De Nederlanders en hun neven

Je vindt ze in verschillende Nederlandse steden: straten met voor de jeugdige en/of allochtone bewoner raadselachtige namen als De Wetstraat, De la Reyweg, Paul Krugerstraat en dergelijke. Lanen zul je er niet veel aantreffen, want het zijn niet de meest welvarende stadsdelen. Het zijn, denk ik, wat in Grote-Steden-Wethoudersmonden `de oude wijken' worden genoemd, al zijn ze nu ook weer niet zo oud, want het zijn meestal wijken die aan het begin van deze eeuw zijn aangelegd om de snel groeiende stadsbevolking onderdak te bieden.

Die straten zijn genoemd naar de politieke en militaire leiders, zoals generaal De Wet, president Paul Kruger en anderen, van de Boerenrepublieken in Zuid-Afrika, die van 1899 tot 1902 in oorlog waren met het Britse wereldrijk. Deze straatnamen getuigen van het enthousiasme en medeleven dat die ongelijke strijd in ons land opriep. Dat was overigens in andere landen ook het geval. De wereldopinie, althans de Europese – en dat was toen hetzelfde – stond achter de Boeren. Ook in Engeland zelf waren de meningen verdeeld. De overgrote meerderheid van het volk stond achter de Britse regering, zoals bij de zogenaamde `Khaki-election' van 1900 zou blijken. Er waren echter ook in Engeland vurige tegenstanders van het beleid en in het bijzonder van de wantoestanden in de Britse interneringskampen. Zo was er de gevreesde Emily Hobhouse, door de Engelse opperbevelhebber in Zuid-Afrika, Kitchener, aangeduid als `that bloody woman'. Ook de radicale schrijver J.A. Hobson keurde de oorlog af. De meeste socialisten deden dat echter niet. Zij zagen de oorlog als een conflict tussen de reactionaire krachten, de Boeren, en die van de vooruitgang, dat wil zeggen Engeland en de kapitalisten. Had niet Friedrich Engels al gezegd dat men in een conflict tussen een stamhoofd en een slavenhandelaar voor de slavenhandelaar moest kiezen, omdat die `objectief gezien' de vooruitgang vertegenwoordigde? De uitspraak van de beroemde Fabian socialist Sidney Webb: `The war is wholly unjust but wholly necessary' paste geheel in deze traditie.

In de rest van de wereld waren de opinies echter bepaald niet verdeeld. De publieke opinie in vrijwel heel Europa stond achter de Boeren. De afkeer van de arrogante en heerszuchtige Engelsen was toch al groot. De Fransen hadden nog maar net de vernedering van Fasjoda achter de rug en de Duitse keizer had na zijn beruchte `Krugertelegram' in 1896 bakzeil moeten halen. Overal ontstonden steuncomités en actiegroepen. In Duitsland verscheen het blad Der Burenfreund, in België Le Cri du Transvaal en in Nederland Op! Voor Transvaal. Voor Nederland had dit conflict een bijzondere dimensie, omdat de Boeren afstamden van de Nederlanders die zich vanaf 1652 in Zuid-Afrika hadden gevestigd, eerst in de Kaap en later, na de Grote Trek, ook elders. De zaak van de Boeren, `onze neven', was dus in zekere zin onze zaak en in het sterk nationalistische Europa van die tijd was dat van grote betekenis. Sommige Nederlanders zagen in Zuid-Afrika de toekomst van hun eigen land in het geding.

Wat die Nederlands-Afrikaanse vriendschap betreft, was de Eerste Boerenoorlog van 1881 een keerpunt geweest. Vóór die tijd had men zich aan de verre stamverwanten niet veel gelegen laten liggen, maar de overwinning van de Boeren op de Engelsen in de Slag bij Majuba werd gezien als het begin van een nieuw tijdvak, dat ook voor Nederland van betekenis zou kunnen zijn. De Nederlandse dichteres Catharina van Rees schreef het volkslied van Transvaal, dat de beroemde woorden omvat:

`Kent gij dat volk vol heldenmoed

En toch zo lang geknecht?

