Afgewogen beleid

IN DE BERICHTGEVING over misbruik van kinderen wisselen verontrusting en ongeloof elkaar bij voortduring af, constateerde een deskundige tien jaar geleden. We zijn nu duidelijk beland in een periode van verontrusting. Op een conferentie in Maastricht was er felle kritiek op wat werd betiteld als de laksheid van de Nederlandse overheid bij het tegengaan van kindermishandeling. Deze presteert het volgens een inleider al bijna 25 jaar om geen verantwoordelijkheid te nemen. Het ongeduld neemt duidelijk toe. Ouders in het oosten van het land zijn een website begonnen om pedofielen in buurten te signaleren. Op de Maastrichtse conferentie werd de forse taal begeleid door een aantal forse aanbevelingen, zoals de vroegtijdige opsporing van `risico-ouders'. Ook dienen opvoeders en hulpverleners een meldingsplicht te krijgen van vermoede gevallen van kindermishandeling die zij tegenkomen.

Op deze stellingname valt wel wat af te dingen. Zo is het verwijt aan de overheid overtrokken. In 1990 is er wel degelijk een beleid geformuleerd. De regering koos toen voor een `afgewogen beleid'. Zij noemde het vanzelfsprekend dat het belang van het kind vooropstaat, maar vond dat er ook rekening dient te worden gehouden met opvattingen over macht, gezag, privacy, familierelaties en geweld in de samenleving.

MEN KAN DEZE beleidskeuze verkeerd vinden, maar wegduiken voor de verantwoordelijkheid kan zij moeilijk heten. Wel leert de ervaring dat de overheid voortdurend dient te worden herinnerd aan haar verantwoordelijkheden. Dat is echter iets anders dan de roep om paardenmiddelen, al hebben die de aantrekkingskracht van de eenvoud. Er bestaat een simpele formule voor de risicogroep: éénoudergezinnen met drie of meer kinderen. En als dat te veel op discriminatie lijkt, valt de screening altijd te verbreden. ,,Gezinnen moeten doorzichtiger worden zodat de overheid eerder kan ingrijpen'', zoals een inleider in Maastricht het uitdrukte.

Zo'n recept opent een doos van Pandora aan staatsopvoeding. Respect voor de privacy van gezinnen behoort, of men dat prettig vindt of niet, tot de Europese rechten van de mens. Dat alleen al noopt tot strikte afwegingen. Op zijn minst zo belangrijk is de vraag wat het kind in nood opschiet met onbesuisde acties. Het risico van zogeheten `vals-positieve' (achteraf niet hard te maken) signalen is op grond van buitenlandse ervaringen niet te verwaarlozen. Deze kunnen het klimaat voor een goede hulpverlening danig bederven.

HET MAATSCHAPPELIJK klimaat is een factor die bij alle verontrusting niet uit het oog moet worden verloren. Het ongeduld is volkomen terecht als het om kinderen gaat. Er zijn letterlijk tienduizenden gevallen van mishandeling per jaar. Er vallen jaarlijks enkele tientallen doden door kindermishandeling of verwaarlozing. Het is onvoorstelbaar leed, maar ongeloof is een gevaarlijke leidsman. Toch moeten we de verontrusting niet uit de hand laten lopen. Dat is niet zozeer geboden door het belang van de daders of verdachten – al heeft ieder mens recht op een behoorlijke behandeling – alswel vooral het belang van de slachtoffertjes zelf.