Boekmerken om te bewonderen

Het Comenius-museum in Naarden beperkt zich doorgaans tot de herdenking van Jan Ámos Komenský, alias Comenius. De grote Tsjechische pedagoog, filosoof, toneelschrijver, theosoof en boekdrukker bracht, na door de Habsburgers uit Bohemen te zijn verdreven, zijn laatste jaren in Amsterdam door en werd na zijn dood in 1670 begraven in de voormalige Waalse kerk naast het museum in Naarden: een pelgrimsoord voor veel Tsjechen. Maar de komende maanden, tot 16 januari, staat het museum even (mede) in het teken van het exlibris.

Comenius is wel de aanleiding: vorig jaar ontving het museum een schenking uit Tsjechië, in de vorm van 88 exlibris. Die boekmerken, gemaakt door 66 verschillende kunstenaars, waren het resultaat van een wedstrijd, die in 1992 was gehouden ter gelegenheid van de 400ste geboortedag van Comenius. Het museum stelt die exlibris de komende maanden ten toon.

Daarnaast worden echter talrijke boekmerken tentoongesteld die niets met Comenius te maken hebben en afkomstig zijn uit een particuliere verzameling. De bedoeling, zegt conservator Sarah Slootweg, is de aandacht op het exlibris per se te vestigen.

Dat mag ook wel, want het boekmerk is in Nederland nooit bijzonder aangeslagen, veel minder althans dan elders. Dat wordt – bijvoorbeeld – onderstreept door het feit dat maar één Nederlandse kunstenaar (Henk Blokhuis) in 1992 een exlibris instuurde bij de Comenius-wedstrijd.

Het exlibris (letterlijk: uit de boeken van..., gevolgd door een naam, in de zin van: uit de bibliotheek van...) is oorspronkelijk een eigendomsbewijs dat in boeken werd geplakt om diefstal of verlies te voorkomen en de lener er subtiel aan te herinneren het aan de eigenaar terug te geven. Het ontstond in Duitsland en is vrijwel even oud als de boekdrukkunst: een van de oudste bekende exemplaren is het exlibris van de Duitse monnik Hilprandus Brandenburg, uit 1490. Van Albrecht Dürer zijn vijf exlibris bekend. maar ook Hans Holbein de Jongere en Lucas Cranach de Oudere maakten boekmerken.

Tot midden vorige eeuw waren exlibris vooral heraldisch van aard. Vanaf ongeveer 1850 worden exlibris steeds minder beschouwd als louter eigendomsbewijzen, maar begint zich het exlibris als kunstvorm te ontwikkelen, met nieuwe technieken en nieuwe onderwerpen. Exlibris worden kunstuitingen met de naam van de (vaak bibliofiele) eigenaar als inhoud, vaak verwijzend naar zijn karakter of belangstellingsthema of de aard van de bibliotheek waarvan het boek deel uitmaakt (vandaar dat men in plaats van `ex libris' ook vaak `ex musicis' of `ex etoticis' ziet staan, om maar twee voorbeelden te noemen).

In Duitsland komt het tot een ware explosie van gebruiksgrafiek: alleen al uit de periode tussen 1860 en de jaren twintig van onze eeuw zijn honderdduizend Duitse exlibris bekend. Deze vorm van kleingrafiek wordt in die 19de eeuw ook uiterst populair in landen als Oostenrijk, Bohemen en Hongarije. Nederland blijft wat achter: hier bestaat minder belangstelling, minder populariteit en ook minder inventiviteit. Bij ons blijven exlibris heel lang wat ze oorspronkelijk waren: eigendomsbewijzen, doorgaans heraldisch van aard: boekeigenaars beeldden het familiewapen af en dat was dat.

Deze eeuw is overal (er zijn niet veel landen meer waar geen verenigingen van exlibris-liefhebbers bestaan) het exlibris ontdekt als verzamelgebied en erkend als kunstvorm voor iedereen die van boeken en kleingrafiek houdt. Daarbij heeft waarschijnlijk de Jugendstil een beslissende duw gegeven (al zijn alle grote kunststromingen van onze eeuw in exlibris terug te vinden, tot en met het socialistisch realisme). Maar ook de veelheid aan nieuwe technieken heeft tot de populariteit van het exlibris bijgedragen. De exlibris van de vijftiende en zestiende eeuw waren doorgaans houtsneden. Vanaf de zeventiende eeuw komt de kopergravure in zwang, vanaf de achttiende eeuw ook de houtgravure, en vanaf de negentiende de litho. Nu worden exlibris gemaakt in een groot aantal technieken: staal-, koper-, hout-, lood-, zink- en plasticgravure, ets, droge naald, aquatint, vernis-mou, mezzotint, houtsnede, linosnede, lithografie, zeefdruk, lijn-, raster en heliogravure, rasterdiepdruk, licht- en offsetdruk, fotolitho, schaaftechniek, foto en knipprent.

De tentoonstelling in het Comenius-museum toont, afgezien van de 88 Comenius-exlibris, werk van topkunstenaars op het gebied van de kleingrafiek. Uit Nederland zijn onder anderen Cees Andriessen, M.C. Escher, Pam Rueter en Jan Batterman vertegenwoordigd, uit België Gerard Gaudaen en Joris Mommen, uit Rusland de grote houtgraveur Anatoli Kalasjnikov, uit Polen Wojciech Jakubowski, uit Duitsland Gerhard Tag. Daarnaast is, `voor educatieve doeleinden', zoals Sarah Slootweg onderstreept, een tentoonstellingszaaltje ingericht waar de technieken van hoogdruk, diepdruk, vlakdruk en doordruk worden gedemonstreerd.

BoekMerkWerken, Comenius-museum, Kloosterstraat 33, Naarden. Tot 16 jan 2000. Open tot 1 nov 10-17u zo 12-17u vanaf 1 nov dagelijks 13-16u, ma gesloten. Tel 035-6943045. Op drie zondagen, 31 okt, 29 nov en 16 jan wordt van 13-16u een doorlopende demonstratie gegeven op de degelpers, waarbij een prent wordt gemaakt.