Het heeft geofferd goed en bloed

Voor vrijheid en voor recht.'

De voorzitter van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, de bekende historicus Robert Fruin, roemde de overwinning van de Boeren. Er was weer hoop voor Nederlands plaats in de wereld, zei hij, sinds `dien heuglijken zondagmorgen, toen Hollandsch vastberadenheid en moed op den Majuba-heuvel een aanvankelijke nederlaag in een schitterende overwinning deden verkeren'. Vele plannen werden gesmeed om de Transvalers te helpen, bijvoorbeeld door het sturen van goede Nederlandse boeken. Het resultaat van deze acties was echter teleurstellend. Veel van de ingezamelde boeken waren nauwelijks toonbaar. Zo toonde Holland zich tegelijkertijd op zijn breedst en op zijn smalst.

De Eerste Boerenoorlog was snel voorbij. De Engelsen gaven na Majuba Transvaal zijn zelfstandigheid terug. De tweede oorlog daarentegen was een heel andere zaak. Die zou vele jaren duren en zeer veel mensenlevens kosten. Nederland leefde van alle Europese landen het sterkst mee en de gevolgen hiervan zouden nog lang merkbaar blijven, bijvoorbeeld in de al genoemde straatnamen, maar ook in de jeugdlectuur. Met name de serie van Wessels, met titels als De Leeuw van Modderspuit en De Held van Spionkop, maakte grote opgang en werd tot na de Tweede Wereldoorlog veel gelezen.

De oorlog droeg ook sterk bij tot het Nederlandse nationalisme. De imperialistische koorts kreeg ook Nederland in zijn greep, althans op papier.

Er werd een `Algemeen Nederlands Verbond' opgericht dat de `Groot-Nederlandse Gedachte' moest uitdragen. Ook die gedachte is tot na de Tweede Wereldoorlog sommigen blijven boeien. Politiek gezien gebeurde er echter weinig tot niets. Ruzie met Engeland was wel het laatste dat het toch al zo kwetsbare kleine land met zijn grote koloniale bezittingen zich kon permitteren.

Toen in 1899 de Eerste Haagse Vredesconferentie werd gehouden, rees de vraag of de Boerenrepublieken ook zouden worden uitgenodigd. De Russische tsaar, die het initiatief tot de conferentie had genomen, vond dat deze staten, net als de paus, niet uitgenodigd moesten worden en gaf hiervoor als argument dat zij geen gezantschappen in St. Petersburg hadden.De werkelijke reden was natuurlijk dat in dat geval Engeland en Italië niet zouden meedoen en de conferentie dus bij voorbaat was gedoemd te mislukken. De zwartepiet kwam zo te liggen bij de Nederlandse gastheer, de minister van Buitenlandse Zaken, die pijnlijk genoeg de Zuid-Afrikaanse verzoeken om deelneming moest afwijzen.

Er werd in ons land veel geklaagd over het Engelse imperialisme en de Engelse wreedheden. Het feit dat Nederland, dat reeds drie decennia lang in een koloniale oorlog met Aceh was verstrikt, niet anders opereerde, werd niet opgemerkt. Het medeleven met de Boeren, die in 1902 capituleerden, ging moeiteloos samen met grote voldoening over de Nederlandse triomf in de Aceh-oorlog.

De Nederlandse overwinning leidde tot evenveel straatnamen, monumenten en jongensboeken als de nederlaag van de Boeren.

Wessels serie

In de column van H.L. Wesseling De Nederlanders en hun neven (in de krant van donderdag 21 oktober, pagina 7) stond de zin [...] Met name de serie van Wessels, met titels als De Leeuw van Modderspuit [...]. Bedoeld werd `Wessels serie' van de hand van L. Penning.