Steven Pippin, mist de toeschouwer de illustratieve film over de totstandkoming daarvan. De `Turner prize game show is een sleur geworden', volgens The Guardian.