Big Brother

Het spreekt mij wel aan wat Jaap Boerdam beweert (NRC Handelsblad, 16 oktober): Big Brother is een live-verslag van het civilisatieproces. Om te overleven zijn mensen aardig voor elkaar. Afgezien van de invloed van de camera's lijkt deze kleine kunstmatige samenleving in veel opzichten op de grote echte.

Toch is er één beduidend verschil. In de gewone samenleving wordt – althans tot nu toe - het beginsel gepropageerd van verdraagzaamheid en sociale acceptatie. Baatzuchtig gedrag dat ten koste gaat van anderen wordt over het algemeen nog veroordeeld en als onethisch beschouwd.

In Big Brother echter wordt men tot dergelijk gedrag - contractueel - gedwongen. Er is een samenleving gecreëerd die zichzelf moet vernietigen: slechts één mag overblijven en die krijgt de prijs. De bewoners, die enerzijds elkaars medewerking nodig hebben om het tussen hun vensterloze muren uit te houden, moeten anderzijds telkens iemand de deur wijzen. Op het beslissende moment moeten zij zich asociaal gedragen. Terwijl de echte samenleving de grootste moeite heeft om sociale acceptatie en onderlinge verdraagzaamheid overeind te houden, worden in Big Brother meedogenloosheid en uitstoting aangemoedigd, ja voorgeschreven.

Niet door de bewoners zelf – die zijn wat dat betreft gewone, realistische mensen – maar door de programmamakers. Die zijn niet geïnteresseerd in een samenlevingsexperiment, maar in hanengevechten. Te hunner verontschuldiging: zij worden zelf opgejaagd door een soortgelijke factor, de tirannie van de kijkcijfers. Dit laat echter onverlet dat Big Brother gebaseerd is op een asociale ethiek.