Patiënten eisen thuiszorg

Advocaat A. Wijnberg heeft gisteren in een kort geding in Utrecht van verzekeraar Anova geëist onmiddellijk thuiszorg te verstrekken aan vier verzekerden die daarvoor op de wachtlijst staan. Echter, Wijnberg meende zelf dat de verzekeraar onmogelijk aan zijn eis kan voldoen.

Deze vreemde situatie is ontstaan door een uitspraak van de Haagse rechtbank in december vorig jaar. Toen klaagde Wijnberg namens vijf andere patiënten op de wachtlijst de staat aan. Volgens Wijnberg moet de staat meer geld ter beschikking stellen voor het wegwerken van de wachtlijsten in de thuiszorg, omdat die zorg valt onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) waarvoor iedereen premie betaalt. Er staan nu ongeveer 20.000 mensen op de wachtlijst voor huishoudelijke hulp en zo'n 4.500 voor verpleging en verzorging.

De Haagse rechter besliste dat de staat niet aansprakelijk is voor het wegwerken van de wachtlijsten en dat de patiënten moesten aankloppen bij hun verzekeraar of thuiszorginstelling. Die lieten op hun beurt weten van de overheid te weinig geld te krijgen om aan de hulpvraag te kunnen voldoen.

Wijnberg is tegen de uitspraak van de Haagse rechtbank in hoger beroep gegaan. In afwachting daarvan diende gisteren in Utrecht zijn kort geding tegen verzekeraar Anova, in de regio Utrecht door de overheid aangewezen als als uitvoerder van de AWBZ oftewel `zorgkantoor'. Wijnberg verwacht dat de Utrechtse rechter zal oordelen dat de zorgkantoren niet verantwoordelijk zijn voor het wegwerken van de wachtlijsten. Dit gegeven denkt hij te kunnen gebruiken in zijn hoger beroep tegen de staat. Hij wil zo te weten komen tot wie mensen op wachtlijsten zich kunnen wenden met hun hulpvraag.

Advocaat H. Utermark van Anova is het in grote lijnen met Wijnberg eens, zo bleek tijdens de zitting. ,,Dit is een vordering aan het verkeerde adres. Zorgkantoren hebben het niet in hun vermogen dat probleem op te lossen. De overheid is aan zet.''